Fonds van 38 miljoen voor binnenstedelijke gebiedstransformatie

Door Redactie, 14 juni 2018

Fonds van 38 miljoen voor binnenstedelijke gebiedstransformatie

Minister Ollongren bereidt een revolverend fonds voor om woningbouw te stimuleren in transformatiegebieden. Hiervoor stelt zij 38 miljoen euro beschikbaar. Het fonds richt zich op die gebiedstransformaties waarbij een businesscase sluitend is. Noodzaak en contouren van het fonds zijn vastgelegd in een advies van het programma Stedelijke Transformatie dat op donderdag 14 juni aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken gepresenteerd is.

Klik hier voor het advies van het programma Stedelijke Transformatie »

De potentie bij binnenstedelijke gebiedstransformaties is groot. De opgave is echter ook complex. Ontwikkelingen komen regelmatig niet op gang, omdat de voorinvesteringen te groot zijn. Er is sprake van marktfalen, omdat de risico’s groot zijn, met vaak een lange doorlooptijd. “Investeringen voor de ontwikkeling komen niet van de grond, ondanks dat wel sprake is van een businesscase die sluitend kan zijn”, licht Jop Fackeldey, voorzitter van de stuurgroep Stedelijke Transformatie, toe. “Het is verantwoord om hier publieke middelen voor in te zetten, omdat de maatschappelijke urgentie om meer woningen te bouwen groot is. Een fonds kan helpen als vliegwiel bij een ontwikkeling.”

Volgens het advies van het programma Stedelijke Transformatie, dat tot stand kwam in samenspraak met gemeenten, provincies, projectontwikkelaars, investeerders, banken en kennisinstellingen, moet het fonds zich richten op de intensivering en versnelling van stedelijke transformatie naar woningbouw. Fackeldey: “Voorkomen moet worden dat projecten aan te veel eisen moeten voldoen, waardoor in de praktijk te weinig projecten aanspraak kunnen maken op dit fonds.” Het advies stelt dat de organisatie van het fonds op landelijk niveau zou moeten plaatsvinden, maar wel met kennis op het lokale niveau. Edward Stigter, directeur Leefomgeving bij de VNG, benadrukt dat maatwerk noodzakelijk zal zijn. “Juist op het lokale niveau is de kennis aanwezig om dit maatwerk te kunnen bieden.”

Hoewel het uitgangspunt van het fonds is dat het revolverend is, is er toch sprake van een verhoogd risico. “Juist dit is de crux van zo’n fonds,” stelt Stigter, “Daarom kan het goed werken. Door het verhoogde risico bestaat wel de mogelijkheid dat middelen niet (volledig) terugkomen. Dit risico moet worden ingecalculeerd om het fonds te laten slagen.” Het gevolg is dat het fonds als geheel niet 100% revolverend zal zijn. Op projectniveau is de doelstelling wel dat het 100% revolveert.

Meer informatie is te vinden op www.bouwendnederland.nl/stedelijke-transformatie of www.stedelijketransformatie.nl/thema-s/fondsvorming..


MARKT