BNR Bouwmeesters: herbestemming erfgoed

Door Redactie Bouwmeesters , 21 juni 2018

BNR Bouwmeesters: herbestemming erfgoed

Meestal gaat BNR Bouwmeesters over nieuwbouw of plannen daartoe. Maar het onderwerp van de uitzending van woensdag 20 juni was herbestemming van historische gebouwen. De uitzending vond plaats vanuit de tot ondernemers-broedplaats getransformeerde De Gruyterfabriek in Den Bosch, de plek waar precies tweehonderd jaar geleden de legendarische kruideniersfirma P. De Gruyter & Zoonen werd opgericht.

In de uitzending praatten we erover met:

- Maarten de Gruyter, nazaat van de gelijknamige kruideniersketen en mede-eigenaar van ontwikkelaar Boelens de Gruyter;

- Raymond Knops, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en verantwoordelijk voor het Rijksvastgoedbedrijf;

- Duncan Stutterheim, oud-organisator van dancefeesten en nu in Amsterdam eigenaar van A’DAM Toren en de Westergasfabriek.

Waarde historische gebouwen stijgt

De waardeontwikkeling van historische rijksgebouwen zoals kerken, oude fabrieken, schoolgebouwen, watertorens en (koepel)gevangenissen vertoont in deze tijd een stijgende lijn, constateerde Knops. “Het zijn bijzondere gebouwen die niet vaak op de markt komen. Ze horen bij onze geschiedenis en vertegenwoordigen een bepaalde periode en bouwstijl.” Hij gaf aan dat de herontwikkeling van rijks-erfgoed een zaak is van de rijksoverheid, gemeenten en marktpartijen samen. “Als Rijksvastgoedbedrijf zijn we steeds meer en intensief in gesprek met gemeenten en private partijen. Dus de scheiding tussen markt en overheid vervaagt in zekere zin, omdat je een gemeenschappelijk doel formuleert.”

Nieuwe economische drager voorwaarde

Knops benadrukte het belang dat zulke projecten een nieuwe ‘economische drager’ krijgen: “Bij zo’n transformatie gaat het ook om het benutten van economische kansen.” Bij objecten die vanwege hun historische waarde niet onder de slopershamer mogen vallen maar waarin de markt geen brood ziet, is het volgens de bewindsman de taak van de overheid om daar dan zelf een positie in te nemen: “Omdat het soms wel tien jaar duurt voordat je zo’n project op een positieve manier kunt ontwikkelen. Een ontwikkelaar kan vaak niet zolang wachten.”

Bouwkundig vaak wat mis

De Gruyter stelde vast dat er doorheen het land nog veel historische gebouwen staan waarvan de herontwikkeling moeilijk door de markt zal worden opgepakt, “met uitzondering van Amsterdam want dat is een markt op zich”. Dat er bouwkundig vaak wat mis is met oude gebouwen, maakt volgens hem ook dat er ook ontwikkelaars zijn die om de herontwikkeling van erfgoed heen lopen. “Het vraagt net wat meer kennis, uithoudingsvermogen en creativiteit om dit soort objecten te transformeren.”

Oud is solide

Een voordeel van oudere gebouwen is dat ze vaak heel solide zijn gebouwd, lichtten De Gruyter en Stutterheim toe. Zo meldde Stutterheim dat het draaiende restaurant bovenop de A’DAM Toren aan het IJ 500.000 kilo weegt, maar dat voor de plaatsing ervan het voormalige Shell-hoofkantoor niet extra hoefde te woorden verstevigd. In het door Boelens de Gruyter tot hotel getransformeerde Parool-Trouw gebouw draaiden vroeger zware krantenpersen. “Dus er is in die tijd veel gebouwd wat heel veel kan hebben”, aldus De Gruyter.

Vliegwieleffect

Oneens was Knops het met de stelling van presentator Paul Laseur dat je als overheid bedrijfshuisvesting subsidieert door erfgoed te mee te herontwikkelen. “Natuurlijk moeten we niet alles dichtduwen met subsidie als het niet rendabel is. Maar voor een stukje onrendabele top financieren ben ik wel, omdat het uiteindelijk een vliegwieleffect oplevert. Want bedrijfjes die erin komen worden groter en leveren dan meer werkgelegenheid op. In economische termen heb je dus een hele goede business case, daar ben ik van overtuigd.”

Luister hier naar de uitzending 


MARKT

Over de auteur

Redactie Bouwmeesters