Provincies moeten woningmarkt vlottrekken

Door Redactie Bouwmeesters , 15 maart 2018

Provincies moeten woningmarkt vlottrekken

Provincies moeten in overleg met gemeenten en marktpartijen ‘als de wiedeweerga’ werk maken van meer buitenstedelijke woningbouw. Anders loopt de woningmarkt vast, met als gevolg exploderende grond en huizenprijzen en nog meer teleurgestelde woningzoekenden. Die waarschuwing geeft directeur Nico Rietdijk van NVB Vereniging voor ontwikkelaars & bouwondernemers bij de publicatie van de NVB Thermometer Koopwoningen.

Pure gekte
Het aantal verkochte nieuwbouwwoningen steeg in 2017 vergeleken met het jaar daarvoor met tien procent tot 36.430, zo blijkt uit de halfjaarlijkse Thermometer Koopwoningen. NVB spreekt van ‘klinkende cijfers’, maar trekt tegelijkertijd aan de bel. “Pure gekte” noemt de vereniging de situatie op de woningmarkt, vooral in stedelijke gebieden in de Randstad. “Woningprijzen en de bouw- en grondkosten rijzen er de pan uit, en met name starters op zoek naar een woning moeten noodgedwongen een pas op de plaats maken.”

Te hoge wenswaarden
Gemiddeld werden woningen vorig jaar negen procent duurder, blijkt uit het NVB-rapport. Vergeleken met 2007, het jaar voor de crisis, stegen ze per saldo vijf procent in prijs. Bouwgrond werd gemeten over die periode van tien jaar gemiddeld 23 procent duurder. Rietdijk: “Grond is dus bijna een factor vijf meer in waarde gestegen. Dat is niet goed, want die ontwikkeling remt woningbouw enorm af.” De NVB-directeur wijt de stijging van de prijzen van grond en woningen aan de ‘fixatie’ op binnenstedelijk bouwen en aan de te hoge ‘wenswaarden’ voor grondopbrengsten bij gemeenten: “Als gemeente kun je in een tijd van lage rente je grondprijs wel omhoog gooien, maar dan ben je niet voorbereid op het moment dat die rente weer omhoog gaat.”

Lege schappen
Het gebrek aan bouwlocaties leidt volgens Rietdijk nu al tot ‘lege schappen’ bij projectontwikkelaars en bouwbedrijven: “En als je niks meer in de winkel hebt, is het ook slecht verkopen. Dat is waar we zeer beducht voor zijn.” Een gebrek aan (betaalbare) huizen staat voor een van de - wat hij noemt - ‘vier H’s’ waarmee ontwikkelaars en bouwers nu te maken hebben. De overige drie H’s betreffen het gebrek aan handjes in de bouw, aan heipalen (bouwmaterialen), en aan zicht op wat de hypotheekrente gaat doen. Met bij de laatste H nog het probleem van dat banken als gevolg van de crisis huiverig zijn voor het financieren van grondaankopen door ontwikkelaars. Rietdijk: “Het gevolg is dat dit de schaarste aan bouwgrond en huizen extra in de hand werkt.”

Meer buitenstedelijk
Provincies, vindt de NVB-directeur, houden bij het aanwijzen van bouwlocaties nog teveel de boot af. “Veel provincies vinden dat nieuwbouw van woningen binnenstedelijk moet gebeuren. Maar daar red je het niet mee, denken wij. Van de een miljoen woningen die er tot 2040 extra nodig zijn, denken wij dat driehonderdduizend binnenstedelijk nog haalbaar is. Bij meer loop je het risico dat je teveel de lucht in moet en te dicht op elkaar, met alle gevolgen vandien voor de leefbaarheid van binnensteden. Zevenhonderdduizend nieuwe woningen moeten dus buitenstedelijk worden gerealiseerd, vinden wij, aan de grenzen van steden en dorpen.”

Rood én groen
Gezien de oververhitte markt kunnen provincies, gemeenten en marktpartijen volgens Rietdijk niet vroeg genoeg beginnen met afspraken maken over het buitenstedelijk bouwen van woningen, “met respect voor de kwaliteit van de gebouwde omgeving en de groene ruimte”. Samen met ‘groene’ partijen als de VHG, de branchevereniging voor hoveniers en groenvoorzieners, wil NVB daarom graag werk maken van mooie plannen voor bouwen in de uitleg, met ook aandacht voor meer groen in steden zoals op daken en tegen gevels. Met als slogan ‘Rood (stenen) en groen (grond) moeten het samen doen’. Rietdijk: “Gemeente roepen we vervolgens graag op via grondexploitatie niet alleen oog te hebben voor de eigen gemeentelijke begroting maar ook meer voor de kopers en huurders van die woningen. En van banken hopen we dat die meer hun rol willen vervullen bij het in stand houden van de woningmarkt.”

Mooi afhechten
Dat meer buitenstedelijk bouwen het einde inluidt van het Groene Hart van de Randstad, klopt volgens Rietdijk niet. “Het klinkt eng, als of we de laatste snippertjes groen opofferen. Maar de cijfers van het CBS liegen niet. Die laten zien dat gemiddeld 87 procent van Nederland nog bestaat uit open ruimte, dus agrarisch areaal, natuur, bos en water. Zelfs in Zuid-Holland, de meest volle provincie, is het nog altijd 77 procent. Voor die zevenhonderdduizend buitenstedelijke woningen heb je hooguit een procent van het agrarisch areaal nodig, en 1,5 tot 2 procent als je die nieuwe wijken mooi wil afhechten met de natuurlijke omgeving. Vandaar ook onze slogan. Rood en groen kunnen het prima samen doen.”


ENERGIEZUINIGE BESTAANDE BOUW KLIMAATADAPTATIE BEBOUWD GEBIED DUURZAME BOUWPROCESSEN WONINGMARKT

Over de auteur

Redactie Bouwmeesters