Ontbinding van de arbeidsovereenkomst door kantonrechter

U kunt de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsoverkomst verzoeken op grond van de volgende ontslaggronden:

(a + b: let op: ontslag wegens een a- of b-grond, bedrijfseconomische redenen of langdurige arbeidsongeschiktheid, moet via UWV; op deze gronden kunt u alleen in hoger beroep terecht bij de kantonrechter).

c: regelmatige arbeidsongeschiktheid met onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering
d: ongeschiktheid voor de bedongen arbeid, anders dan wegens ziekte
e: verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer
f: niet verrichten van de arbeid wegens gewetensbezwaren
g: verstoorde arbeidsverhouding
h: andere omstandigheden waardoor voortduren van de arbeidsovereenkomst van de werkgever niet gevergd kan worden.

Als voorbeelden van de h-grond noemt de wetgever detentie of het ontbreken van een tewerkstellingsvergunning. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling van de wetgever dat dit een restcategorie wordt voor zaken waarin te weinig dossier is voor één van de andere gronden.

Ook kunt u de kantonrechter verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden als UWV de gevraagde toestemming om op te zeggen heeft geweigerd, of indien er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die niet tussentijds kan worden opgezegd. In sommige gevallen kan de rechter een ontbindingsverzoek toewijzen, terwijl er sprake is van een opzegverbod.

Verzoekt u ontbinding vanwege regelmatige arbeidsongeschiktheid met onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering, dan moet het verzoek gepaard gaan met een (recente) deskundigenverklaring. Is de grond verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer of disfunctioneren, dan moet er een schriftelijk dossier zijn waaruit een en ander blijkt. De rechter oordeelt of er een redelijke grond is om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De rechter moet overtuigd worden en gaat niet zonder meer af op wat de werkgever stelt. Zorg daarom altijd voor goede dossiervorming.

De procedure bij de kantonrechter begint met een schriftelijk verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, waarop de werknemer dan schriftelijk mag reageren. (Voor de werknemer is het overigens verstandig dit altijd en adequaat te doen, omdat anders wellicht geen aanspraak zal kunnen worden gemaakt op een WW–uitkering.) Daarna plant de rechter een zittingsdatum en tijdens de zitting kunnen werkgever en werknemer dan mondeling hun standpunt toelichten. Hoewel de inschakeling van advocaat niet verplicht is, is het is altijd verstandig om bij een procedure bij de kantonrechter de hulp in te roepen van een advocaat. Een advocaat zal namens de werkgever het woord voeren. Vaak zal ook een advocaat namens de werknemer het woord voeren.

Zowel de werkgever als de werknemer kunnen de kantonrechter om ontbinding vragen. Als de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de kant van de werkgever, kan de kantonrechter – naast de transitievergoeding die uit de wet volgt – een billijke vergoeding aan de werknemer toekennen.

De kantonrechter stelt bij ontbinding een datum einde dienstverband vast. De datum wordt bepaald op het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, waarbij de duur van de procedure van de termijn in mindering wordt gebracht, mits er minimaal één maand resteert. De procedure begint op de datum van ontvangst van het ontbindingsverzoek en eindigt op de datum van de beslissing. De rechter mag voor een andere einddatum kiezen als de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van werkgever of werknemer.

Aan het procederen bij de kantonrechter zijn kosten verbonden, zgn. griffierechten. De kantonrechter kan besluiten één van de partijen in de kosten van de procedure te veroordelen. Advocaatkosten vallen hier niet onder. Die kosten moeten in principe zelf door partijen worden betaald. Als de kantonrechter de andere partij al in de kosten veroordeeld, komt slechts een klein deel van de daadwerkelijke kosten voor vergoeding in aanmerking.

Tegen alle beslissingen van de kantonrechter kan hoger beroep en beroep in cassatie worden ingesteld. Een ingesteld beroept schorst de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking niet. Bij een, op verzoek van de werknemer, toegewezen ontbinding kan het beroep alleen de hoogte of het niet toekennen van de vergoeding betreffen. Indien een ontbinding ten onrechte is toegewezen of vernietiging van de opzegging of herstel van de arbeidsovereenkomst ten onrechte is afgewezen, kan de rechter op verzoek van de werknemer de arbeidsovereenkomst herstellen, of billijke vergoeding toekennen als herstel niet in de rede ligt.

 

Contactpersoon

Bouwend Nederland Advies

advies@bouwendnederland.nl, 079 - 3 252 250