Samen schouders onder Klimaatakkoord!

Door Redactie Bouwmeesters , 12 juli 2018

Samen schouders onder Klimaatakkoord!

“Een goede basis om mee aan de slag te gaan. Maar om het aanbod van de bouwsector te kunnen realiseren is het essentieel dat de nu gemaakte afspraken worden vertaald in een concreet en realistisch uitvoeringsprogramma.” Met die reactie op de dinsdag gepresenteerde hoofdlijnen voor het Klimaatakkoord geeft Bouwend Nederland programmamanager duurzaamheid Helen Visser aan blij te zijn met wat er in het startdocument staat. Om de verduurzamingsopgave op tijd te realiseren moet de sector kunnen opschalen. Hiervoor moeten nog wel de juiste condities worden geschapen. 

Belangrijke voorwaarden

Het hoofddoel van het Klimaatakkoord is om de uitstoot van broeikasgassen in Nederland tot 2030 met 49 procent terug te dringen in vergelijking tot 1990. Voor het halen van die doelstelling biedt de bouwsector een heel mooi pakket aan: 30 miljard kostenreductie, 3,4 Mton CO2-reductie in 2030 en een goede opstap naar een CO2-neutrale gebouwde omgeving in 2050. Een belangrijke voorwaarde voor het realiseren van dit aanbod is een evenwichtige balans tussen besparen/isoleren en duurzame energieopwekking, begint Visser. Tot 2030 zetten we daarnaast in op twee parallelle sporen, voor gelijksoortige gebouwtypen grootschalig verduurzamen, voor het overige deel kijken naar maatwerk. Tot slot moet er een professionele en planmatige aansturing komen door gemeenten, innovatiekracht moet vergroot worden en volop aandacht voor voldoende instroom van arbeidskrachten.

Continue marktvraag

”Om op te kunnen schalen is het belangrijk dat bedrijven zicht hebben op een continue marktvraag,” benadrukt Visser. “Wil je als ondernemer bijvoorbeeld investeren in een robotstraat voor een meer geïndustrialiseerde aanpak van renovatie, dan wil je wel zicht hebben op dat er een meerjarige vraag voor een bepaald woningtype komt.” Bij die planmatige aansturing spelen decentrale overheden een belangrijke rol. “Gemeenten moeten een visie ontwikkelen op hoe ze gaan verduurzamen en met een plan komen welke wijk wanneer van het gas af gaat én wat dan de alternatieve energievorm wordt. Want dan heb je als bouwbedrijf een basis om mee aan de slag te gaan. Het Klimaatakkoord moet dat faciliteren.”

Woonlastenneutraal

Een belangrijk uitgangspunt is dat verduurzaming van woningen ‘woonlastenneutraal’ gebeurt. “De kosten die je hiervoor maakt, mogen niet hoger zijn dan de huidige energierekening van die woning. De particulier mag het dus niet voelen in zijn portemonnee ”, ligt Visser toe. Banken en andere financiële instellingen zoals pensioenfondsen zijn bezig met het ontwikkelen van aantrekkelijke gebouwgebonden financieringsvormen. Corporaties willen de kosten betalen met extra heffingen, gecompenseerd door verlaging van de energiekosten.

Concrete afspraken maken

De uitvoering van het Klimaatakkoord start vanaf 2019. Volgens de afspraken die nu op papier staan, moeten de komende drie jaar ruim 100.000 bestaande woningen van het gas af. Vanaf 2021 moet het tempo snel omhoog naar 200.000 woningen per jaar. Sinds 1 juli geldt ook een aansluitverbod op aardgas bij nieuwbouw. En voor utiliteitsbouw wordt gebouwgebonden energieverbruik genormeerd op basis van het energielabel. Vanaf 2023 moeten kantoorgebouwen minimaal label C hebben. Bij de

vraag of het nu al zeker is dat alle doelen worden gehaald, sluit Visser af: “De bouwsector is er klaar voor. Als we komend half jaar de organisatie, financiën en processen goed regelen, is Bouwend Nederland ervan overtuigd dat we het klimaatdoel halen!” 


WETGEVING

Over de auteur

Redactie Bouwmeesters