Arbeid bij ongunstig weer

Soms is het weer zodanig slecht dat er eigenlijk niet gewerkt kan worden. In de cao Bouw& Infra zijn hierover bepalingen opgenomen in artikel 74 cao Bouw & Infra.

De werkgever beoordeelt in redelijk overleg met de betrokken werknemers, waarbij zowel het bedrijfsbelang als de veiligheid en gezondheid van de werknemers in acht worden genomen, wanneer en hoe lang als gevolg van ongunstige weersomstandigheden of te weinig licht niet kan worden gewerkt. Indien geen overeenstemming tussen werkgever en werknemer bestaat, gelden de volgende bepalingen:
De werknemer heeft tijdens vorst bij buitenwerkzaamheden waarbij hij direct aan de buitenlucht is blootgesteld, het zelfstandig recht zijn werkzaamheden te staken, indien sprake is van één of meer van de navolgende omstandigheden:

  • een gevoelstemperatuur van -6° Celsius of lager. Hierbij geldt niet de voorwaarde dat sprake moet zijn van vorst;
  • rijwegen dan wel looppaden niet in begaanbare staat verkeren;
  • geen winter-/doorwerkkleding ter beschikking is gesteld;
  • er een sneeuwdek op het werkobject/de werkplek ligt dat niet met eenvoudige middelen is te verwijderen.

Indien een van de hierboven genoemde situaties zich uiterlijk om 10.30 uur nog voordoet, is de werknemer gerechtigd het werk te verlaten.

Als de werknemer niet kan werken vanwege onwerkbaar weer, is de werkgever verplicht om het vast overeengekomen loon (incl. de stortingen in het Individueel Budget en pensioenpremie) door te betalen. De weersomstandigheden zijn geen reden voor ontslag.


Vorst-WW (aanvullende regeling onwerkbaar weer)

Voor de cao Bouw en Infra er afspraken gemaakt rondom Vorst WW. Die periode loopt van de eerste maandag van november t/m laatste vrijdag van maart in het daaropvolgende jaar.

In de cao Bouw & Infra is in artikel 74 de (aanvullende) regeling onwerkbaar weer opgenomen. In lid 13 daarvan wordt er verwezen naar de uitvoeringsbepalingen. Die uitvoeringsbepalingen vindt u ook terug op de Praktijkpagina over Vorst-WW (klik hier)

Voor de werkgever geldt dat het risico van vorst de eerste 15 dagen van dit winterseizoen voor zijn rekening komt. Wanneer er op deze dagen niet kan worden gewerkt, betaalt de werkgever het loon voor 100% door. Voor de vorstdagen boven het aantal van 15 waarop vanwege of ten gevolge van vorst niet wordt gewerkt, kan de werkgever namens de werknemer bij het UWV een WW-uitkering aanvragen. De werkgever betaalt de werknemer een aanvulling op de WW-uitkering tot 100% van het loon. De premieafdrachten aan de bedrijfstakfondsen moeten op normale wijze worden voldaan.

Voor de werknemer heeft de regeling in praktische zin geen gevolgen. Hij of zij zal altijd het vast overeengekomen loon/ salaris van de werkgever ontvangen, zowel tijdens de eerste 15 vorstdagen als de vorstdagen daarna. Gedurende de bijzondere WW-periode blijft het dienstverband van de werknemer ongewijzigd in stand. Het gaat ook niet ten koste van de reeds opgebouwde WW-rechten van de werknemer.

Voor meer informatie over de Vorst-WW klikt u hier


Staat de door u gezochte informatie hier niet bij, neem dan contact op met Bouwend Nederland Advies t. 079 3 252 250 of e. advies@bouwendnederland.nl

 

Contactpersoon

Bouwend Nederland Advies

advies@bouwendnederland.nl, 079 - 3 252 250