Voorgestelde regulering leidt tot minder middenhuur

Door Redactie, 29 januari 2018

Voorgestelde regulering leidt tot minder middenhuur

Marktpartijen aan de Landelijke Samenwerkingstafel, waaronder Bouwend Nederland, laten weten niet in te stemmen met alle aanbevelingen die maandag 29 januari door voorzitter Rob van Gijzel zijn gepresenteerd. Met name niet met de aanbeveling om zowel de bestaande voorraad middenhuur als de nieuwbouw middenhuur te gaan reguleren.

Gertjan van der Baan (bestuur IVBN; tevens CEO Vesteda) neemt, mede namens andere marktpartijen aan de Tafel (verenigd in IVBN, NEPROM, HPP, Bouwend Nederland en NVM), nadrukkelijk afstand van die aanbeveling. Van der Baan: “Regulering werkt volkomen averechts! Daarmee zou het door de overheid gereguleerde segment op de huurwoningmarkt worden verhoogd naar 85% en kunnen marktpartijen niet langer fors blijven investeren. Voor alle inkomensgroepen tot aan € 55.000 zou dan een door de overheid gereguleerde huurwoning beschikbaar moeten worden gesteld. Voor marktpartijen resteert dan 15% van de markt. Pensioengeld is nu de voornaamste drijver van investeringen in middenhuur en het moet voor pensioenfondsen aantrekkelijk blijven om in die middenhuur te kunnen investeren. Door regulering wordt er echter juist mínder in plaats van méér middenhuur gerealiseerd. Dan is iedereen slechter af, te beginnen bij de grote groep woningzoekenden, die graag zo’n middenhuurwoning willen. Institutionele vastgoedbeleggers, ontwikkelaars, gemeenten en corporaties moeten op economische gronden en met een haalbare business case tot samenwerking kunnen komen om méér middenhuur te realiseren.”

Gezonde woningmarkt vraagt lokaal maatwerk

Mathieu van Rooij, senior beleidsmedewerker Bouwend Nederland: “De grote uitdaging voor de komende jaren is tweeledig: er moeten meer woningen worden gebouwd en we moeten de woningen bouwen waar echt behoefte aan is, middensegment huurwoningen, maar ook andere segmenten koop- en huurwoningen. Dat vereist lokaal maatwerk, iedere regionale/lokale woningmarkt heeft zijn eigen specifieke kenmerken en behoefte, en een gezamenlijke inzet en samenwerking van overheden, marktpartijen, corporaties en ander partijen. De tijdige beschikbaarheid van voldoende geschikte bouwlocaties is een essentiële vereist om de komende jaren voldoende woningen te kunnen blijven bouwen. De lokale samenwerkingstafels zijn een goed initiatief om betrokken partijen aan tafel te krijgen en met elkaar in gesprek gaan over de realisatie van concrete woningbouwopgaven. Het is goed dat die een structureel karakter krijgen en over de hele breedte van woningmarkt gaan. Van belang is dat het ‘doen’ tafels zijn, uitgangspunt moet zijn dat de gesprekken leiden tot de concrete realisatie van plannen. Ik adviseer onze leden om hier actief aan mee te doen.”

Overigens zijn er uiteraard ook aanbevelingen van Van Gijzel die wél gedragen worden door alle marktpartijen, zoals het op lokaal niveau voeren van structureel overleg met alle bij de bouw van woningen betrokken partijen op basis van de gemeentelijke woonvisie, het bevorderen van doorstroming of een revolverend fonds waarmee het bouwrijp maken van binnenstedelijke locaties ten behoeve van middenhuur kan worden gefinancierd. In het afgelopen jaar hebben gemeenten, marktpartijen en corporaties onder leiding van Van Gijzel vooral op lokaal niveau gewerkt aan het vergroten van het aanbod aan middenhuurwoningen. Op een aantal plaatsen heeft dat overleg ertoe geleid dat marktpartijen en gemeenten de handen ineen hebben geslagen om de woningproductie verder aan te jagen en om een substantieel deel daarvan in de vorm van middenhuur-woningen. Marktpartijen willen die samenwerking in de komende periode graag verbreden naar het aanjagen van de woningproductie en naar veel meer gemeenten. Daarmee willen ze invulling geven aan het Regeerakkoord.


WONINGMARKT