De waarschuwingsplicht van de aannemer

Door Peter Vermeij , 10 oktober 2017

De waarschuwingsplicht van de aannemer

Met enige regelmaat treft met zowel bij de Raad van Arbitrage voor de Bouw als bij de gewone rechter uitspraken aan over de waarschuwingsplicht van de aannemer. In recente zaak diende het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao te beoordelen of een leverancier van een gietvloer zijn wettelijke waarschuwingsplicht had geschonden.

Wat was het geval. Een gietvloer werd door de leverancier ervan aangebracht op een reeds aanwezige en door een derde aangebrachte betonnen vloer. Binnen een jaar na het leggen ervan vertoonde de gietvloer blazen/bellen, veroorzaakt door vocht. Het betrof geen vocht in de betonvloer zelf, maar optrekkend vocht dat onder de gietvloer kwam, waardoor zich blazen/bellen manifesteerden.

De opdrachtgever was van mening dat de leverancier van de gietvloer ofwel een vochtwerend scherm onder de gietvloer had moeten aanbrengen, ofwel had moeten waarschuwen voor mogelijke ongeschiktheid van de betonnen ondervloer. De leverancier van de gietvloer was van mening dat a) een dergelijk vochtscherm niet helpt tegen vocht dat vanuit de betonnen ondervloer optrekt, en b) zij niet gehouden was te waarschuwen voor de conditie van de ondervloer, omdat zij bij het leggen daarvan niet betrokken is geweest.

Het Gerecht geeft eerst de algemene regel weer inzake de waarschuwingsplicht:
‘Op grond van artikel 7:754 BW is de aannemer gehouden de opdrachtgever te waarschuwen voor gebreken en ongeschiktheid van zaken afkomstig van de opdrachtgever, daaronder mede begrepen de grond waarop de opdrachtgever het werk laat uitvoeren, voor zover de aannemer deze gebreken en ongeschiktheid kende of behoorde te kennen. De precieze reikwijdte van deze waarschuwingsplicht is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval.’

In onderhavige geval oordeelde het Gerecht dat de leverancier van de gietvloer zijn waarschuwingsplicht had geschonden. Reden daarvoor was dat a) de leverancier van de gietvloer zich profileerde als bij uitstek deskundig op het terrein van het leggen van gietvloeren en bij de opdrachtgever geen bijzondere deskundigheid aanwezig was, b) de leverancier van de gietvloer zelf had aangegeven dat een betonnen vloer bij nieuwbouw een “kritische zone” is om optrekkend vocht tegen te houden waardoor deze vloer op een bepaalde wijze moet worden uitgevoerd juist gezien het feit dat een gietvloer een het “dampdichte” karakter heeft.

Het Gerecht oordeelt dan vervolgens:
‘Gelet op deze omstandigheden tezamen genomen, had van de leverancier van de gietvloer naar het oordeel van het Gerecht ten minste verwacht mogen worden bij de opdrachtgever aandacht te vragen voor de staat en uitvoering van de betonnen vloer. Zou in dat geval zijn gebleken dat die betonnen vloer niet is uitgevoerd op de wijze zoals, volgens de leverancier van de gietvloer, vereist, dan zouden wellicht andere maatregelen genomen hebben kunnen worden of zou de opdrachtgever van de gietvloer hebben kunnen afzien. De leverancier van de gietvloer kan zich in dit verband niet verschuilen achter de omstandigheid dat de betonnen vloer is gestort door een derde. Juist de bijzondere eigenschappen van een gietvloer en de kwetsbaarheid voor vocht in de ondervloer die daarmee samenhangt, brengen mee dat de leverancier van de gietvloer dit bij de opdrachtgever aan de orde had moeten stellen. Dit geldt te meer nu uit de door de opdrachtgever overgelegde verklaringen van derden (..), die inhoudelijk niet zijn betwist, blijkt dat de leverancier van de gietvloer op de hoogte was van vergelijkbare vochtproblematiek voordat zij de overeenkomst met de opdrachtgever sloot. Door niet bij de opdrachtgever navraag te doen naar de staat en uitvoering van de betonnen ondervloer heeft de leverancier van de gietvloer aldus haar waarschuwingsplicht geschonden. Zij is daarom tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Dat door de derde bij het leggen van de betonvloer mogelijk een fout is gemaakt, zoals de leverancier van de gietvloer meent, laat de tekortkoming van de opdrachtgever onverlet.’

De gevolgen van het niet voldoen aan de waarschuwingsplicht komen voor rekening van de leverancier van de gietvloer. Naast een veroordeling tot herstel van de vloer, werd aan de opdrachtgever tevens toegekend de vergoeding van de kosten van demonteren, opslaan en opnieuw monteren van de zaken die zich bevinden in de ruimte waar de vloer opnieuw gelegd moet worden.

Deze uitspraak kan zo worden toegepast op bijvoorbeeld schilder-, tegel-, en stuc- en dakdekkerswerk, alsook bij realisatie van vloerafwerkingen (pvc, laminaat, parket e.d.), waarbij dit wordt aangebracht op een bestaande ondergrond. Het controleren van de geschiktheid van de ondergrond is dan van belang.

De aannemer zij dan ook gewaarschuwd.


AANBESTEDEN EN CONTRACTEREN

Over de auteur

P. (Peter) Vermeij

Juridisch Adviseur