COLUMN / Maak Right to repair uitgangspunt voor de bouw

Door Ellen van Bueren , 08 maart 2018

COLUMN / Maak Right to repair uitgangspunt voor de bouw

Kapot? Dank maak je het toch? Dat lijkt een vertrouwde gedachte. Mijn kinderen reageren inmiddels anders als iets kapot is: ‘Dan koop je toch een nieuwe?’. En dat is helaas geen gekke gedachtegang in een tijdperk waarin we meer en meer onrepareerbare spullen hebben. Met name in de elektronica worden veel producten de markt op gebracht waarvan het kopers zelfs verboden wordt de producten te repareren. Dat recht is voorbehouden aan de fabrikant. Tsja, waarvan ben je dan eigenlijk eigenaar? Hoe ver gaat dit eigendom? In verschillende Amerikaanse staten is inmiddels wetgeving aangenomen of in voorbereiding die een ‘right to repair’ vereisen voor de consument. Niet verwonderlijk zijn Apple en John Deere, producent van grote machines in de agrarische sector, de grote tegenstanders hiervan.  

Het recht om te repareren, vindt ook hier in Nederland steeds meer gehoor, ingegeven uit frustratie over onrepareerbare spullen. Zo worden de vrijwilligers in de repair caf├ęs moedeloos van de producten waar bezoekers mee aan komen kunnen zij niet repareren. Ook de automonteur kan vaak niet meer doen dan de elektronica uitlezen en nieuwe onderdelen bestellen die volgens de software nodig zijn.

Maar hoe zit dat eigenlijk in de bouw? Een bekend voorbeeld is de vervanging van liften, die alleen vanwege de verouderde software geheel worden vervangen. En installaties zijn natuurlijk al sinds jaar en dag het terrein van daartoe gekwalificeerde experts. De open bouwen-beweging pleit al lang voor een scheiding van de drager en inbouw, ook vanuit de gedachte van reparatie en vervangbaarheid. De aandacht voor de circulaire economie komt goed samen met deze aandacht voor right to repair.

Het belang van repareren wordt door niemand betwist. Interessant is wel van wie het recht om te repareren is. Met name als het eigendom verschuift van de gebruiker naar de producent, een van de verwachtingen van de circulaire economie, dan wordt het antwoord misschien toch onlogisch, bezien vanuit het perspectief van een huiseigenaar. Ook de toename van ingewikkeldheid van een gebouw kan de repareerbaarheid of het recht daartoe aantasten. Hoe zit het bijvoorbeeld met de nul-op-de-meter woningen? Kan daar zomaar een dakkapel, raam of uitbouw worden toegevoegd? In hoeverre mogen huiseigenaren dit eisen? Of in hoeverre mag een gemeente woningeigenaren dit verbieden?

Het zou interessant zijn als de bouw verkent in hoeverre het right to repair uitgangspunt voor de sector zou kunnen zijn. Toepassing van dit eenvoudige principe brengt vanzelf een hoop ingewikkelde vragen op tafel die hoognodig beantwoord moeten worden, willen we de ommezwaai naar een circulaire economie maken.
 


CIRCULAIRE ECONOMIE

Over de auteur

Ellen van Bueren

Hoogleraar Urban Development Management