COLUMN/ Innovatie anno 2016: van productinnovatie naar procesinnovatie

Door Edwin Lokkerbol , 31 maart 2016

COLUMN/ Innovatie anno 2016: van productinnovatie naar procesinnovatie

De afgelopen jaren staan volop in het teken van innovatie. Veel publicaties in kranten en tijdschriften gaan hierover. Overal in Nederland duiken ‘hotspots’ op om ’start-ups’ te faciliteren. We hebben een ‘start-up Delta’ waar prins Constantijn en Neelie Kroes de schouders onderzetten. Ondernemerschap moet een vak worden op diverse opleidingen volgens menige organisatie. En ook de als conservatief geziene bouwsector moet meer innoveren, waarbij de Bouwcampus zelfs ‘partijen bij elkaar moet brengen’.

De afgelopen jaren is het beeld ontstaan dat vooral bedrijven met innovatie bezig zijn. Maar niets is minder waar. In het de laatste maanden veelvuldig geciteerde boek ‘The Entrepreneurial State: debunking public vs private sector myths’ maakt hoogleraar Mariana Mazzucato duidelijk dat overheden de motoren zijn van innovatie. Belangrijke groeisectoren als internet, bio- en nanotechnologie en farma zijn allemaal tot wasdom gekomen dankzij fundamenteel onderzoek van overheden en universiteiten. Managers en ondernemers (met Apple als meest aansprekende voorbeeld) hebben van dit onderzoek gebruikt gemaakt en er een business van gemaakt. Zonder (investerende en onderzoekende) overheden is er geen sprake van ‘start ups’ en ‘scale ups’. Overheden blijken een cruciale rol te hebben bij het mogelijk maken van fundamentele innovaties in een grote diversiteit in sectoren.

Volgens het Centraal Planbureau (CPB) kan een overheid innovaties op verschillende manieren stimuleren (Cobouw 39, 26 februari 2016). Subsidies en fiscale faciliteiten zijn de meeste bekende, maar blijken volgens het CPB onvoldoende te werken. Ook Mazzucato stelt dat geen enkele onderneming innoveert vanwege subsidies of fiscale voordelen. De reden dat ondernemingen dit wel doen, is omdat ze marktkansen zien. En daarbij kan de overheid dus wel een rol spelen; vooral als ‘launching customer’.

Het CBS geeft aan dat de overheid meer en beter inzetten op innovatiegericht aanbesteden, waarbij de Maeslantkering en de dubbelaags A2 tunnel Maastricht als voorbeelden gezien worden. Nu vind ik deze beide voorbeelden niet noodzakelijkerwijs gelukkig gekozen. De A2 kan zeker gezien worden als een innovatieve oplossing en in die zin als een vernieuwing. Maar de echte vernieuwing zit in de mogelijkheid die een aanbesteding biedt om een onderscheidende propositie aan te bieden. Het is hier het proces dat zorgt voor de innovatie. Waarbij niet (alleen) de bouwers de innovators zijn, maar evenzo de aanbestedende partij. Rijkswaterstaat (RWS) in dit geval.

Meiny Prins heeft in het FD van vrijdag 18 maart jl. aangegeven hoe lastig het is voor overheden om innovatief in te kopen. Zij stelt dat doordat in het proces geen fouten gemaakt mogen worden, er vrijwel geen innovatie meer plaatsvindt. Er is immers een systeem van regels en procedures opgetuigd waarin risicomijdend gedrag wordt beloond. Innovatie is niet risicomijdend en wordt dus geschuwd.

Sturen op risicomijdend gedrag is een begrijpelijke reflex na infrastructurele projecten die ‘financieel uit de hand zijn gelopen’. Maar iedere vorm van innovatie en moderne samenwerking wordt er mee in de kiem gesmoord. Terwijl juist de Nederlandse waterbouw groot is geworden door een innige samenwerking tussen publiek en privaat.

Landschapsarchitect Adriaan Geuze benadrukte op een door waterschappen en waterbouwers georganiseerde bijeenkomst op 29 september jl. nog eens dat in Nederlandsamenwerken in ons collectieve DNA verankerd is als onderdeel van onze strijd tegen het water. Om te doen waar Nederland goed in is (land maken) is een traditie ontwikkeld die we niet per ongeluk hebben, zo stelt Geuze. “Er is een sterke democratische overheid nodig waar kennis, kunde en vakmanschap de boventoon voeren. We moeten weer durven ‘knoeien’ (learning by doing). Het is tijd dat we ons DNA herontdekken en weer meer gaan samenwerken”.

In een sector (waterbouw) waarin er vrijwel geen private opdrachtgevers zijn – op het Havenbedrijf Rotterdam en jachthavens na- is het duidelijk dat de manier waarop wordt ingekocht zeer bepalend is voor de mate waarin innovatie in een sector wordt toegelaten. Innovatie concepten kunnen alleen maar succesvol worden, indien er geëxperimenteerd kan worden en opdrachtgever en opdrachtnemer in een continue dialoog zijn.

Tijdens het debat in de Tweede Kamer op 9 maart jl. met minister Kamp over de Aanbestedingswet zijn alle Kamerleden het eens. Binnen de grenzen van de huidige manier van aanbesteden is er veel méér mogelijk om ruimte te bieden aan innovatie voor grootbedrijf èn MKB. Dat vooral veel overheden niet goed weten hoe innovatief kan worden aanbesteed kan met angst te maken hebben. Angst om te falen, zo stelt ook Prins. Vandaar dat fouten maken mag bij het toepassen van innovaties. En soms ook moet. En dat maakt de taak van een inkopende partij er zeker niet makkelijker op. Wel uitdagender.

Daarom pleit ik ervoor dat RWS, provincies en de waterschappen zich meer richten om procesinnovaties om daarmee productinnovaties mogelijk te maken. Zonder innoverende overheden immers geen innoverende bedrijven.


FINANCIERING

Over de auteur

Edwin Lokkerbol

Directeur van de Vereniging van Waterbouwers