Een ongebruikelijke wijze om betaling van opdrachtgevers af te dwingen

Door Peter Vermeij , 27 september 2018

Een ongebruikelijke wijze om betaling van opdrachtgevers af te dwingen

Recentelijk diende de rechtbank Rotterdam zich uit te laten over de rechtmatigheid van een door een aannemer gehanteerd pressiemiddelen om betaling van de opdrachtgevers te verkrijgen, pressiemiddelen die men in de praktijk niet vaak tegenkomt. Het leggen van beslag of het uitoefenen van het retentierecht zijn wel doeltreffende middelen. Van het gehanteerde pressiemiddel in deze zaak moest dat nog blijken. Wat was het geval.

De aannemer verkreeg de opdracht om een veranda aan de boerderij van de opdrachtgevers te realiseren. Omdat dit te lang duurde schakelden de opdrachtgevers een andere aannemer in om het werk af te maken. Zoals vaker in dit soort zaken lieten de opdrachtgevers de laatste nota van de eerste aannemer onbetaald (€ 3.100,00). Om de opdrachtgevers te bewegen om toch vooral wel te betalen, plaatste de aannemer langs de openbare weg in de nabijheid van de boerderij diverse, voor passanten duidelijk leesbare borden met de teksten “opdrachtgevers” veranda betalen!, “opdrachtgevers hebben hun veranda nog steeds niet helemaal betaald”, en een verwijzing naar een website met “oplichting”. Een ander door de aannemer gehanteerd middel was het verzenden van sms-jes waarvan de strekking steeds was dat er betaald moest worden, omdat anders de veranda zou worden afgebroken. Een door de advocaat verzonden brief werd door de aannemer ongeopend in cadeauverpakking retourneert met daarop de mededeling ‘jullie moeten je rekening betalen oplichters.’

De rechter had in deze zaak te oordelen of de aannemer onrechtmatig had gehandeld en hiermee moest ophouden. Bij de beoordeling van dit soort zaken speelt het recht van vrije meningsuiting van de aannemer een rol en het recht van opdrachtgevers op eerbiediging van de eer en goede naam door niet op lichtzinnige wijze te worden blootgesteld aan ernstige verdachtmakingen en beschuldigingen die gebaseerd zijn op onjuiste dan wel onvolledige feiten of suggesties. Het komt er op aan of de gewraakte mededelingen van de aannemer onjuist zijn en, indien zij juist zijn, of zij onnodig grievend zijn. De rechtbank oordeelde als volgt: 

‘Daarom acht de voorzieningenrechter het plaatsen van de tekstborden niet onrechtmatig, althans voor zover daar op staat dat eisers niet (alles) betaald hebben. Die mededeling is immers feitelijk juist en heeft betrekking op een zakelijk geschil. Dit valt naar voorlopig oordeel onder de vrijheid van meningsuiting. Opdrachtgevers zullen begrijpelijkerwijs ongemak ervaren door deze tekstborden maar dat maakt de mededelingen nog niet zonder meer onrechtmatig. In dit oordeel wordt meegewogen dat de vrijheid van meningsuiting juist is bedoeld voor die gevallen waarin de uitlatingen (kunnen) schrijnen. Het recht op vrije meningsuiting zal gewoonlijk niet ingeroepen hoeven te worden bij een eenvoudig praatje over het weer. Voorts wordt meegewogen dat de opdrachtgevers ook de mogelijkheid hebben om in de - kleine gemeenschap - hun eigen visie op het geschil te verspreiden. Wel onrechtmatig acht de voorzieningenrechter de mededelingen dat sprake is van oplichting. Daar is geen enkel bewijs van voorhanden.’ ‘Ook onrechtmatig acht de voorzieningenrechter dat de aannemer in zijn elektronische berichtgeving wil suggereren dat hij de veranda zal (laten) afbreken. De voorzieningenrechter tekent aan dat de aannemer en de personen die hij daarvoor inschakelt niet zonder toestemming van eisers hun erf mogen betreden en dat eigenrichting in Nederland verboden is. De veranda behoort aan de opdrachtgevers in eigendom toe en de aannemer moet daar van af blijven. Als de aannemer in zijn berichtgeving waarschuwt dat het uit de hand zou kunnen gaan lopen, dan zit daar een onmiskenbare dreiging met geweld in. Dit zijn bedreigende berichten en die mogen natuurlijk niet.’

De meeste door de aannemer gehanteerde pressiemiddelen konden in de ogen van de rechtbank (terecht) geen genade vinden. De gouden tip van de rechtbank was toch om vooral te kiezen voor de gebruikelijke route en de vordering voor te leggen aan de kantonrechter. Dat had beter meteen het startpunt van de aannemer kunnen zijn en ook nog eens een kostenbesparende.


AANBESTEDEN EN CONTRACTEREN

Over de auteur

P. (Peter) Vermeij

Juridisch Adviseur