BNR Bouwmeesters: gebouwen-fabriek

Door Redactie Bouwmeesters , 14 juni 2018

BNR Bouwmeesters: gebouwen-fabriek

Het toekomstige hoogste gebouw van Nederland, de Zalmhaventoren in Rotterdam, komt grotendeels ‘prefab’ uit de fabriek. Prefab-bouw is namelijk volwassen geworden. Het is sneller en goedkoper dan traditionele bouw. En volgens architect Diederik Dam is het ook nog mooi. Dat was het onderwerp van BNR Bouwmeesters van woensdag 13 juni.

In de uitzending praatten we erover met:

-Diederik Dam van Dam en Partners, ontwerper van de Zalmhaventoren in Rotterdam

-Jacco van Dijk, CEO van Byldis, het Veldhovense bedrijf dat de prefab-gevelwanden voor de Zalmhaventoren maakt

Prefab ontwikkelt zich snel

Geprefabriceerd bouwen anno nu valt niet te vergelijken met ‘prefab’ van veertig, vijftig jaar geleden, legde Dam uit. Prefab van toen is in de ogen van veel mensen saai, lelijk en goedkoop. Dat beeld klopt niet met het modulair bouwen van nu. De kwaliteit ervan is enorm toegenomen, en ontwikkelt zich snel verder, met als gevolg dat prefab volgens Dam nu zelfs beter kan zijn dan traditionele bouw. “In de fabriek met een groep mensen prefab-gevelelementen met kozijnen en glas en al maken is rustiger, dan op de bouwplaats waar je ook met weersomstandigheden hebt te maken.”

Gestort metselwerk

Dat Nederland met prefab nu koploper is, bewijst Byldis. Behalve de gevelwanden die het bedrijf levert voor de Hourglass-kantoortoren aan de Amsterdamse Zuidas en straks voor de Zalmhaventoren, gaan er ook gevelwanden per schip naar de UK en ScandinaviĆ« voor kantoortorens daar. In een reportage in de uitzending legde CE Jacco van Dijk de sandwichconstructie uit die het bedrijf voor de prefab-gevelwanden toepast, met een constructieve binnenwand, isolatie, en aan de buitenkant ‘gestort’ metselwerk. Inclusief aluminium puien en glas: “Gevelelementen zijn dus ook meteen wind en waterdicht.”

Prefab forceert integraal ontwerpen

De grootste uitdaging bij prefab-bouwen noemde Dam het op de bouwplaats aan elkaar verbinden van alle losse componenten: “Zorgen voor voldoende stabiliteit en stijfheid, zodat je draagstructuur krijgt.” Een beperking bij prefab bouwen is dat aan de afmeting van elementen een maximum zit omdat ze vervoerd moeten worden. Daar staat tegenover dat prefab bouwen sneller gaat dan traditionele bouw. De bouw van de 215 meter hoge Zalhaventoren neemt vanaf eind dit jaar drie jaar in beslag, waar die bouw anders vijf jaar zou hebben geduurd, legde Dam uit. Prefab ‘versimpelt’ ook het bouwproces: “Het forceert integraal ontwerpen. Doordat alles bij elkaar komt, je alles eerder moet bedenken en preciezer van te voren moet uitzoeken, word je meer uitgedaagd om tot op detailniveau hoge kwaliteit te maken.”

Innovatieve bouwwijze naast traditionele bouw

Net als bij traditionele bouw valt er met prefab bouwen nog een grote slag te slaan op het gebied van circulariteit en duurzaamheid, beaamde Dam. Aan het slot van de uitzending stemde hij ook onomwonden in met presentator Paul Lasseur toen deze prefab bouwen beschreef als ‘een innovatieve bouwwijze naast traditionele bouw’, een situatie die volgens Dam nog heel lang zo zal blijven bestaan.

Luister hier naar de uitzending 


LOGISTIEK IN DE BOUW

Over de auteur

Redactie Bouwmeesters