Ketenaansprakelijkheid

De Wet ketenaansprakelijkheid (WKA) maakt de aannemer van een werk en de inlener van arbeidskrachten aansprakelijk voor de loonheffingen die zijn onderaannemer in verband met aan hem uitbesteed werk moet afdragen. Op zijn beurt kan de onderaannemer een deel van het werk dat aan hem is uitbesteed, aan een ander uitbesteden of gebruik maken van ingeleende arbeidskrachten; zo kan een keten ontstaan van (onder)aannemers/inleners die allen bij de uitvoering van één werk betrokken zijn. De WKA maakt elke schakel van de keten aansprakelijk voor alle volgende schakels in de keten.

Handleiding  WKA

Bouwend Nederland heeft voor leden de Handleiding WKA opgesteld. De handleiding helpt leden om te gaan met Ketenaansprakelijkheid en bevat veel nuttige achtergronden, wetenswaardigheden, jurisprudentie en praktijkvoorbeelden. Daarmee is het een handig naslagwerk geworden en een ‘must’ voor hoofdaannemers en onderaannemers. Door het gebruik van directe links tussen tekstgedeelten en naar diverse bijlagen kent deze tool een groot gebruiksgemak. Mede vanwege de omvang van het document (méér dan 90 pagina’s) is ervoor gekozen om deze digitaal aan de leden van Bouwend Nederland beschikbaar te stellen.

Klik hier om direct door te gaan naar de gebruikersvriendelijke en interactieve versie van de Handleiding WKa van Bouwend Nederland (alleen leden)

Zie ook:

http://www.bouwendnederland.nl/nieuws/32447/laatste-reeks-cursussen-ketenaansprakelijkheid-in-de-bouw-van-2013

Toepassing WKA

De WKA is van toepassing in situaties van aanneming van werk (ketenaansprakelijkheid) en inlening van personeel (inlenersaansprakelijkheid). Aanneming van werk is voor de ketenaansprakelijkheidregeling ruimer dan wat in het Burgerlijk Wetboek onder aannemerij wordt verstaan. De WKA heeft het oog op de situatie dat een aannemer voor een opdrachtgever buiten dienstbetrekking een werk van stoffelijke aard uitvoert tegen een te betalen prijs (resultaatverbintenis). Wanneer de aannemer de uitvoering van dat werk geheel of gedeeltelijk uitbesteedt aan een ander, is die ander onderaannemer. Van inlening (en doorlening) is sprake wanneer een werknemer met instandhouding van zijn dienstbetrekking aan een derde ter beschikking wordt gesteld om onder diens leiding en toezicht werkzaam te zijn. Dit wordt ook wel een inspanningsverbintenis genoemd; niet het resultaat wordt beoogd maar puur de inspanning (arbeid). Het verschil tussen ketenaansprakelijkheid en inlenersaansprakelijkheid zit hem veelal in de feitelijke situatie. Ook het gekozen contract speelt daarbij een rol: onderaannemingsovereenkomst of inleenovereenkomst?

Werk van stoffelijke aard

Het is soms moeilijk vast te stellen of een bepaald werk van stoffelijke aard is. Meestal zal de uitvoering van zo’n werk een tastbaar product opleveren. Tot werken van stoffelijke aard moeten onder meer worden gerekend: bouwwerken, wegenaanleg, landbewerking, herstelwerkzaamheden, het vervaardigen van kleding. Maar ook het verrichten van diensten zoals het verpakken van goederen en schoonmaken behoren daartoe. Niet-stoffelijk zijn de producten van in hoofdzaak persoonsgebonden arbeid van geestelijke of intellectuele aard, zoals de producten van auteurs en musici.

Te betalen prijs

De WKA spreekt van ‘een te betalen prijs’. Daarmee vallen ook de zogenaamde regieovereenkomsten onder de werking van de wet. De regieovereenkomst is een aannemingsovereenkomst, waarin is afgesproken dat wordt afgerekend op basis van gewerkte uren en verwerkte materialen.
Iedere aannemer in die ‘werk van stoffelijke aard’ aan een onderaannemer uitbesteedt, is aansprakelijk voor de loonbelasting en sociale premies, die zijn onderaannemer in verband met dat werk is verschuldigd aan de Belastingdienst.

Twee uitzonderingen

  1. De onderaannemer voert het werk dat hij heeft aangenomen, geheel of grotendeels uit in zijn eigen bedrijf. ‘Grotendeels’ wil zeggen: voor meer dan 50% van het benodigde aantal arbeidsuren.

    Voorbeeld
    De onderaannemer heeft een bedrijf voor betonelementen. Het werk dat aan hem is uitbesteed bestaat uit het fabriceren van betonnen trappen. Dit werk vindt voor meer dan 50% van het benodigde arbeidsuren in zijn eigen bedrijf plaatsvindt. De aannemer is nu niet aansprakelijk voor de betaling van de loonheffingen met betrekking tot het uit te voeren werk. 
  2. Twee partijen sluiten een overeenkomst van koop en verkoop van een bestaande zaak. Zij spreken af dat de verkopende partij als onderaannemer een werk zal uitvoeren dat samenhangt met die verkoop. Het werk aan die zaak is echter van ondergeschikte betekenis

    Voorbeeld
    Een aannemer koopt bij een fabrikant deuren die uit voorraad leverbaar zijn. Hij spreekt tegelijk af dat de fabrikant de deuren zal afhangen. Wat betreft dit afhangen van de deuren, is de fabrikant onderaannemer. In verhouding tot het produceren van de deuren is het afhangen een werk van ondergeschikte betekenis. De aannemer is niet aansprakelijk voor de betaling van loonheffingen met betrekking tot het afhangen van de deuren.

Als de fabrikant het afhangen uitbesteedt, wordt hij als aannemer aansprakelijk voor de loonheffingen die zijn onderaannemer en eventueel volgende onderaannemers niet betalen.

Aansprakelijkheid

Zowel bij inlenen van arbeidskrachten als aanneming van werk is de (hoofd)aannemer/opdrachtgever hoofdelijk aansprakelijk voor de loonheffingen die zijn onderaannemer in verband met dat werk is verschuldigd. De onderaannemer kan op zijn beurt het werk, of een gedeelte daarvan, dat hij heeft aangenomen van de aannemer, uitbesteden aan een andere (onder)aannemer. De aannemer is dan ook hoofdelijk aansprakelijk voor de loonheffingen van die andere onderaannemer en van eventuele volgende onderaannemers. Ook iedere onderaannemer zelf is hoofdelijk aansprakelijk voor de loonheffingen van de onderaannemers aan wie hij werk heeft uitbesteed, en van eventuele volgende onderaannemers. Zo ontstaat een keten van aansprakelijke aannemers die bij een bepaald werk zijn betrokken. Als een van de onderaannemers in de keten de loonheffingen in verband met dit werk niet betaalt, dan kunnen de aannemers boven hem in de keten daarvoor aansprakelijk worden gesteld. De onderaannemer die personeel inleent, is hoofdelijk aansprakelijk voor de loonheffingen en omzetbelasting die de uitlener is verschuldigd. Als de onderaannemer/inlener aansprakelijk wordt gesteld voor de niet-betaalde loonheffingen van de uitlener en hij betaalt niet, dan zijn op grond van de WKA ook de aannemers boven hem in de keten hiervoor aansprakelijk. Voor de inlenersaansprakelijkheid kan de (hoofd)aannemer/opdrachtgever ook aansprakelijk gesteld worden voor niet afgedragen btw.

Voorbeeld

Opdrachtgever ==> Aannemer A ==> (onder)aannemer B ==> (onder)aannemer/inlener C ==> uitlener D

Stel dat onderaannemer C gebruik maakt van ingeleend personeel van uitlener D. C is dan aansprakelijk voor de loonheffingen die uitlener D is verschuldigd. Als C zijn aansprakelijkheidsschuld niet betaalt, kunnen de aannemers boven C in de keten aansprakelijk worden gesteld.

Beheersing aansprakelijkheidsrisico

Als een aannemer met onderaannemers werkt, loopt hij het risico aansprakelijk te worden gesteld voor niet-betaalde loonheffingen verschuldigd door deze onderaannemers. Om dit risico te beperken, kan hij maatregelen nemen.

  • Verklaring van betalingsgedrag
    De aannemer kan de onderaannemer vragen om een verklaring van betalingsgedrag. De Belastingdienst geeft zo’n verklaring aan de onderaannemer als hij daarom vraagt. De aannemer kan niet zelf bij de Belastingdienst een verklaring van betalingsgedrag van zijn onderaannemer vragen. De verklaring van betalingsgedrag is geen vrijwaringverklaring. De aannemer kan ondanks de verklaring toch aansprakelijk worden gesteld voor de niet betaalde loonheffingen verschuldigd door zijn onderaannemer.

    Let op!
    Het is verstandig erop te letten dat de onderaannemer een recent en origineel exemplaar van de verklaring van betalingsgedrag overlegt.

  • Het gebruik van de geblokkeerde rekening
    De aannemer kan zijn risico van aansprakelijkstelling voor de loonheffingen verschuldigd door zijn onderaannemer het meest effectief beperken door het gebruik van een geblokkeerde rekening (g-rekening). De onderaannemer kan de op zijn g-rekening gestorte bedragen alleen gebruiken voor het betalen van de loonheffingen. Als de onderaannemer op zijn beurt een deel van het werk uitbesteedt, mag hij de g-rekening echter ook gebruiken voor betalingen bestemd voor het voldoen van loonheffingen, op de g-rekening van zijn onderaannemer.

    Als de aannemer een bedrag voor de loonheffingen heeft gestort op de g-rekening van zijn onderaannemer, kan hij aan die storting onder bepaalde administratieve voorwaarden een wettelijke vrijwaring van zijn aansprakelijkheid ontlenen.

    1. De factuur van de onderaannemer moet voldoen aan de eisen die de Wet stelt.
        (zie www.belastingdienst.nl)
    2. Een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van de onderaannemer/uitlener.
    3. De N.A.W.-gegevens van de werknemers van de onderaannemer.
    4. De BSN/ sofi-nummers van de werknemers van de onderaannemer.
    5. Kopieën van de manurenlijsten.
    6. identiteit van de werknemers vastleggen door n.a.w.-gegevens vast te leggen samen met geboortedatum, nationaliteit, BSN, soort, nummer en geldigheidsduur identiteitsbewijs en (indien van toepassing) kopie A1-verklaring, verblijfsvergunning. 
    Let op! De AVG stelt dat deze gegevens op grond van een wettelijke verplichting (WKa) door de onderaanneemer aan de hoofdaannemer gegeven mogen worden (lees hier meer over de AVG)
  • Het storten van bedragen op de g-rekening van de onderaannemer
    De aannemer/ opdrachtgever mag zelf bepalen welk percentage van het loon uit de aanneemsom op de g-rekening wordt gestort. Toch is het verstandig als de te storten bedragen ongeveer overeenkomen met de werkelijk te betalen loonheffingen. Om dit goed te kunnen doen is het allereerst zaak zicht te krijgen op het loonkostenbestanddeel van een onderaanneemsom. Louter over dit loonkostenbestanddeel bestaat immers aansprakelijkheidsrisico. Analyse van een aantal contracten heeft in een aantal indicatieve percentages geresulteerd, die hieronder volgen. Onvermeld blijft bijvoorbeeld heiwerk, omdat de percentages zo uiteenliepen van een aantal contracten, dat gesteld kan worden, dat hier geen "dwarsdoorsnede" te geven is. De vakbekwaamheid van de hoofdaannemer zal hem in staat moeten stellen te oordelen of de door de onderaannemer opgegeven percentages juist zijn door continue bewaking van het aantal uren dat op het betreffende project wordt gewerkt.

    Als u het loonkostenbestanddeel heeft vastgesteld en de onderaannemer heeft aan de eerder genoemde administratieve voorwaarden voldaan, dan is het risico op aansprakelijkheid op grond van het anoniementarief tot een minimum beperkt. U kunt dan volstaan met een storting van 40% over het loonkostenbestanddeel op de G-rekening.

Als niet, of slechts ten dele aan de genoemde administratieve voorwaarden is voldaan, stijgt het risico op aansprakelijkheidsstelling op grond van het anoniementarief. In deze gevallen en ook bij ontstane twijfels over de afdrachtmoraal van de onderaannemer doet u er verstandig aan om dit percentage te verhogen tot 50%.

Voor uitzendbureaus die gecertificeerd zijn volgens de normen van de Stichting Normering Arbeid gelden andere stortingspercentages. Zie voor meer informatie de Handleiding.

Deblokkering van de G-rekening

Het kan voorkomen dat het saldo van de g-rekening hoger is dan de loonheffingen waarvoor de bedragen zijn gestort. In dat geval kan de onderaannemer de Belastingdienst verzoeken de rekening voor het verschil te deblokkeren.

 

Contactpersoon

Bouwend Nederland Advies

advies@bouwendnederland.nl, 079 - 3 252 250