Hoe veilig zijn onze tunnels?

Door Redactie Bouwmeesters , 11 februari 2016

Hoe veilig zijn onze tunnels?

Hoe staat het met de veiligheid van tunnels in Nederland? In de uitzending van BNR Bouwmeesters van 10 februari schotelde BNR-presentator Jan Postma die vraag voor aan zijn gasten Patrick Potgraven van de Verkeersinformatiedienst (VID) en CDA-Tweede Kamerlid Martijn van Helvert (in de Haagse studio). Een gesprek over ‘tunneldosering’ als bezuinigingsmaatregel en over oude tunnels met haperende veiligheidssystemen.  

De Velsertunnel, de oudste tunnel van Nederland (1957), gaat in april voor negen maanden dicht voor een grondige opknapbeurt. De tunnel in de A22 onder het Noordzeekanaal krijgt er dan 12 centimeter doorrijhoogte bij, door het afschrapen van het wegdek. Dat is genoeg voor de hogere vrachtwagens van nu. Verder komen er een nieuw ventilatiesysteem en aangepaste vluchtwegen. Ter beperking van de verkeersoverlast krijgt de naastliggende Wijkertunnel er in beide richtingen tijdelijk een extra rijstrook bij.

Onder stroom

Maar volgens Tweede Kamerlid Van Helvert moet de in 1996 geopende Wijkertunnel zelf eigenlijk ook op de schop. Citerend uit het inspectierapport van Rijkswaterstaat: “Het asfalt is weinig stroef waardoor je sneller slipt, door scheurvorming in het asfalt is de onderliggende constructie aangetast door water en pekelzout, wat zorgt voor corrosie van staal, en ook de brandwerende afsluitingen voor de kabeltoevoer ontbreken waardoor je onder stroom kunt komen te staan als het regent.” Maar toen hij laatst aan minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu vroeg of de tunnel nog wel aan de norm voldoet, kreeg hij als antwoord dat RWS tunnels adequaat onderhoudt en dat iedereen er veilig doorheen kan rijden.

Van Helvert kwam met nog meer voorbeelden van tunnels waarmee wat aan de hand is. Zoals de Zeeburgertunnel waarvan de brandmeldingsinstallatie niet werkt. En bij de Schipholtunnel kan bij blikseminslag het kabeldraagsysteem kapot gaan, de brandblusinstallatie en de masten van de objectverlichting kunnen onder stroom komen te staan, het bedienings- en besturingssysteem functioneert niet meer, de hijsinstallatie kan niet worden gebruikt en de radio-installatie voldoet niet meer. “Toen ik aan de minister vroeg of dit allemaal klopte, zei ze ja, maar op mijn vraag of het aan de norm voldoet, antwoordde ze ook ja. Wat zijn dat dan voor normen, vraag ik me dan af.”

Eigen vlees

In antwoord op die vraag wees VID’er Potgraven op de nieuwe Tunnelwet. Die schrijft voor dat alle tunnels uiterlijk op 1 mei 2019 moeten zijn aangepast aan de nieuwe scherpere normen. Potgraven: “Tot die tijd hoeven tunnels niet aan die strengere normen te voldoen. Op zich is dat ook logisch, want een aantal tunnels moet onderhanden worden genomen, voordat ze aan het vereiste niveau kunnen voldoen.” Maar Van Helvert keek daar toch anders tegenaan: “Ik snap dat er kleine dingen zijn die het niet doen en ook weleens wat grotere dingen. Nou allee, dat kan nog. Maar dit gaat toch over vrij essentiële dingen. Dan vind ik zo’n berustend antwoord van minister Schultz wel ver gaan.” En ook over RWS die de tunnels inspecteerde op verzoek van de minister, was de CDA’er niet mals: “In principe heeft de slager zijn eigen vlees gekeurd en zelfs de slager vindt z’n eigen vlees stinken. Zo erg is het.”

Tunneldosering

Volgens Potgraven is het nieuwe tunnelregime “wel heel erg aan de strakke kant”. Tegelijkertijd plaatste hij met Van Helvert vraagtekens bij het middel van tunneldosering waarvoor het ministerie om bezuinigingsredenen koos om nieuwe tunnels veilig te maken. Potgraven: “Om wille van de veiligheid mag er geen file in de tunnel ontstaan. Dreigt er voorbij de tunnel filevorming, dan knijpt men het verkeer voor de tunnel af, zodat die file niet zo lang wordt dat die ook in de tunnel terecht komt. Tunneldoseren noemen we dat. Daardoor hoefden er in die tunnels zelf een aantal veiligheidssystemen niet te worden aangelegd.”

Zo zit er in de Tweede Coentunnel en in de Leidsche Rijntunnel geen nisbus-systeem, een geavanceerde maar ook dure sprinklerinstallatie. Met als gevolg dat bij de Tweede Coentunnel de brandweer bij brand niet de tunnel in wil en dat de Leidsche Rijntunnel tot wel 140 keer per maand dicht moet om het verkeer te doseren. Met alle maatschappelijke en economische schade van dien. Potgraven: “Achteraf moet je dus constateren dat het misschien niet zo’n handige beslissing is geweest.” In reactie op een motie van onder meer Tweede Kamerlid Barbara Visser (VVD) bekijkt de minister nu welke andere mogelijkheden er zijn om files in tunnels te voorkomen.

Van Helvert: “Uiteraard is geld altijd een afweging en niet alles is betaalbaar. Daar heb ik alle begrip voor. Maar dat we maar een keer in de 6 jaar een inspectie doen en dan oplopen tegen gebreken die ik daarnet noemde, dat moeten we niet willen.” De CDA’er stond ook stil bij de vaststelling van Potgraven dat zich in Nederland in tunnels gelukkig nog geen grote ongevallen hebben voorgedaan: “Ik denk dat het goed is dat we ons als Kamer juist daarom er nu zorgen over maken dat het ook niet zover komt. We kunnen er nu iets aan doen. Laten we dan ook niet wachten totdat het echt misgaat.”

Luister hier de uitzending van BNR Bouwmeesters terug 


INFRAMARKT

Over de auteur

Redactie Bouwmeesters