COLUMN / Bruggen naar de toekomst

Door Paul Groot , 06 juli 2017

COLUMN / Bruggen naar de toekomst

In de komende decennia is de vervanging van bruggen en viaducten in ons land één van de belangrijkste opgaven. Samen met wegen, spoorlijnen en riolering is daarvoor tot 2030 € 25 miljard nodig. Een complexe opgave gezien de ambities op het gebied van duurzaamheid en circulariteit die moet worden waargemaakt met zo weinig mogelijk hinder. Kunnen we deze opgaven realiseren binnen aanvaardbare maatschappelijke kosten en welke rol kan circulariteit daarbij spelen? 

Eén van de zoekrichtingen bij de vervanging van bruggen is het toepassen van Lego-principes. Met gestandaardiseerde bouwstenen die fabrieksmatig zijn geproduceerd en snel kunnen worden aangebracht, en die precies op elkaar passen en later kunnen worden hergebruikt. De provincie Noord-Holland heeft als beheerder van een groot aantal bruggen het voortouw genomen op dit dossier en aan het EIB gevraagd om een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) te maken van bruggenbeheer à la Lego.

In de praktijk zien we dat vaak per object een unieke oplossing wordt bedacht. In plaats daarvan zou een grotere mate van prefabricage en standaardisatie kunnen leiden tot een hogere betrouwbaarheid van de brug met minder stremmingen. Het vervangen van een component vanuit voorraad hoeft weinig hinder voor het verkeer te geven. En met de herbruikbaarheid van bouwelementen aan het einde van de levensduur worden het grondstoffengebruik en de uitstoot van CO2 verlaagd. Gebruik van standaarden maakt schaalbare oplossingen mogelijk en verbetert de efficiency.

In de MKBA gaan we in op de directe effecten van deze werkwijze (kosten en baten voor de beheerder) en op de indirecte effecten, bijvoorbeeld voor verkeer en milieu. Een dominante factor is dat bruggen veelal een cruciale rol hebben binnen de infrastructuurnetwerken. Bij de provinciale bruggen gaat het vaak om tienduizenden passerende auto’s per dag en om belangrijke beroeps- en recreatievaart over het water. De complexiteit van de vervangingsopgave wordt nog verhoogd als we bedenken dat bruggen in sterke mate bepalend zijn voor de beeldkwaliteit van de gebouwde omgeving.

De winst van bouwen à la Lego zit in belangrijke mate in de positieve effecten van prefabricage en standaardisatie op de totale bouwtijd en op de vermindering van stremmingen. Dit kan een sterke verbetering van de bereikbaarheid opleveren, een belangrijke winst met het oog op het verder groeiende verkeer. De herbruikbaarheid van bouwelementen hangt sterk af van de product- en materiaaleisen en daarnaast van de ‘historie’ van materialen. In de huidige bruggenbouw is de toepassing van gebruikte elementen gering. Gezamenlijk opzetten van standaarden en kwaliteitsnormen kan hier voor verbetering zorgen.

Duidelijk is al dat in de praktijk een evenwicht moeten worden gevonden tussen het standaardiseren van brugelementen met het oog op efficiency en recycling aan de ene kant en het behouden van de esthetische kwaliteit van bruggen aan de andere kant. Verder zullen opdrachtgevers bij aanbestedingen moeten bedenken welke standaardcomponenten ten minste nodig zijn met het oog op circulariteit, terwijl de uitvraag op hoofdlijnen nog functioneel zou kunnen blijven.

De verschillende partijen rond de bruggenvervanging hebben op 20 juni in Zwolle de ‘Stroomversnelling bruggen’ gelanceerd, een programmatische aanpak waarbij circulariteit wordt gepaard aan de maatschappelijke baten van een betrouwbare infrastructuur. Life-cycle-management vraagt daarbij ook dat het proces van voorbereiden, plannen, bouwen en beheren van bruggen als een integraal vraagstuk wordt beschouwd, waarbij ook financiële schotten tussen realisatie en beheer moeten worden weggehaald. De uitkomsten van de MKBA voor de provincie Noord-Holland zullen over enkele weken beschikbaar zijn.
 


INFRAMARKT

Over de auteur

Paul Groot

Senior onderzoeker infrastructuur en aanbesteden, Economisch Instituut voor de Bouw