COLUMN / Schaarste op de bouwarbeidsmarkt

Door Martin Koning , 15 februari 2018

COLUMN / Schaarste op de bouwarbeidsmarkt

De situatie op de bouwarbeidsmarkt is na zes jaar van crisis en een enorm verlies aan arbeidsplaatsen binnen enkele jaren met stevige productiegroei geheel omgeslagen. De werkloosheid is fors gedaald, het aantal vacatures is explosief gestegen en bouwbedrijven ervaren steeds meer belemmeringen door knelpunten in de arbeidsvoorziening en oplopende levertijden van materialen. Voor de komende jaren wordt nog een stevige groei van de bouwproductie verwacht. De vraag is of schaarste op de bouwarbeidsmarkt de voorziene productiegroei sterk zal afremmen.

De bouw heeft vooruitzicht op een aantal gouden jaren. De productie groeit de komende twee jaar met 4½% per jaar nog krachtig door en ook voor de middellange termijn wordt een solide groei van gemiddeld 2% per jaar voorzien.(*) Om deze productiegroei te kunnen realiseren, zijn in de periode 2018-2023 48.000 extra voltijdsbanen nodig en moeten tegelijkertijd nog eens 73.000 mensen de bouw instromen om de uitstroom door arbeidsongeschiktheid en pensionering op te vangen. De bouw zal alle kanalen moeten benutten om in deze instroombehoefte te voorzien, waarbij het zwaartepunt in de eerste jaren ligt.

Tijd en inspanning
Een vanouds belangrijk kanaal vormt de instroom van jonge mensen vanuit de bouwopleidingen. Tijdens de crisis zijn de leerlingaantallen door gebrek aan werk gehalveerd en zijn deze nu onvoldoende om de instroombehoefte met gekwalificeerd personeel op te vangen. Het vergt tijd en inspanning om de instroom vanuit de opleidingen weer op het oude peil van voor de crisis te krijgen. De arbeidsreserve van mensen met een WW-uitkering biedt beperkte capaciteit. Deze is in de afgelopen jaren sterk gekrompen en ook het aandeel dat vanwege werkhervatting de WW heeft verlaten, is in het afgelopen jaar sterk teruggelopen.

Hoge uitstroom
Het reservoir van buitenlandse arbeidskrachten biedt enige soelaas, mede doordat arbeidskrachten uit de MOE-landen door de Brexit nu buiten het Verenigd Koninkrijk werk moeten vinden. Dit alles is echter niet toereikend om in de totale instroombehoefte te kunnen voorzien. De bouw zal ook de gebruikelijke hoge uitstroom naar andere bedrijfstakken moeten beperken en de instroom vanuit andere bedrijfstakken tegelijkertijd moeten bevorderen om het aanbod op het gewenste peil te krijgen. De sleutel hiervoor ligt bij het bieden van gunstigere perspectieven en arbeidsvoorwaarden dan in andere bedrijfstakken. De oplopende loonkosten maken het bovendien mogelijk om arbeidsbesparende technieken en materialen op een breder vlak rendabel in te zetten.

Gunstigere perspectieven
De bouw zal in de komende twee jaar alle zeilen moeten bij zetten om de ontstane kloof tussen vraag en aanbod te kunnen overbruggen. De sector zal om deze opgave te realiseren naast opleiden meer moeten inzetten op een slimme organisatie van het werk, het benutten van arbeidsbesparende technieken en processen, en ook het beter vasthouden en aantrekken van personeel. Het bieden van gunstigere perspectieven en arbeidsvoorwaarden in concurrentie met andere bedrijfstakken kan hierbij zeker helpen. Overigens blijkt uit voorgaande perioden met schaarste op de arbeidsmarkt dat het de bouw tot nu toe is gelukt om zonder grote belemmeringen hoge productiegroei te realiseren. Ook de voorziene hoge productiegroei voor het afgelopen jaar is gehaald. Wij gaan er in onze recente ramingen vanuit dat de bouwsector hier opnieuw in zal slagen, waarbij rekening is gehouden met een lichte verschuiving van productie in 2018 en 2019 naar latere jaren.

------------------
* EIB (2018), Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2018, Amsterdam.


CAO, ARBEIDSVOORWAARDEN- EN VERHOUDINGEN ARBEIDSMARKT WERKGELEGENHEID ONDERWIJS EN OPLEIDING

Over de auteur

Martin Koning

Senior projectleider/onderzoeker bij het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB)