Gedrag als leidraad bij ontwerp fietspad

Door Redactie Bouwmeesters , 18 mei 2017

Gedrag als leidraad bij ontwerp fietspad

Slimme fietssnelwegen, fietser-stoplicht interactie, duurzaam asfalt, extra verhard voor meer rijcomfort, verwarmde fietspaden tegen sneeuw en ijzel, verlicht door zonne- en windenergie. Er komen veel innovaties op fietspaden af. Nog meer bijdragen aan veilige fietspaden, kan de bouwsector door in plaats uit te gaan van ‘rigide richtlijnen’ extra oog te hebben voor het gedrag van mensen en daar dan met het ontwerp op aansluiten. Dat zegt Associate Professor Urban Planning aan de Universiteit van Amsterdam Marco te Brömmelstroet. De‘fietsprofessor’ was te gast bij de uitzending BNR Bouwmeesters van woensdag 17 mei die ook over fietspaden ging. 

Pijnpunten

Een goed fietspad biedt in de ogen van Te Brömmelstroet vooral een veilige omgeving.
“Er zijn heel veel innovaties die op het fietspad afkomen. Vooral interactie van fietsers met verkeerslichten lijken relevant, want daar zitten de grootste pijnpunten. Slimme innovaties zijn prima, maar zouden vooral het fietsen slimmer en leuker moeten maken. Snelheid is maar een zeer beperkt criterium voor fietsers om te gaan fietsen en om een route te bepalen. Het gaat vooral om beleving, plezier, vrijheid. Iedere innovatie zou daaraan moeten bijdragen.”

Snelle fietsroutes

Zowel Utrecht als Nijmegen en Groningen maken volgens Te Brömmelstroet dit keer een goede kans te worden uitgeroepen tot ‘beste fietsstad van Nederland’. Groningen en Nijmegen wonnen de door de Fietsersbond jaarlijks georganiseerd verkiezing al eerder, Nijmegen onder meer met goede snelle fietsroutes. De stad organiseert samen met Arnhem in juni ook het internationale fietscongres Velo-city. Van 13 tot en met 16 juni praten dan 1500 deelnemers er over de laatste innovaties op het gebied van fiets en fietsinfrastructuur.

Smallere zebrapaden

Volgens de Amsterdamse hoogleraar gebeurt het ontwerp van die infrastructuur nu nog teveel langs rigide richtlijnen, waarna het gedrag van fietsers in die ‘mal’ wordt geperst. Hij pleit voor het omdraaien van dit proces: “Kijken naar wat mensen doen en proberen daar zo goed mogelijk bij aan te sluiten. ” In Amsterdam is er zo volgens hem al veel extra ruimte gevonden voor fietsers, “door kleine, slimme aanpassingen te maken, zoals smallere zebrapaden en taps-toelopende oversteken”.

Fietsstraat-concept

De kans dat Amsterdam de Fietsersbond-verkiezing dit keer wint acht Te Brömmelstroet gering. Daarvoor wass de hoofdstad volgens hem tot voor kort niet goed genoeg ‘in het omarmen van fietsen als oplossing van problemen’. Volgens hem zou iedere stad de fietser centraal moeten stellen in het mobiliteitsbeleid. In dat opzicht boekt Amsterdam volgens hem wel vooruitgang, met het inrichten van de Sarphatistraat als fietsstraat waar auto’s te gast zijn en het nieuwe MeerJarenPlan Fiets. Als het aan hem ligt worden in binnensteden alle straten ’30 kilometer gemaakt’ en ingericht volgens het fietsstraat-concept: “Dan heeft iedereen weer voldoende ruimte en wordt het grootste gevaar – snel rijdende auto’s –geweerd.”

Geen klein autootje

Van snelle (weersonafhankelijke) fietssnelwegen tussen steden in, is hij geen voorstander: “Onnodig, duur en ineffectief. Het neemt een auto-mindset en plakt die op fietsopgaves.” Hij gelooft veel meer in verknoping van de fiets met het (regionale) openbaar vervoer. Bij die aanpak past ook zijn oproep richting beleidsmakers en bouwsector: “Beschouw de fiets niet als een klein autootje, maar als een hybride tussen mens en machine, waarin de mens veruit de grootste invloed heeft. Zorg dus dat je handelt en ontwerpt vanuit het oogpunt van sociologie en psychologie in dezelfde mate als vanuit engineering.”
 


INFRAMARKT

Over de auteur

Redactie Bouwmeesters