COLUMN / Het is de sociale innovatie die het moet doen in de bouw

Door Edwin Lokkerbol , 05 oktober 2017

COLUMN / Het is de sociale innovatie die het moet doen in de bouw

Van Bouwagenda tot startups. Als we de vele publicaties mogen geloven, moeten we innoveren tot we erbij neervallen. Uit onderzoek van professor Henk Volberda, autoriteit op het gebied van technologische en sociale innovatie, blijkt echter dat slechts 25% van het innovatiesucces in Nederland bepaald wordt door R&D-investeringen en dat 75% van het succes bepaald wordt door sociale innovatie (= innovatief organiseren). Technologische innovatie is weliswaar goed voor de creatie van kennis, maar het snel en goed toepassen en benutten hiervan vraagt om sociale innovatie. Sociale innovatie is dus effectiever dan technologische innovatie.

Uit onderzoeken heeft Volberda de belangrijkste ‘hefbomen voor sociale innovatie’ afgeleid. Onderstaand zet ik een aantal van deze hefbomen in een samenvatting op een rij:

Innovatieve organisatievormen zijn cruciaal. Flexibel organiseren en zelforganisatie door gedecentraliseerde, hechte sociale netwerken is van groot belang. Door werken in teams krijgen medewerkers verbinding, ruimte, ambitie en enthousiasme.

‘Dynamisch managen’. Dit betekent zowel visionair leiderschap als ook initiatieven nemen voor externe kennisuitwisseling. Cross-functionele samenwerking in teams moet er voor zorgen dat iedereen over de grenzen van zijn eigen organisatie heen kijkt. Er moet een cultuur zijn waarbinnen leren van eigen fouten mogelijk is.

Slimmer werken en talentontplooiing. Het toepassen van innovaties is pas succesvol als een innovatie ook naar de markt gebracht kan worden. Dit betekent talentontwikkeling door medewerkers te betrekken bij verschillende activiteiten (bijvoorbeeld: productontwikkeling én markintroductie). Investeren in kennisontwikkeling en ruimte geven voor initiatief en experimenteren. En zorgen voor diversiteit van mensen.

Co-creatie: samenwerking met externe organisaties is cruciaal. Dit betekent het opzetten van en deelnemen in externe netwerken en strategische kennisallianties. Samenwerking en kennisdeling met klanten, leveranciers en externe stakeholders. En het formaliseren van alliantiemanagement zodat deze competentie verder ontwikkeld wordt.

Contact met elkaar maken, externe gerichtheid en samenwerken blijken de toverwoorden. De laatste jaren hebben laten zien dat er een versnelling heeft plaatsgevonden in de vele initiatieven waarbij er sprake is van sociale innovaties. De forse maatschappelijke uitdagingen waarvoor we staan hebben hier zeker toe bijgedragen.

De forse maatschappelijke uitdagingen waarvoor we staan, hebben hier zeker toe bijgedragen. De overheid alleen heeft niet meer het antwoord op het tegengaan (van de effecten van) de zeespiegelstijging of het voldoen aan de voorwaarden van het Parijse klimaatakkoord. De inkomsten van de overheid staan onder druk (steeds minder inkomsten uit gas, belastinginkomsten sterk afhankelijk van internationale economie). Om tot innovatieve oplossingen te komen voor de genoemde maatschappelijke uitdagingen (energietransitie) moeten we meer sociaal innoveren. Met alleen technologische innovaties gaan we het niet redden.

Gelukkig zijn er inmiddels diverse voorbeelden van sociale innovaties in de waterbouw, waarbij overheden een leidende rol hebben. Volbeda c.s. stellen in het eerder genoemde overzicht al dat om co-creatie echt inhoud te geven het formaliseren van alliantiemanagement van groot belang is. Onderstaand voorbeeld over alliantiecontracten geeft goed weer hoe de overheid sociale innovaties letterlijk vorm geeft.

Bij de versterking van 33 kilometer Markermeerdijken heeft het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) gekozen voor een alliantievorm. De aannemerscombinatie werkt in nauwe samenwerking met het hoogheemraadschap, het ontwerp uit en bepaalt de wijze van uitvoering. Daarbij wordt ook gebruik gemaakt van innovatieve, nog niet bewezen technieken. Wijzigingen leiden in standaard contracten vaak tot vertragingen en kostenverhogingen. Door gebruik te maken van een alliantie wil HHNK dit zo veel mogelijk voorkomen.

De alliantie tussen Waterschap Rivierenland en de combinatie 'Waalensemble' is september jl. tot stand gekomen. Onder de naam Graaf Reinaldalliantie werken partijen nu samen aan het versterken van 23 kilometer dijk tussen Gorinchem en Waardenburg. Door een alliantie aan te gaan wil Waterschap Rivierenland de kennis van de aannemerscombinatie volledig benutten bij het ontwerpen van de nieuwe dijk. Kansen uit de omgeving en inbreng van bewonersgroepen worden hierdoor al vroeg op haalbaarheid en maakbaarheid beoordeeld. Alle drie de fasen van het project, zowel verkenning als planuitwerking en realisatie van de dijkversterking, worden door één team als alliantie uitgevoerd.
Beide allianties laten zien dat de opdrachtgevers het aandurven om een samenwerking aan te gaan, waarin innovaties toegepast kunnen worden en de dialoog met omwonenden een plek heeft gekregen. Opdrachtgever en opdrachtnemers zijn volwaardig partner van de alliantie en over de governance van het project zijn heldere afspraken gemaakt.

Wat betreft sociale innovaties zien we dus dat de afgelopen jaren we in de samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer enorme sprongen gemaakt hebben. De voedingsbodem voor technologische innovaties is daarmee tevens neergelegd. We kunnen dus stellen dat om technologische innovaties te versnellen, meer aandacht voor sociale innovaties gewenst is. En daarbij hebben de Rijksoverheid als waterschappen een cruciale rol.

Op zoek naar een cursus over sociale innovatie?

De BNL Academy van Bouwend Nederland organiseert cursussen die helpen bij uw bedrijfsvoering en persoonlijke ontwikkeling. Altijd actueel, gericht op de praktijk én gegeven door specialisten uit de bouw en infra. Ook over sociale innovatie biedt BNL Academy cursussen: Haal het beste uit jezelf.

Schrijf je nu in voor de cursus Haal het beste uit jezelf »
 


MARKT

Over de auteur

Edwin Lokkerbol

Directeur van de Vereniging van Waterbouwers