EU-akkoord: vaker ‘handjes’ inwerken

Door Redactie Bouwmeesters , 26 oktober 2017

EU-akkoord: vaker ‘handjes’ inwerken

Het EU-akkoord over gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats dat in 2021 in werking treedt, is in de bouwsector in Nederland al staande praktijk. “Bouwvakkers uit andere EU-landen die hier via detachering werkzaamheden verrichten, krijgen al betaald volgens de Bouw & Infra-cao”, benadrukt bij Bouwend Nederland beleidsadviseur sociale zaken Jørgen Hulsmans. Wel gaat met het akkoord de detacheringstermijn van 24 maanden terug naar 12 maanden, met een verlengingsmogelijkheid tot zes maanden. Voor met name infrabedrijven met projecten met een langere doorlooptijd dan 18 maanden kan dit betekenen dat ze vaker ‘buitenlandse handjes’ zullen moeten inwerken.

Verlenging onder voorwaarden
Dat de inkorting van de detacheringstermijn vooral bij infrabedrijven straks mogelijk tot een belemmering leidt, heeft te maken met dat in de bouwsector buitenlandse gedetacheerde arbeidskrachten vooral worden ingezet op grote infrastructurele projecten. Die projecten hebben vaak een doorlooptijd van meer dan een jaar of 18 maanden. De detacheringstermijn van 12 maanden eenmalig met zes maanden verlengen mag straks ook alleen onder bepaalde voorwaarden.

Mogelijke bottleneck
“Dat kan dus betekenen dat je als bedrijf straks iemand die je net op een project hebt ingewerkt na een jaar naar huis moet sturen en weer iemand anders uit het buitenland moet halen en inwerken”, aldus Hulsmans in een toelichting op het maandag door de EU-ministers van sociale zaken in Luxemburg beklonken akkoord. “Dat kan voor infrabedrijven een bottleneck gaan worden, ook omdat we de komende jaren naar verwachting meer buitenlandse arbeidskrachten nodig hebben om te kunnen voldoen aan de grote bouwopgave.” Overigens moet het Europees Parlement nog instemmen met akkoord alvorens dit in nationale wetgeving kan worden vertaald.

Verschillende aanpakken
Wat mogelijk de belemmeringen zullen zijn van de inkorting van de detacheringstermijn is nu nog niet in te schatten, benadrukt Hulsmans. Het is volgens hem ook niet gezegd dat er belemmeringen zullen ontstaan: “Eerst maar afwachten of infrabedrijven straks überhaupt door die kortere detacheringstermijn in de problemen komen.” Hij geeft aan dat het tekort aan arbeidskrachten op verschillende manieren kan worden aangepakt, met nieuwe instroom, met zij-instroom, door statushouders klaar te stomen voor werken in de bouw, en door met het UWV te kijken welke mensen die zonder werk zitten een overstap kunnen maken naar de bouw.

Akkoord rijdt niet in de wielen
“Het laaghangende fruit is al geplukt. Mensen die in de crisis hun baan in de bouw kwijtraakten, keerden weer terug of vonden ander werk. Nu moeten we als sector dus fors gaan inzetten op die andere groepen. We zullen echt elke bron moeten aanspreken. Buitenlandse arbeidskrachten horen daar nadrukkelijk ook bij. Bij hoe wij ons daarbij op de nationale en internationale arbeidsmarkt kunnen voorzien van voldoende handjes, rijdt het EU-akkoord ons niet in de wielen.”

Verdere stap tegen oneerlijke concurrentie

Aan dit EU-akkoord over de aanpassing van de Detacheringsrichtlijn uit 1996 ging bijna twee jaar aan gesteggel tussen EU-lidstaten vooraf, legt Hulsmans uit. “Oost-Europese landen waren tegen, want die zien het als een beperking van de arbeidsmobiliteit van hun goedkopere werknemers.” Polen, Hongarije, Litouwen en Letland stemden uiteindelijk ook tegen het voorstel. Maar Hulsmans noemt het akkoord wel een verdere stap in het tegengaan van oneerlijke concurrentie binnen de EU, al benadrukt hij dat ‘gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats’ voor de bouwsector in Nederland al staande praktijk is: “De sector-cao voorziet al in een gelijke betaling van buitenlandse arbeidskrachten uit de EU.”

Dubbelop
Eigenlijk is het akkoord waarover de EU-ministers het maandag eens werden in de ogen van Bouwend Nederland dubbelop. Hulsmans: “Terugdringen van oneerlijke concurrentie had ook bereikt kunnen worden door de Detacheringsrichtlijn strikter na te leven en te handhaven. Daarvoor is ook in 2016 de Handhavingsrichtlijn aangenomen. In Nederland is die Handhavingsrichtlijn sinds 18 juni 2016 van kracht via de WagwEU (Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie). Nu de Detacheringsrichtlijn aanpassen is dus, vinden wij, dubbelop. Beter in onze ogen was geweest de Handhavingsrichtlijn meer tijd te geven om zichzelf te bewijzen.”

Notificatieplicht
Voor een effectieve toepassing van de WagwEU is het ook nog wachten op de invoering van de notificatieplicht. Die meldingsplicht houdt in dat iedere buitenlandse ondernemer die werknemers voor een project in Nederland gaat detacheren van te voren via een digitaal meldsysteem moet aangeven met hoeveel en welke mensen hij waar en hoelang komt werken. Hulsmans: “Dat digitale systeem is nog niet klaar. Inwerkingtreding ervan was door Sociale Zaken voorzien voor 1 januari 2018, maar dat gaan ze niet halen. Qua ICT is het complex, dus kost het wat meer tijd.”

Bouwplaats-ID
De bouwsector zit als het gaat om het tegengaan van oneerlijke concurrentie zelf ook niet stil, benadrukt Hulsmans. Gewerkt wordt aan de invoering van de Bouwplaats-ID: “Om te allen tijde zichtbaar te maken wie er op bouwplaatsen aanwezig zijn en of die mensen daar ook mogen zijn.” Aan de realisatie van een Bouwplaats-IDsysteem gaat de komende maanden echt hard gewerkt worden, maar wel stap voor stap. Zorgvuldigheid gaat in dezen vóór snelheid, want de sector heeft maar één kans om dit goed te doen. Na een bouw- en testfase is de verwachting dat de Bouwplaats-ID vervolgens gefaseerd kan worden ingevoerd. Over een invoeringstijdstip doet Hulsmans geen uitspraak: “Dat schept mogelijk valse verwachtingen. Het stichtingsbestuur, dat de Bouwplaats-ID gaat ontwikkelen, implementeren en exploiteren, houdt de wind er wel onder.”


CAO, ARBEIDSVOORWAARDEN- EN VERHOUDINGEN MODERN PERSONEELSBELEID EN DUURZAME INZETBAARHEID WERKGELEGENHEID

Over de auteur

Redactie Bouwmeesters