Bouwend Nederland blij met regierol Rijk

Door Redactie Bouwmeesters , 16 november 2017

Bouwend Nederland blij met regierol Rijk

Bouwend Nederland is ingenomen met de aankondiging van minister Ollongren dat het Rijk de komende jaren een actievere en regisserende rol gaat spelen bij het invullen van de woningbouwbehoefte in met name stedelijke gebieden. “Wij zijn blij met dat de minister aangeeft met gemeenten, woningcorporaties, bouwers en investeerders afspraken te willen maken over het versnellen van de woningbouwproductie”, reageert algemeen directeur Fries Heinis van Bouwend Nederland op de brief die de bewindsvrouw maandag bij de aanbieding van het rapport ‘Staat van de Woningmarkt 2017’ aan de Tweede Kamer stuurde. 

Extra inzet nodig

Minister Ollongren spreekt in de brief aan de Kamer van een oplopende spanning op de woningmarkt. Met de aanhoudende groei van het aantal huishoudens moet de bouwproductie volgens de bewindsvrouw de komende jaren groeien met gemiddeld 75.000 woningen per jaar. Voor 2017 en 2018 komt zij op grond van EIB-cijfers uit op een nieuwbouwproductie van circa 60.000 woningen per jaar. “De gerealiseerde en geraamde bouwproductie laat een stijgende trend zien, maar er is van de betrokken partijen extra inzet nodig om het verschil tussen vraag en aanbod niet te laten oplopen.”

Niet alleen binnenstedelijk

Heinis signaleert dat de woningbouwproductie weliswaar stijgt maar toch steeds verder achterop komt, onder andere doordat steeds meer gemeenten kampen met capaciteitsgebrek om bouwplannen op tijd te kunnen beoordelen. Er moeten volgens hem jaarlijks minstens 80.000 woningen worden bijgebouwd om aan de stijgende vraag te voldoen en om de achterstand in te lopen. Hoewel plancapaciteit een onderwerp is van gemeenten en provincies, vindt hij het daarom goed dat het Rijk hier de regierol pakt. “Het is noodzakelijk dat zogenaamde harde plannen zo snel mogelijk tot daadwerkelijke uitvoering worden gebracht, zachte plannen zo snel mogelijk hard worden gemaakt en er nieuwe plannen in ontwikkeling worden genomen.” Daarbij moet er volgens hem niet alleen wordt gekeken naar binnenstedelijke oplossingen, maar ook naar ontwikkeling van locaties in de overgangsgebieden tussen stad en land.

Permanent landelijk overleg

Ollongren beaamt in haar brief aan de Kamer dat het kunnen aanjagen van de bouwproductie mede afhankelijk is van beschikbare plancapaciteit, maar ook van de beschikbaarheid van bouwmaterialen en het aanbod aan voldoende gekwalificeerd personeel. Ze kondigt aan dat er een permanent landelijk overleg komt met brancheorganisaties en belanghebbenden, een maatregel die Heinis als “positief” beoordeelt. De minister merkt op dat er vooral vraag is naar woningen in binnensteden, maar noemt binnenstedelijk bouwen “complex, met ook een relatief lange opleveringstijd”. Een beter gebruik van de bestaande voorraad en flexibeler woonvormen kunnen volgens haar helpen de druk op de woningmarkt in steden te verminderen.

Vliegende brigade

“Zeer gewenst” noemt Heinis het dat de minister ook werkt aan een nieuwe Omgevingswet die vanaf 2021 moet zorgen voor snellere procedures, en dat woningcorporaties meer moeten kunnen bouwen voor het middensegment. Voor het verhelpen van capaciteitsproblemen bij gemeenten, pleit hij voor een landelijke navolging van de aanpak van de Metropoolregio Amsterdam. MRA ondersteunt nu met een ‘vliegende brigade’ van deskundigen gemeenten met onderbezetting in de provincie Noord-Holland. Overigens kwam wat Ollongren vertolkt in haar brief aan de Kamer voor Bouwend Nederland niet als een verrassing. Bij de kennismaking van Heinis en Bouwend Nederland-voorzitter Maxime Verhagen met de nieuwe minister kwam een en ander ook ter sprake.
 


WETGEVING

Over de auteur

Redactie Bouwmeesters