Bouwactiviteiten in de infrastructuur en utiliteitsbouw vormen een factor van betekenis bij het aanjagen van de economie. PPS maakt het mogelijk dat eerder meer middelen ter beschikking komen dan het geval is via de reguliere overheidsfinanciering. Daardoor kunnen projecten eerder worden gerealiseerd en kan navenant eerder worden geprofiteerd van de maatschappelijke baten daarvan.
PPS werkt als stimulans voor creativiteit van de ondernemers en de overheidspartijen. Het bevordert daardoor de innovatiekracht van de markt en het ondernemerschap bij marktpartijen èn overheid. PPS vereist een integrale afweging van ontwerp, maakbaarheid, gebruik en exploitatie. Dit verbetert het kwaliteitsniveau en duurzaamheid en levert de overheid maximale zekerheid dat gevraagde prestaties duurzaam geleverd worden.
PPS van belang voor bouwbedrijven en overheid
De bouwondernemingen zetten al vele jaren in op het vaker gebruiken van PPS om bijvoorbeeld wegen en overheidsgebouwen te realiseren. Bedrijven richten hun organisatie daar ook op in, mede met het oog op een gezonde stroom aan projecten. Bouwend Nederland onderschrijft, vanuit de praktijk van haar leden, de constatering dat het toepassen van PPS bij de daarvoor geschikte projecten leidt tot het (ruim) op tijd, (ruim) binnen budget en met meer kwaliteit beschikbaar komen van wegen en gebouwen. Hierdoor kan de eindgebruiker, en de samenleving als geheel, eerder profiteren van het positieve maatschappelijke effect. Het werkterrein van bouwondernemers wordt bovendien verbreed en verdiept. De bouwsector groeit “van aannemen naar ondernemen” en richt zich in om taken en risico’s die voorheen bij de overheid lagen over te nemen en te beheersen. Deze ontwikkeling sluit aan bij de wens voor een kleinere en efficiëntere overheid.
Voortgangsrapportage PPS 2010
In juni 2010 constateert het kabinet in de voortgangsrapportage PPS dat de krappe budgettaire situatie bij de overheden en de noodzakelijke bezuinigingen kansen bieden voor PPS. De budgettaire omstandigheden bij de overheid kunnen een extra impuls en eventueel noodzaak betekenen voor PPS, omdat hiermee onder andere efficiencywinst kan worden behaald. Het bijkomende voordeel van PPS voor de rijksbegroting is dat het kan leiden tot betere budgetbeheersing omdat PPS-projecten binnen budget en op tijd worden opgeleverd.
Dit wordt verder onderbouwd door de constatering dat de voordelen van PPS per project uitgedrukt kunnen worden in termen van de hoeveel geld die wordt bespaard tijdens de levensduur van een project. Het kabinet geeft aan dat tot en met 2009 al een totale kostenbesparing voor de overheid is gerealiseerd van ca. € 700 miljoen ten opzichte van traditionele aanbesteding. Dat komt overeen met een meerwaarde van 5% - 15%. De praktijk wijst echter uit dat bij het tekenen van de contracten vaak een kostenbesparing wordt gerealiseerd van minstens 20% ten opzichte van perfect uitgevoerde traditioneel aanbestede projecten.
Nog meer mogelijk
Het fundament ligt er nu, maar er liggen nog meer kansen voor het oprapen. Verbreding naar zorg, onderwijs en decentrale infra De eerste uitdaging is de introductie van PPS bij onderwijshuisvesting, zorghuisvesting en infrastructuur van decentrale overheden. Op deze gebieden komt PPS nog onvoldoende van de grond. Dit vergt uiteraard bereidheid en (politiek) commitment van decentrale bestuurders, maar ook een faciliterende rol van het Rijk.
Meer en beter
De tweede uitdaging is om op basis van het gelegde ‘fun-dament’ op Rijksniveau te werken aan waar mogelijk meer toepassing van PPS en nog betere management van PPSprojecten. Hierbij valt te denken aan een sneller verloop van PPS-aanbestedingstrajecten, beter contractmanagement en lagere transactiekosten.
Dubbelslag in de begroting maken
De derde uitdaging ligt in het begrotingstechnisch mogelijk maken van het inzetten van de aanbestedingsvoordelen bij het ministerie waar het voordeel wordt gehaald. Nu moet het aanbestedingsvoordeel worden ‘ingeleverd'. In plaats daarvan kunnen nog onvoldoende gefinancierde aanleg- en onderhoudsprojecten worden gefinancierd wat weer ten goede komt aan de kwaliteit voor de burger.
Gezamenlijk PPS-loket
Het kabinet heeft het voornemen om de opgedane kennis van Rijkswaterstaat in PPS-infrastructuurprojecten ter beschikking te stellen aan decentrale overheden. Dit voornemen heeft echter nog niet geleid tot een concrete vervolgstap. Bouwend Nederland roept op tot een part-nerschap om alle beschikbare kennis te ontsluiten. Een dergelijk ‘PPS-loket’ of ‘Partnership NL’ zou voor december 2011 moeten kunnen starten.
Financiering door institutionele beleggers
Institutionele beleggers (zoals pensioenfondsen) financieren reeds nu al in PPS-projecten via deelnemingen in het eigen vermogen. Het grootste gedeelte van de benodigde financiering van Nederlandse (infrastructuur)PPS-projecten bestaat echter uit leningen. Financieren via leningen doen institutionele beleggers momenteel niet. Belemmeringen zijn het ontbreken van een continue projectenstroom van PPS-projecten en een onaantrekkelijke rendement op de leningen.
Een alternatief dat mogelijk meerwaarde zou kunnen bieden is een lening met een rendement dat gerelateerd is aan de inflatie. Institutionele beleggers vinden dit, ook bij een lager verwacht rendement, interessant, omdat dit soort beleggingen het voor hen makkelijker maakt om de pensioengerechtigden een waardevast pensioen te kunnen bieden. Om te bepalen of de mogelijke prijsvoordelen opwegen tegen het verhoogde inflatierisico is een pilot gestart bij het project N33.
Vanuit de markt komen sceptische signalen over de haalbaarheid van deze ‘inflation-linked pilot’ gezien de relatief beperkte financiële omvang (€ 190 miljoen) van dit project. Bouwend Nederland roept op om een tweede pilot-project aan te wijzen van een substantieel grotere financiële omvang.
Daarnaast roepen nieuwe liquiditeitseisen vanuit het zogenoemde Basel-III en de AFM- en DNB mogelijk beperkingen op voor financiers die zich niet verdragen met lange termijn vastlegging van kapitaal in infrastructuur. Bouwend Nederland roept op om de eisen van AFM en DNB in relatie tot private voorfinanciering van DBFM(O)-projecten door het Ministerie van Financiën nader te onderzoeken.
Potentiële PPS-projecten
De lijst met potentiele PPS-projecten is langer dan vaak wordt gedacht. Hieronder volgen enkele voorbeelden van (regionale) infraprojecten die minimaal op de toegevoegde waarde van een PPS-contractvorm onderzocht moeten worden.
Noord Nederland
- Centrale As (N356 – N913)
- Drachten – Drentse Grens (N381)
- Spoorlijn Heerenveen – Groningen
- Spoorlijn Leeuwaarden – Groningen
- Westelijke Ringweg Groningen
- A6/A7 Joure
- N31 Harlingen
Oost-Nederland
- Doortrekken N322
- A18/N18 Varsseveld
- N348 Zutphen
- N35 Woerden – Nijverdal
- Toekomstvisie Waal
West-Nederland
- Rijnlandroute
- N207 corridor
- Rijn-Gouwelijn-West
- A27 Lunetten - Hooipolder
Zuid-Nederland
- N279 Noord
- N279 Zuid
- N69 Grenscorridor
- A58 st. Annabosch – Gelder
- Kanaalzone Gent-Terneuzen