Bouw aan zet bij vergroening stadshart

Door Redactie Bouwmeesters , 31 augustus 2017

Bouw aan zet bij vergroening stadshart

Bouwbedrijven moeten meer het voortouw nemen bij het vergroenen van binnensteden. Door opdrachtgevers te bewegen te investeren in gebouwen met daken met daarop bijvoorbeeld een ‘stadspark op hoogte’, een waterberging of zonnepanelen. Gebouweigenaren voegen zo ook extra waarde toe aan hun bezit. Dat zegt Paul van Roosmalen, programmamanager van het multifunctionele dakenprogramma van Stadsontwikkeling Rotterdam. BNR Bouwmeesters van woensdag 30 augustus ging met aandacht voor het Utrechtse plan Wonderwoods ook over het gezond maken van binnensteden. 

Co-creatie

“Bouwbedrijven kunnen een veel actievere rol pakken bij het ervoor zorgen dat een dak van een gebouw ook een plek is voor waterberging, een moestuin, sportveld of terras”, schetste Van Roosmalen een paar mogelijkheden voor meervoudig dakgebruik in binnensteden waar ruimte schaars is. Innovaties van leveranciers en onderaannemers op het gebied van waterberging, zonnepanelen, dakterrassen en afscheidingen sterken hem in die overtuiging: “Die zijn heel vernieuwend bezig met het ontwikkelen van nieuwe concepten. In een proces van co-creatie moet je als hoofdaannemer dus samen met die partijen kijken hoe je extra kunt toevoegen voor de opdrachtgever. Dat is wat mij betreft de opgave waar de sector voor staat, dat je met je opdrachtgever het gesprek aan gaat over wat nou de waarde is waar die in investeert. Opdat het doel niet is het neerzetten van het goedkoopst mogelijke gebouw. Want daar zit eigenlijk niemand op te wachten.”

Sponseffect

Ook bij Stadsontwikkeling Rotterdam legt adviseur communicatie en duurzaamheid Eveline Bronsdijk uit dat de gemeente in 2008 startte met een groene daken-programma als uitvoeringsproject van het Waterplan (2) om de Maasstad toekomst- en klimaatbestendig te maken en te behoeden voor wateroverlast als gevolg van “piekbuien’’. “Het doel is met waterabsorberende sedumdaken een sponseffect te creëren voor vertraagde afvoer van regenwater, wat het rioolstelsel ontlast.” Bronsdijk noemde het een cascade, met waterberging op daken, waterbergende maatregelen op straatniveau zoals waterpleinen (waarvan Rotterdam er ondertussen vier heeft, waaronder het Benthemplein), en ondergrondse waterberging (onder het Museumpark en het Kruisplein).

Integrale aanpak

Onderdeel van het groene daken-programma was een stimuleringssubsidie van 25 euro per m2 met een waterbergend vermogen van 15 liter per m2. Later deden waterschappen met 5 euro per m2 nog een duit in het zakje. Doel van het programma, dat tot 2014 liep, was de aanleg van 160.000 m2 groene daken, wat volgens Bronsdijk is gehaald. Sinds 2014 kiest de gemeente voor een meer integrale aanpak: behalve voor waterberging en groen wordt vrije ruimte ook gebruikt voor het versterken van de sociale functie van de binnenstad en voor duurzame energie. Dit is opgenomen in de Resilient Strategie Rotterdam met als doelstelling 1 km2 multifunctionele daken in de binnenstad in 2030. Voor waterberging is in het kader van de RAS (Rotterdam Adaptatie Strategie) voor 2025 600.000 m2 het doel, met tot (uiterlijk) 2020 15 euro subsidie bij 25 liter waterbergend vermogen per m2.

Stimuleren en faciliteren

Vergroening van daken afdwingen, is niet waar de Maasstad op stuurt, benadrukte Van Roosmalen: “Wettelijk zijn we als gemeente behoorlijk beperkt in wat we kunnen en mogen eisen. Dus wat we vooral doen is gebouweigenaren stimuleren en faciliteren door middel van procesondersteuning.” Als gemeentelijke gebouwen met een groen dak noemt hij het Collectiegebouw voor Museum Boijmans Van Beuningen dat als nieuwbouw een daktuin krijgt. Het Timmerhuis (het vroegere Stadstimmerhuis), heeft ook een groen dak. Stadsontwikkeling is zelf gehuisvest in De Rotterdammer, de door Rem Koolhaas ontworpen kantoorkolos op de Wilhelminapier. Bronsdijk: “Dat heeft deels een groen dak op de zevende verdieping. Vanaf onze verdieping op hoogte heb je prachtig zicht op de groene daken die zijn of worden aangelegd op nieuwe woontorens langs de Maas. Daar zie je met eigen ogen dat de ontwikkeling van groene gebruiksdaken in de stad doorzet.”

Slim dak

Een testsite voor een ‘slim dak’ dat zeven keer meer water buffert dan een ‘gewoon’ sedumdak, komt er op het dakpaviljoen op het Schieblock-gebouw. Het paviljoen staat naast de DakAkker, de ‘dakboerderij’ op dit toen door architectenbureau ZUS herontwikkelde kantoorgebouw. Een ander “serieus idee” dat Van Roosmalen in verband met ‘slim optoppen’ noemt, betreft de bouw van tiny houses op het dak van een kantoorverzamelgebouw. Als bewijs van dat er veel mogelijk is op de daken van vooroorlogse gebouwen, wijst hij op de zestien verdiepingen die bovenop het winkelgebouw ‘De Karel Doorman’ zijn geplaatst. De bouw van die woontoren was mogelijk dankzij een constructie die vijf maal lichter is dan een traditioneel appartementengebouw. Van Roosmalen: “Daar zit volgens mij ook de oplossing voor het vergroenen van gebouwen, dat bouwers zoeken naar dingen die wel kunnen in plaats van dat ze de oren laten hangen naar een computer die zegt dat het dak maar zoveel extra gewicht aankan.”

foto: ©ZZDP Architecten
 


MARKT

Over de auteur

Redactie Bouwmeesters