COLUMN / Waar blijven de jonge bouwondernemers in de Quote Top 100?

Door Edwin Lokkerbol , 14 juni 2017

COLUMN / Waar blijven de jonge bouwondernemers in de Quote Top 100?

Het is altijd leuk om te bekijken welke jonge miljonairs er dit jaar weer in de Quote Top-100 staan. Naast model Doutzen Kroes en artiesten als Nick en Simon staan er vooral veel ondernemers in. Het valt vooral op hoe IT-gedomineerd de lijst is.

In een column in het Financieel Dagblad van zaterdag 6 juni jl. trekt Chris Eveleens, promovendus aan het Copernicus Institute of Sustainable Development van Universiteit Utrecht, nog een aantal interessante conclusies over deze Top-100. Ten eerste dat er maar weinig echt radicaal-innovatieve bedrijven tussen zitten. De IT-bedrijven varen vooral op het digitaliseren van producten en diensten. Ze verlagen de transactiekosten van het bestellen van afhaalmaaltijden (Takeaway.com), kopen van elektronica (CoolBlue) of vergelijken van vliegtickets (Travelbird). Maar ze maken in essentie gebruik van bestaande technologie en laten verder de bestaande waardeketen grotendeels intact.

Ten tweede valt het Eveleens op dat er schrikbarend weinig vrouwelijke ondernemers in de lijst staan. Het is er namelijk geen één. En dit terwijl uit een grote hoeveelheid onderzoeken blijkt dat meer diversiteit leidt tot meer innovatie en creativiteit. Ook voor de bouw ligt hier een grote opgave.
Ten derde: slechts drie ondernemingen richten zich op een maatschappelijk probleem. Yard Energy van Kevin Dijkers (ontwikkelaar windmolenparken) is de enige die als ‘bouwgerelateerd’ aangeduid zou kunnen worden.

Om op de eerste constatering van Eveleens in te gaan: het is opvallend dat de bedrijven die sterk zijn gegroeid vooral te maken hebben met bestaande technologie die beter wordt toegepast in een bestaande waardeketen. Vaak met aparte software of webapplicaties. De bedrijfsmodellen die succesvol zijn, zorgen er dus voor dat de bestaande processen in een keten korter worden en dat nieuwe vormen van communicatie zich richten op de eindgebruiker (Cool Blue met creatieve communicatie). Echt baanbrekende innovaties (gebaseerd op nieuwe inzichten en nieuwe technologie) zitten er niet tussen.

Voor de bouwsector lijkt het me dan ook een uitdaging om te zien wat de rol van digitale processen en IT kan zijn, alsmede de rol van communicatie richting de eindgebruiker. Zijn er nieuwe aanbieders die een deel van de waardeketen anders kunnen inrichten? Wat wordt de rol van de consument als eindgebruiker van een gebouw? Het valt mij op dat we het in de bouw wel over IT, BIM en SE hebben als middel om de keten te optimaliseren. Maar dat nieuwe initiatieven om eindgebruikers (meer) te betrekken niet of mondjesmaat van de grond komen. Waar blijft de Cool Blue van de installatiesector? Of de woningbouw?

Tevens zien we op basis van de constateringen van Eveleens dat het niet de veelgeprezen startups zijn die leiden tot een succesvolle waardering. Het zijn de scale-ups die snel zijn ‘opgeschaald’ die leiden tot succes. De omstandigheden om van startup een scale-up te worden, moeten drastisch beter. Overheden als launching customer – het is vaker aangehaald - kunnen hierbij ontzettend belangrijk zijn. Zeker in de (water)bouw, waar de overheid als opdrachtgever zeer bepalend is voor de innovatiekracht en vitaliteit van een sector.

Eveleens constateert ten slotte dat er slechts drie jonge ondernemers succesvol zijn geworden door een maatschappelijk vraagstuk op te pakken. Wat mij betreft, ligt hier een belangrijke taak voor De Bouwagenda. Het inventariseren van de maatschappelijke uitdagingen waar we voor staan is daarin helder verwoord, nu komt het aan op concrete realisatie.
Hierbij kan het ontzettend helpen als de overheid aangeeft met welke investeringskalender de maatschappelijke uitdagingen (energie, CO2 neutraal, bouwen woningen, betere infra) oppakt. En vooral op welke wijze ze dit wil doen.

Een voorbeeld. Op basis van het Deltafonds werd vijf jaar geleden duidelijk dat de overheid de komende jaren 700 km dijken moet versterken. Maar dat de ‘oude manier’ van dijken versterken te duur is (10-14 miljoen per km dijk). De kostprijs per km dijk moet gehalveerd worden om alles te kunnen betalen. Doordat de overheid op basis van een maatschappelijk probleem (waterveiligheid) duidelijk maakte dat er geld is (Deltafonds), werd de uitdaging bij de markt neergelegd. Hierdoor kregen bestaande en startende bedrijven een prachtig perspectief geboden om het beter, sneller en goedkoper te doen.

Deze wijze van samenwerken heeft niet geleid tot een notering van een (jonge) ondernemer in de Quote Top-100. Maar wel tot nieuwe ondernemingen, dynamiek in de markt, toetreders aan de onderkant van de markt en overheden die als launching customer ruimte bieden aan bestaande en nieuwe ondernemers. Ook is er een intense samenwerking tot stand gekomen tussen de overheid, kennisinstellingen en de markt. waarin wordt gekeken hoe we nog beter inhoud kunnen geven aan maatschappelijke vraagstukken. Startups en scale-ups varen daar wel bij.

Daarom is denk ik het allerbelangrijkste van De Bouwagenda: perspectief bieden aan ondernemerschap en het beter maken van Nederland. Een notering in de Quote haalt het echt niet bij het structureel oplossen van de maatschappelijke uitdagingen waar we als sector voor staan.


ONDERNEMER EN ONDERNEMING CULTUUR & LEIDERSCHAP

Over de auteur

Edwin Lokkerbol

Directeur van de Vereniging van Waterbouwers