Herwaardering van vakmanschap: Naar loopbaancentra in de regio

Door Eddy van Hijum , 07 juni 2018

Herwaardering van vakmanschap:  Naar loopbaancentra in de regio

Deze maand wordt de jaarconferentie van het landelijke techniekpact gehouden. Daar komen overheden, bedrijfsleven en onderwijs samen om te praten over kiezen, leren en werken in de techniek. Later dit jaar discussieert de Tweede Kamer over het toenemend tekort aan technisch opgeleid personeel. Het is hoog tijd voor een herwaardering van vakmanschap, vindt Overijssels gedeputeerde economie Eddy van Hijum.

Het is een bekend probleem: steeds meer bedrijven kunnen geen geschikt technisch personeel vinden. Het aantal vacatures in de metaalsector, de installatietechniek, de bouw, de automotive en de ICT neemt toe. Tegelijkertijd daalt de instroom in het (v)mbo. In het beroepsonderwijs is bovendien sprake van een opwaartse trend naar meer theoretische niveaus. Ook kwalitatief sluiten de competenties waarmee scholieren de opleiding verlaten niet altijd aan op de specifieke kennis en vaardigheden die op de werkvloer nodig zijn, zo ervaren bedrijven. Nog steeds sturen ouders hun kinderen liever naar de havo dan het vmbo. Er is een cultuuromslag nodig, door het beroepsonderwijs hoger te waarderen.

Beroepstrots

De misgreep tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt vraagt om een fundamentele herwaardering en erkenning van technisch vakmanschap. In het Overijsselse beroepsonderwijs wordt hieraan al volop gewerkt. ROC’s zoeken actief de samenwerking met bedrijven en vice versa, zowel voor wat betreft de inhoud van reguliere opleidingen als via maatwerktrajecten bij bedrijven. Op steeds meer basisscholen wordt tijdens techniekweken actief de interesse gewekt voor technologie. En het onderwijs stimuleert de beroepstrots met goede prestaties van leerlingen bij initiatieven als Skills Heroes (vakwedstrijden voor mbo’ers) en de Lego-league, een wedstrijd die jongeren uitdaagt om de maatschappelijke rol van techniek en technologie te onderzoeken.

Vakscholen

Maar het is nog niet genoeg. Bedrijfsleven en onderwijs kunnen alleen zélf een echte omslag bewerkstelligen. Werkgevers zullen zich in woord en daad moeten verbinden aan de opgave om mensen te interesseren voor en op te leiden in technische beroepen. Wat dat betreft kan Nederland een voorbeeld nemen aan Duitsland, waar vakmanschap in hoog aanzien staat en bedrijven bij uitstek zelf verantwoordelijkheid nemen voor het opleiden van personeel. De overdracht van vakmanschap, kennis en beroepseer vindt voor een belangrijk deel plaats op de werkvloer.

Maatwerk

Het beroepsonderwijs kan nog flexibeler inspelen op bijscholing en verdere ontwikkeling van vakmensen na hun eerste diploma. Ook liggen er kansen voor het scholen van jongeren zonder startkwalificatie, statushouders en werkzoekenden uit andere sectoren. In Overijssel proberen we in regionale Centra voor Innovatie de concrete opleidingsbehoefte van bedrijven te vertalen naar een onderwijs- en scholingsaanbod op maat.
Goeie voorbeelden daarvan zijn bijvoorbeeld REMO in Rijssen en Technicampus in Deventer. Bedrijven en ROC werken daar samen om de vakopleidingen in onder meer de bouw en de metaal vorm te geven. Met een sterke inbreng en ook financiële betrokkenheid van het bedrijfsleven zelf.

Het Rijk werkt op dit moment met een Regionaal Investerings Fonds om bovengenoemde privaat-publieke samenwerkingen te ondersteunen. Het gebeurt allemaal in de regio’s en het Rijk heeft oog voor deze initiatieven. Dat is alvast een belangrijk en hoopgevend signaal! 


ONDERWIJS EN OPLEIDING BEROEPSONDERWIJS EN HOGER ONDERWIJS INSTROOM

Over de auteur

Eddy van Hijum

Gedeputeerde Economie, Deelnemingenbeleid en Financiën voor de provincie Overijssel