Opschorting handhaving Wet DBA verlengd tot 1 januari 2020

Door Jørgen Hulsmans , 14 februari 2018

In juni 2017 werd de handhaving van de wet DBA, die de verhouding tussen opdrachtgever en zzp-er goed regelt, uitgesteld tot 1 juli 2018. Die periode wordt nu verlengd tot 1 januari 2020. Dat kondigden minister Koolmees van SZW en staatssecretaris Snel van Financiën op 9 februari aan in een brief aan de Tweede Kamer.

Inmiddels is in het regeerakkoord het einde van de wet DBA aangekondigd. Het kabinet verwacht dat pas vanaf 1 januari 2020 nieuwe wetgeving tot stand kan worden gebracht. Tot die tijd wordt de handhaving van de DBA verder opgeschort. Dat betekent dat er in beginsel geen boetes of naheffingen worden opgelegd.

Handhaving bij kwaadwillenden blijft

Dat betekent echter niet dat de Belastingdienst helemaal niet handhaaft. Bij zogeheten ‘kwaadwillenden’ wordt er wel degelijk opgetreden. Het kabinet geeft hiermee gehoor aan de toenemende onvrede over mogelijke schijnzelfstandigheid bij voornamelijk de onderkant van de arbeidsmarkt.
De Belastingdienst kan handhaven bij kwaadwillenden als zij de volgende criteria alle drie kan bewijzen:

• Er is sprake van een (fictieve) dienstbetrekking.
• Er is sprake van evidente schijnzelfstandigheid.
• Er is sprake van opzettelijke schijnzelfstandigheid.

Sectorale modelovereenkomst zzp Bouw en Infra

Cao-partijen in de bouw- en infra hebben in februari 2017 een sectorale modelovereenkomst ‘aanneming van werk’ gemaakt. Die modelovereenkomst kan totdat er nieuwe wetgeving van kracht wordt prima dienen om de contractuele verhouding tussen inlener en zzp-er te regelen. Als beide contractspartijen zo’n overeenkomst gezamenlijk invullen en ondertekenen en zich er ook aan houden, zal de Belastingdienst geen boetes of naheffingen gaan opleggen. De Belastingdienst heeft door middel van de goedkeuring immers als aangegeven dat er dan geen sprake is van schijnzelfstandigheid.

Bouwend Nederland: Goede wet moet vooral helderheid bieden

Bouwend Nederland vindt het belangrijk dat de wetgeving voor de inzet van zzp-ers helderheid verschaft aan alle partijen en dat inleners tot op zekere hoogte ook op basis van bepaalde criteria vooraf gevrijwaard moeten kunnen worden. Dat dit proces lang duurt verdient geen schoonheidsprijs, maar als die tijd nodig is om tot goede wetgeving te komen en leidt tot een ‘duurzaam en tijdbestendig’ eindproduct, dan kunnen wij daar begrip voor opbrengen. We zien uiteindelijk liever een product dat hoe dan ook helderheid biedt dan een halfzachte waar niemand echt mee uit de voeten kan.
Bouwend Nederland blijft via een werkgroep met vertegenwoordigers uit onze achterban betrokken en aangehaakt bij de uitwerking van de nieuwe wetgeving.



Over de auteur

J.J. (Jørgen) Hulsmans

Adviseur Beleid & Vereniging