Modernisering ziektewet

De arbeidsongeschiktheidslasten zijn de laatste tien jaar met succes teruggedrongen. Behalve voor werknemers die tijdens ziekte uit dienst gaan of sowieso geen werkgever hebben. In januari is de wet Beperking Ziekteverzuim en Arbeidsongeschiktheid Vangnetters (BeZaVa) in werking getreden om het probleem van de zogeheten ’vangnetters’ aan te pakken. Werkgevers krijgen er een taak bij.

De invoering van de nieuwe wet is onderdeel van wat de modernisering van de Ziektewet wordt genoemd. De BeZaVa wil de re-integratie van vangnetters stimuleren. Een vangnetter is iemand die ziek wordt, geen werkgever heeft en dan via de Ziektewet alsnog ziekengeld krijgt. Normaal betaalt de werkgever bij ziekte het loon een tijdje door, maar bij een uitzendkracht, een werkloze of iemand met een tijdelijk contract is dat niet mogelijk. Voor deze zieken is de Ziektewet het vangnet. Daar komt dan ook het begrip vangnetter vandaan.

Om vangnetters te stimuleren om weer aan het werk te gaan zijn verschillende maatregelen ingevoerd. Enerzijds gericht op de vangnetters zelf, om hen te stimuleren om vanuit de Ziektewet (ZW) en de wet Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) weer aan het werk te gaan. Aan de andere kant zijn er ook financiële prikkels voor (ex-) werkgevers om hen te stimuleren om vangnetters weer aan het werk te helpen.

Prikkel vangnetter

De BeZaVa bevat drie maatregelen die de zieke vangnetter zelf moeten stimuleren al het mogelijke te doen om weer aan het werk te komen:

  • Allereerst is het ZW-criterium aangepast. Die aanpassing houdt in dat de voorwaarden om voor een ZW-uitkering in aanmerking te (blijven) komen, na een jaar ziekte worden aangescherpt. Na dat jaar wordt gekeken naar wat de werknemer nog met gangbare arbeid kan verdienen. Als de werknemer hiermee 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen, komt hij niet meer voor een ZW-uitkering in aanmerking. Overigens nog wel voor een WW-uitkering. Door de invoering van het nieuwe ZW-criterium vindt in feite al na een jaar ziekte een soort WIA-keuring plaats; de echte WIA-beoordeling vindt pas na twee jaar ziekte plaats.
  • De tweede aanscherping is de hoogte van de ZW-uitkering. Maar deze aanscherping staat alweer op de helling. Aanvankelijk zou die ZW-uitkering vanaf 1 januari 2014 afhankelijk worden van het opgebouwde arbeidsverleden. In het sociaal akkoord is echter afgesproken dat de invoering van de arbeidsverleden-eis toch weer wordt afgeschaft.
  • De derde aanscherping zit in de re-integratieverplichtingen voor de werknemers. Sinds begin dit jaar zijn de re-integratie- en sollicitatieverplichtingen voor werknemers met een ZW-uitkering aangescherpt, zodat deze aansluiten bij de verplichtingen die in de WIA zijn opgenomen.

Prikkel werkgever

Wat er voor werkgevers gaat veranderen is, dat de ZW- en WGA-uitkeringen voor vangnetters niet langer collectief, dus via een sectorpremie, worden betaald. Vanaf 1 januari 2014 worden de uitkeringskosten (meer) toegerekend aan de laatste werkgever. Dit prikkelt werkgevers om de WIA-instroom voor vangnetters te beperken, zoals zij dat nu ook doen voor werknemers met een vast dienstverband.

De ZW- en WGA-lasten van vangnetters worden dus (meer) toegerekend aan de laatste werkgever. Het gaat daarbij om werknemers van wie het dienstverband eindigt tijdens ziekte, om uitzendkrachten (deze uitkeringslasten worden toegerekend aan het uitzendbureau) en om de zogeheten nawerkingsgevallen. Dit zijn werknemers die binnen 28 dagen na het einde van het dienstverband ziek worden en die na het einde van het dienstverband geen nieuwe werkgever, maar ook geen uitkering hadden. Voor stagiairs geldt dat deze ook worden beschouwd als flexwerkers voor wie de laatste ‘werkgever’ verantwoordelijk wordt, hoewel zij formeel geen arbeidsovereenkomst hebben.

Premiedifferentiatie

Per 1 januari 2014 verandert ook het systeem van premiedifferentiatie; er komen drie categorieën werkgevers:

  • Voor kleine werkgevers (niet meer dan 10 keer de gemiddelde loonsom) zal de toerekening plaatsvinden op sectorniveau.
  • Voor werkgevers met een loonsom tussen 10 en 100 keer de gemiddelde loonsom wordt deels uitgegaan van een sectorpremie en deels van de individuele schadelast. Voor deze werkgevers geldt dat de weging van de individuele schadelast lineair toeneemt met de omvang van de loonsom.
  • Voor grote werkgevers (100 keer de gemiddelde loonsom) geldt straks dat ze deze uitkeringslasten rechtstreeks gaan dragen via een individuele premiedifferentiatie.

Voor de premievaststelling voor 2014 wordt uitgegaan van de ZW- en WGA-uitkeringen die in 2012 zijn ingegaan. Dit betekent dat het voor een werkgever van belang is om na te gaan welke ex-werknemers, die in 2012 recht hebben gekregen op een ZW- of WGA-uitkering, aan hem worden toegerekend. Het UWV verstrekt vanaf 1 juli 2013 aan werkgevers een dergelijk overzicht.

Kostenpost

De nieuwe financieringssytematiek heeft vooral gevolgen voor werkgevers die veel met tijdelijke contracten werken. Veel werkgevers hebben daar bedrijfseconomische redenen voor. Het kan gaan om een flexibele schil van arbeidskrachten met als doel tijdelijke schommelingen in de productie op te vangen, maar ook om seizoenswerk. Welke reden er ook voor is om met tijdelijke contracten te werken, een zieke vangnetter kan straks een aanzienlijke kostenpost worden.

De kans bestaat dat werkgevers hun financiële risico gaan beperken door strengere risicoselectie aan de poort. Een andere mogelijkheid is, dat werkgevers uitwijken naar arbeidsconstructies (payrolling, inhuren van zzp-ers en uitzendkrachten). Hierdoor worden macro gezien de arbeidsongeschiktheidslasten alleen maar verschoven en niet beperkt. Vanuit die optiek beschouwd, lijkt de beste oplossing om te kijken naar mogelijkheden om de arbeidsongeschiktheidslasten (ZW- en WGA-uitkeringen) werkelijk te beperken. Dit vraagt om betere preventie, verzuimbegeleiding en re-integratie, waarbij nadrukkelijk ook rekening wordt gehouden met flexkrachten. Bij deze aanpak kan de arbodienst een nuttige bijdrage leveren. De focus moet dan wel gericht zijn op herstelbevordering. Het is belangrijk zo snel mogelijk te bepalen wat de arbeidsmogelijkheden van de zieke werknemer zijn zodat er naar passend werk kan worden gezocht bij de werkgever zelf of een andere werkgever.

Publiek verzekeren

De werkgever kan straks kiezen of hij de kosten voor re-integratie van vangnetters publiek (via het UWV) of privaat wil verzekeren. Vanaf 1 januari 2017 kunnen werkgevers eigenrisicodrager worden voor het WGA-risico van de vangnetters. Voor de ZW kan dat nu al.

Voor werkgevers die publiek verzekerd blijven geldt, dat het UWV na het einde van het dienstverband de re-integratie van de vangnetters oppakt. Wel kan de (ex-) werkgever aangeven of hij bereid is de werknemer weer in dienst te nemen als die weer (gedeeltelijk) arbeidsgeschikt is.
Het UWV kan in een convenant met werkgevers of branches afspraken maken over het aan het werk helpen van vangnetters, bijvoorbeeld door concrete vacatures aan te leveren of werk voor vangnetters te creëren.

Eigenrisicodrager

Als de werkgever ervoor kiest om eigenrisicodrager te worden voor de ZW en de WGA en zich privaat verzekert, dan is hij zelf verantwoordelijk voor de re-integratie. Dan moet hij zelf met de arbodienst goede afspraken maken over de inzet van de arbodienst en met de verzekeraar over de re-integratieactiviteiten. Voor de vangnetter moet duidelijk zijn welke ondersteuning hij van de verzekeraar kan verwachten, tijdens en na het dienstverband.

Dit alles kan tot vertraging van het herstel en de re-integratie leiden. Daarom is de nieuwe wetgeving voor werkgevers een zinvolle aanleiding om (opnieuw) te overwegen wel of niet eigenrisicodrager voor de ZW en/of WGA te willen worden..

Zeker is dat de nieuwe wetgeving de arbeidsongeschiktheidslasten van werknemers die tijdens ziekte uit dienst gaan directer bij de laatste werkgever legt. Werkgevers hebben er een rechtstreeks belang bij om ook voor deze categorie werknemers de re-integratie zo goed mogelijk te regelen.

Interessante links

Verzuimbeleid

Wettelijke regelingen voor verzuim

Re-integratie

Stappenplan verzuimbegeleiding Wet Verbetering Poortwachter

Verzuimbegeleiding

 

Contactpersoon

Jørgen Hulsmans

Beleidsmedewerker Sociale Zekerheid