COLUMN/ Miljoenennota 2019 biedt perspectieven voor de bouw

Door Martin Koning , 18 oktober 2018

COLUMN/  Miljoenennota 2019 biedt perspectieven voor de bouw

Onlangs heeft het kabinet in de Miljoenennota haar beleidsvoornemens bekendgemaakt voor het komende begrotingsjaar. Een aantal maatregelen heeft gevolgen voor de bouw. Zo wil het kabinet de werking van de woningmarkt verbeteren en is er extra geld beschikbaar voor infrastructuur.

Twee voorgenomen maatregelen om de werking van de woningmarkt te verbeteren, zijn de versnelde verlaging van het maximale tarief waartegen hypotheekrente kan worden afgetrokken en de uitfasering van de aftrek wegens geen of beperkte eigenwoningschuld (Wet Hillen) in dertig jaar. Deze maatregelen hebben een beperkte impact op de woningvraag en de woningbouw. Zo zal de uitfasering de kosten voor een gemiddeld huishouden met geen of weinig beperkte eigenwoningschuld gedurende dertig jaar geleidelijk laten oplopen tot uiteindelijk € 550 per jaar. De eerder voorgenomen verlaging van het maximale tarief heeft een grotere impact dan de versnelling ervan.

Hiernaast wordt door het Rijk ingezet op het vergroten van het woningaanbod en heeft het Rijk in de Nationale Woonagenda samen met andere stakeholders afgesproken dat er tot 2025 jaarlijks 75.000 woningen in Nederland moeten worden bijgebouwd. Het Rijk gaat met expertteams gemeenten, corporaties en marktpartijen bij lastige projecten ondersteunen en stelt bovendien € 38 miljoen beschikbaar om woningbouw op transformatielocaties te stimuleren.
Het bevorderen van het aanbod is een belangrijk middel om de krapte op de woningmarkt te verminderen en daarmee de toegankelijkheid van de woningmarkt te bevorderen. Het genoemde aantal van 75.000 woningen per jaar is nodig om de structurele huishoudensgroei in de komende jaren op te vangen en ook de krapte geleidelijk terug te dringen. Overigens is het hierbij onzeker of de huidige instrumentering van het Rijk voldoende is voor andere partijen om deze woningaantallen te realiseren. Aandachtspunt bij de toegankelijkheid is het beleid van sommige gemeenten om quota in te stellen om de bouw van voldoende (huur)woningen in het middensegment te bevorderen. Uit eerder door het EIB verricht onderzoek blijkt dat dergelijk beleid de doorstroming op de woningmarkt naar dure woningen belemmert, waardoor minder goedkope en middeldure woningen in de bestaande voorraad vrijkomen. Bovendien leiden de quota tot lagere grondopbrengsten, hetgeen de nieuwbouw kan belemmeren of anders hoge kosten voor gemeenten met zich meebrengen.

Het kabinet heeft er hiernaast voor gekozen om € 1 miljard extra in infrastructuur te investeren, waardoor de totale investeringen in infrastructuur in 2019 op € 8,4 miljard uitkomen. Van de impuls wordt € 450 miljoen besteed aan rijkswegen, € 350 miljoen aan spoor, € 150 miljoen aan vaarwegen en € 50 miljoen aan fietspaden.

Al met al biedt het kabinet met de Miljoenennota 2019 gunstige perspectieven voor de bouw. De maatregelen om de fiscale begunstiging van het eigen woningbezit te verkleinen, hebben geringe gevolgen voor de woningvraag. Voldoende nieuw woningaanbod zal de krapte op de woningmarkt verminderen en de toegankelijkheid verbeteren, maar de instrumentering hiervan is nog wel onzeker. De extra middelen voor infrastructuur brengen niet alleen het aantal knelpunten terug, maar zullen ook de grond-, water- en wegenbouw een forse productiegroei opleveren.


DUURZAME BOUWPROCESSEN WONINGMARKT

Over de auteur

Martin Koning

Senior projectleider/onderzoeker bij het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB)