COLUMN / Balans in bedrijventerreinen: dat gaat lukken in Overijssel

Door Eddy van Hijum , 08 februari 2018

COLUMN / Balans in bedrijventerreinen: dat gaat lukken in Overijssel

Medio 2020 is in Overijssel de balans tussen vraag en aanbod van bedrijventerreinen op orde. Ik durf dat zo stellig te beweren, niet alleen omdat ik geloof in de Overijsselse oplossingen die we daarvoor samen hebben bedacht en waar we onze handtekeningen onder hebben gezet. Maar ook omdat de Raad van State in december een betekenisvolle uitspraak deed in een zaak die ‘the proof of the pudding’ werd als testcase; de gemeente Kampen wilde voor drie lokale bedrijven 7 hectare grond uitgeven. De gemeente Zwolle heeft hectares teveel en op basis van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking zou Kampen in theorie voor haar eigen bedrijven op andere plekken in de regio moeten kijken. Toch mag Kampen nu voor haar eigen bedrijven een locatie binnen haar eigen gemeente toewijzen. De rechter neemt in zijn uitspraak namelijk onze regionale afspraken mee en heeft getaxeerd dat we in Overijssel de goede stappen zetten om in balans te komen.

Dit was nu precies wat we voor ogen hadden toen we vorig jaar met de gemeenten de deal sloten over het in evenwicht brengen van vraag en aanbod. Omdat we de regio’s niet op slot willen zetten, omdat we het ultieme doel -ontwikkeling mogelijk blijven maken en de economie draaiend houden- willen bereiken. Nieuwe vestigingslocaties én zittende ondernemers hebben baat bij een goed vestigingsklimaat.
In West-Overijssel is regionaal gezien geen overcapaciteit, maar in Twente is het aanbod ruim 100 hectare groter dan de vraag. En dus moeten de gemeenten met een groter aanbod dan met de vraag aan de slag.

Deze gemeenten hebben volgens afspraak een plan van aanpak gemaakt. Onderdeel van de afspraken is dat een aantal gemeenten bedrijventerreinen deprogrammeren. Andere gemeenten kiezen bijvoorbeeld voor de aanleg van een zonnepark. Maatwerkoplossingen per gemeente zijn mogelijk, alles binnen de gezamenlijk afgesproken hoofddoelen. Daardoor neemt het aanbod af, ontstaat er tegelijkertijd ruimte op andere locaties en kunnen ondernemers weer hun ding doen.

Daarnaast hebben we afgesproken met gemeenten om minimaal twee keer per jaar nieuwe ruimtelijke plannen en actuele marktuitgiftes regionaal te bespreken. Eind dit jaar volgt dan een nieuwe doorberekening van vraag en aanbod als totaal, en kunnen we actualiseren of bijsturen waar nodig. Daarmee is dit geen statisch beleid; het blijft voortdurend in beweging. Of, om met de grote Albert Einstein te spreken: it is like riding a bicycle. To keep your balance you must keep moving.
Ik zie dit balansverhaal optimistisch in, en ook typerend voor de Overijsselse aard: je komt er samen in goed overleg uit. Je trekt met je buren op. En daarnaast toont het ook de kracht van de provincie in haar rol als regisseur; partijen bij elkaar brengen en samenhang organiseren, helpen met procesbegeleiding en monitoring.

Waarmee ik niet wil zeggen dat we geen doorzettingskracht hebben als het moet – als gemeenten er niet uitkomen, of het lukt van geen kant, dan hebben we instrumenten achter de hand om in te grijpen. Maar we komen er uit. De winkel is weer open, de loop zit er weer in.


 


WETGEVING

Over de auteur

Eddy van Hijum

Gedeputeerde Economie, Deelnemingenbeleid en Financiën voor de provincie Overijssel