COLUMN / Meer veiligheid in een aanbesteding? Niet door een veiligheidsladder

Door Edwin Lokkerbol , 30 november 2017

COLUMN / Meer veiligheid in een aanbesteding? Niet door een veiligheidsladder

Een bedrijf dat actief is in de (water)bouw kent dikwijls een grote diversiteit aan certificaten. VCA**, ISO9001, NEN ISO 14001 of NEN 4400-1 zijn hier voorbeelden van. Daarnaast zien we dat veel organisaties aan de slag gaan met keurmerken als het keurmerk sociaal ondernemen, zich aanmelden voor het Bouwgarant keurmerk of onderdeel worden van de Bewuste Bouwers. Een nieuwe manier voor bedrijven om aan te geven dat ze ‘bewust’ om gaan met ontwikkelingen zijn ‘ladders’ waarop een bedrijf door een externe organisatie ‘gescoord’ kan worden.  

Deze keurmerken komen deels voort uit een te beperkt onderscheidend vermogen van individuele bedrijven. Middels certificering willen ze aangeven dat ze anders of beter zijn dan de concurrenten. Van een manier om zich te onderscheiden zijn deze certificaten echter steeds meer een ‘hygiënevoorwaarde’ geworden. Veel toegevoegde waarde hebben ze niet altijd, maar iedereen heeft ze en vooral de aanbestedende dienst vraagt er om.

De verschillen tussen de veelheid aan certificaten en keurmerken zijn groot. Aangeven dat ze geen zin hebben is te kort door de bocht. Een aantal systemen hebben weldegelijk een bijdrage geleverd aan bijvoorbeeld meer veiligheid. VCA** maakt alle medewerkers bewust van veiliger werken en dat is een goede zaak. Ook ISO 9001 heeft er toe geleid dat bedrijven bewuster om gaan met doelen, klachten, verbeteringen en met personeelsdossiers. Het keurmerk Bewuste Bouwers draagt bij aan meer bewustzijn voor de omgeving en veiligheid op de bouwplaats. En de CO2 prestatieladder heeft weldegelijk geleid tot minder CO2 uitstoot.

Een aantal certificatiesystemen zijn aan het einde van hun levenscyclus

Maar we kunnen niet ontkennen dat vooral de certificerende instanties er wel bij varen. Systemen die niet gebaseerd zijn op ontwikkeling van een organisatie (of de omgeving van een organisatie) draaien vooral om het maar weer goed volbrengen van de jaarlijkse audit. Van een serieuze impuls om beter te presteren, is het certificatieproces gericht op het doorkomen van het certificatieproces. Waarna de factuur van de auditor betaald kan worden. Ook opvallend vind ik dat opdrachtgevers willen dat certificaten aanwezig zijn als een soort ‘zekerheid’. Veel interessanter is natuurlijk dat opdrachtgevers zelf eens gaan kijken bij bouwers. En handhaven op basis van ambities en afspraken die ze samen hebben gemaakt.

Een helder voorbeeld zijn de ambities die een bedrijf met de CO2prestatieladder in een offerte toezegt. De opdrachtnemer mag tijdens de aanbesteding toezeggen dat de ambitie er is om niveau 5 in te vullen zonder dat de opdrachtgever feitelijk controleert of niveau 5 tijdens de samenwerking ook wordt ingevuld. Het certificaat als papieren tijger.

De Veiligheidsladder; een nieuwe loot aan de stam?

Ook veiligheid is een onderwerp dat zich –volgens sommigen- er voor leent om ‘gecertificeerd’ te worden. Van alle onderwerpen die gecertificeerd kunnen worden vind ik bij uitstek dat veiligheid zich hier niet voor leent.

Als Vereniging van Waterbouwers steunen we meer bewustzijn van en omgaan met veiligheid in de waterbouw. Veel bedrijven zijn al zeer actief in hun veiligheidsbeleid en willen zelf vanuit hun intrinsieke motivatie het aantal ongevallen terugdringen. Dit vinden zij een plicht naar de medewerkers toe en is een vorm van goed werkgeverschap.

Veilig gedrag moet niet mee wegen in aanbestedingen en vandaar dat wij vinden geen plaats zien voor een instrument als de veiligheidsladder in de waterbouw. Het kan toch niet waar zijn een bedrijf hoger op de veiligheidsladder een preferente positie krijgt tijdens een aanbesteding of dat een bedrijf dat lager op de veiligheidsladder staat, met een EMVI score op andere onderdelen die lage veiligheidsscore goed kan maken. Op veiligheid mag NOOIT geconcurreerd worden. Of je werkt veilig. Of je werkt niet.
Daarnaast verwachten wij dat de invoering van ‘weer’ een ladder zorgt voor onnodige verhoging van administratieve kosten. Net als bij de CO2-Prestatieladder, zal het onderscheidend vermogen binnen korte termijn weg zijn. Terwijl de branche dan (naast de 10 andere certificaten die ze gemiddeld hebben) met weer een nieuw certificaat blijft zitten zonder feitelijk toegevoegde waarde.

Veiligheid moet onderdeel van een cultuur worden, niet van een ladder

Waterbouwers komen uit een nautische traditie. Aan boord van een schip gelden regels die strikt nageleefd dienen te worden. Veiligheid is bij menige waterbouwer hierdoor onderdeel van de cultuur geworden en dat is de beste wijze om gedrag ‘geïnternaliseerd’ te krijgen. Bij veiligheid wordt aan boord geregeld stilgestaan in de vorm van een dagelijks veiligheidsmoment. In alle opleidingen heeft veiligheid aandacht en bij alle werkzaamheden wordt op veiligheid toegezien. Van kok tot kapitein.
Een oplossing voor verhoging van de veiligheid in werken zou kunnen zijn om stringente veiligheidseisen in de contracten op te nemen en daarop te handhaven. Opdrachtgevers hebben daar wellicht, in deze tijden van deregulering, geen oren naar; zij laten het voldoen aan de wet- en regelgeving liever over aan de bedrijven zelf.

In de petrochemische bedrijven wordt echter niets anders gedaan dan goede afspraken maken èn strikt handhaven. Zij stellen stringente veiligheidseisen zonder concessies. En voeren geregeld controles uit, waarbij en waarna intensief overleg gevoerd wordt met de aannemer. Beide partijen zijn continue op zoek naar verbeteringen. Zeker wat betreft veiligheid. Deze werkwijze past bij wat mij betreft ook in de Marktvisie die we hebben afgesproken; van contract (en certificaat) wordt het tijd weer naar contact en een goed gesprek over veiligheid te gaan. Want je werkt veilig of je werkt niet.
 


CONSTRUCTIEVE VEILIGHEID

Over de auteur

Edwin Lokkerbol

Directeur van de Vereniging van Waterbouwers