Mbo kan profiteren van steun en netwerk van gemeenten

Door Redactie, 28 februari 2018

Mbo kan profiteren van steun en netwerk van gemeenten

Het aantal vacatures voor mbo’ers in alle sectoren neemt snel toe. In de periode van maart tot augustus 2017 waren er bijna een kwart miljoen vacatures in de zorg, bij defensie, in de bouw, de techniek. Een groei van de werkgelegenheid voor mbo’ers van liefst 20 procent ten opzichte van een jaar eerder, zo meldden UWV en de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (Trouw, 13 februari). Dat is mooi nieuws voor de BV Nederland, maar mag niet afleiden van de ambities van het beroepsonderwijs.

Die ambities hebben we vastgelegd in een bestuursakkoord. En dat levert onmiddellijk een uitdaging op: de vertaling van die afspraken naar de regio, naar de driehoek gemeente-mbo-bedrijfsleven. Een sterkere samenwerking met ook gemeenten is cruciaal. Amsterdam is een van de gemeenten die de afgelopen jaren al het goede voorbeeld gaf met haar Mbo-agenda.

De perfecte aansluiting tussen opleiding en arbeidsmarkt bestaat niet. Dat heeft niet alleen met economische conjunctuur te maken, maar ook met het werk zelf. Wat er op de werkvloer aan vaardigheden wordt gevraagd, verandert razendsnel. Zeker in veel van de sectoren waar mbo’ers hun baan vinden. En daar valt simpelweg niet tegen op te leiden. Het Nederlandse beroepsonderwijs is dan ook geen ‘mbo.com’ dat in een handomdraai meer starters op de arbeidsmarkt kan afleveren zodra de BV Nederland daar naar vraagt.

Veel kansen

Een extra complicerende factor is dat het aantal studenten dat zich aanmeldt voor mbo-opleidingen terugloopt. Door demografische ontwikkelingen (er worden simpelweg minder kinderen geboren) en doordat minder jongeren kiezen voor het vmbo vanwege de maatschappelijke druk om te gaan voor de havo. Gelukkig ziet het mbo vooral veel kansen. Om met lef en vertrouwen de innovatieve onderwijsvormen te creëren die vakmensen opleiden voor de beroepen van morgen. En om het bedrijfsleven én de (lokale) overheden goed en structureel bij het beroepsonderwijs te betrekken en er zo voor te zorgen dat zij hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen.

Dat het zaak is om bedrijven in een zo vroeg mogelijk stadium bij de opleidingen te betrekken, mag duidelijk zijn. Zij bieden tenslotte de werkomgeving waar de door het mbo opgeleide vakmensen uiteindelijk aan de slag gaan. Bedrijfsleven en mbo zijn ook daarná aan elkaar verbonden. Met een diploma ben je een starter, en je toekomst is dat je je hele carrière blijft ontwikkelen. Je komt dus terug in het mbo om meer kennis op te doen (of om je kennis te delen). Niet voor niets benadrukte de Sociaal-Economische Raad eind vorig jaar in zijn advies voor een toekomstgericht beroepsonderwijs het belang van een nog hechtere samenwerking tussen scholen en bedrijfsleven. Amsterdam maakt daar werk van via de vier jaar geleden gelanceerde Mbo-agenda. Die voorziet in een leerpraktijk voor studenten met een grotere rol voor werkgevers uit die regio. Met succes.

Bron: Trouw.nl