Vakantie- en roostervrije dagen

In de cao Bouw & Infra wordt er onderscheid gemaakt tussen vakantiedagen (artikel 35a en artikel 35b), roostervrije dagen (artikel 36a en 36b) en extra roostervrije dagen oudere werknemer (artikel 36c en artikel 36d).

Vakantiedagen bouwplaatswerknemers

In artikel 35a is opgenomen dat de opbouw van vakantiedagen voor bouwplaatswerknemers verloopt volgens kalenderjaren. Een bouwplaatswerknemer heeft recht op 20 wettelijke vakantie- en 5 bovenwettelijke vakantiedagen. De waarde van de 5 bovenwettelijke vakantiedagen wordt in het Individueel Budget gestort.

De vakantiedagen worden in overeenstemming met de wens van de werknemer door de werkgever vastgesteld, tenzij het belang van de continuïteit van het bedrijfsproces hiertegen verzet.

De werknemer heeft recht op drie weken aaneengesloten zomervakantie. Als de werknemer verplicht is deel te nemen aan een in de onderneming vastgestelde collectieve bedrijfssluiting, krijgt hij daarnaast het recht op een aaneengesloten vakantie van drie weken, als hij beschikt over genoeg vakantie- en roostervrije dagen.

Vakantiedagen UTA-werknemers

Een uta-werknemer ouder dan 18 jaar, heeft recht op 20 wettelijke vakantie- en 5 bovenwettelijke vakantiedagen. De waarde van de 5 bovenwettelijke vakantiedagen wordt in het Individueel Budget gestort.

De werkgever stelt de tijdstippen van de aanvang en einde van de vakantie vast overeenkomstig de wensen van de werknemer, tenzij het belang van de continuïteit van het bedrijfsproces zich hiertegen verzet. Indien het bedrijfsbelang dit noodzakelijk maakt, zullen in overleg tussen werkgever en werknemer tenminste 15 dagen aaneengesloten worden genoten. Aan het resterende aantal dagen wordt door de werknemer in overleg met de werkgever een vrije bestemming gegeven.

Roostervrije dagen bouwplaatswerknemers

Roostervrije dagen zijn dagen waarop niet wordt gewerkt. De werkgever zal aan de werknemer over een roostervrije dag het vast overeengekomen loon betalen. Een bouwplaatswerknemer heeft recht op 20 roostervrije dagen per kalenderjaar (artikel 36a van de CAO). Van de roostervrije dagen:

  • kunnen 10 dagen collectief worden vast gesteld door de werkgever
  • worden 10 dagen overeenkomstig het verzoek van de werknemer vastgesteld. De waarde van deze 10 RVD wordt in het Individueel Budget gestort.

Bij arbeidsongeschiktheid op een collectief vastgestelde roostervrije dag kan een werkgever beslissen dat de werknemer de dag op een ander tijdstip opneemt. De werkgever is hiertoe echter niet verplicht.

Roostervrije dagen UTA-werknemers

Roostervrije dagen zijn dagen waarop niet wordt gewerkt. De werkgever zal aan de werknemer over een roostervrije dag het afgesproken salaris betalen. Een UTA-werknemer heeft recht op 15 RVD dagen per kalenderjaar (artikel 36b van de CAO). De waarde van 5 RVD wordt in het Individueel Budget gestort.
De werkgever stelt de roostervrije dagen vast overeenkomstig de wens van de werknemer. Het verzoek van de werknemer wordt in ieder geval gehonoreerd als dit twee weken voor de aanvang aan de werkgever kenbaar is gemaakt.

Bij arbeidsongeschiktheid op een vastgestelde roostervrije dag kan een werkgever beslissen dat de werknemer de dag op een ander tijdstip mag opnemen. De werkgever is hiertoe echter niet verplicht.

Extra RVD oudere bouwplaatswerknemers

Oudere bouwplaatswerknemers hebben recht op extra roostervrije dagen op grond van de afgesproken “Overgangsregeling extra RVD oudere werknemers”. Deze extra RVD zijn géén vakantiedagen in de zin van artikel 7:634 BW. De opbouw van de extra RVD verloopt volgens kalenderjaren.
De werknemer wordt geacht om deze extra RVD op te nemen in het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd. Niet opgenomen dagen vervallen aan het einde van het kalenderjaar.

Bouwplaatswerknemers werknemer     per kalenderjaar
geboren vóór 1956   13
geboren tussen 1956 en 1961   10

Werknemers die na 1961 geboren zijn hebben, vanaf het moment dat zij 57 jaar worden, recht op het volgend aantal extra RVD:

Bouwplaatswerknemers per werknemer per kalenderjaar
geboren in 1961 (57 jaar in 2018)   10
geboren in 1962 (57 jaar in 2019)    9
geboren in 1963 (57 jaar in 2020)    8
geboren in 1964 (57 jaar in 2021)    7
geboren in 1965 (57 jaar in 2022)    6

Een werknemer die gedurende het kalenderjaar 57 jaar wordt, heeft recht op deze dagen naar rato.

Extra RVD oudere uta-werknemers

Oudere uta-werknemers hebben recht op extra roostervrije dagen op grond van de afgesproken “Overgangsregeling extra RVD oudere werknemers”. Deze extra RVD zijn géén vakantiedagen in de zin van artikel 7:634 BW. De opbouw van de extra RVD verloopt volgens kalenderjaren.

De werknemer wordt geacht om deze extra RVD op te nemen in het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd. Niet opgenomen dagen vervallen aan het einde van het kalenderjaar.

Uta-werknemers werknemer per kalenderjaar
geboren vóór 1956  11
geboren tussen 1956 en 1961    9


Werknemers die na 1961 geboren zijn hebben, vanaf het moment dat zij 57 jaar worden, recht op het volgend aantal extra RVD:

Uta-werknemers per werknemer /per kalenderjaar
geboren in 1961 (57 jaar in 2018)    9
geboren in 1962 (57 jaar in 2019)    8
geboren in 1963 (57 jaar in 2020)    7
geboren in 1964 (57 jaar in 2021)    6
geboren in 1965 (57 jaar in 2022)    5

Een werknemer die gedurende het kalenderjaar 57 jaar wordt, heeft recht op deze dagen naar rato.

Terug naar Vakantie- en verlof


Staat de door u gezochte informatie hier niet bij, neem dan contact op met Bouwend Nederland Advies t. 079 3 252 250 of e. advies@bouwendnederland.nl

 

Contactpersoon

Bouwend Nederland Advies

advies@bouwendnederland.nl, 079 - 3 252 250