Verlaagd btw-tarief

Sinds 1 juli 2015 is het verlaagde btw-tarief vervallen en geldt weer het normale tarief van 21%. In dit artikel lichten we de praktische consequenties toe voor projecten die over deze datum heenlopen.

Toepasbaarheid 6% of 21%

Het moment waarop de dienst is afgerond is bepalend voor de toepasbaarheid van het tarief. Concreet:

  • is de dienst afgerond voor 1 juli 2015, dan is het verlaagde tarief (6%) van toepassing op de arbeid;
  • is de dienst afgerond na 30 juni 2015, dan het is normale tarief (21%) van toepassing op de arbeid.

De dienst wordt als afgerond beschouwd als de oplevering heeft plaatsgevonden. De oplevering vindt plaats als het afgesproken werk is voltooid en de klant het werk heeft aanvaard. De aanvaarding kan ook blijken uit het feit dat de klant het werk heeft betaald (Zie besluit 4 september 2014, nr. BLKB2014/123M gewijzigd bij besluit van 12 februari 2015, nr. BLKB2015/183M, post B 21 onder punt 5).

Vooruitfacturering voor 1 juli 2015

Indien er voor 1 juli 2015 bedragen worden gefactureerd voor diensten waarvan vaststaat dat deze op of na 1 juli 2015 worden afgerond, dan dienen deze facturen gebaseerd te worden op het normale tarief (21%). Vooruitfactureren om daarmee de tariefsverhoging te ontlopen, heeft dus geen effect.

Dienst ongepland afgerond na 1 juli 2015

Was de planning om de dienst voor 1 juli 2015 af te ronden, maar wordt deze toch na 30 juni 2015 afgerond en zijn er voor 1 juli 2015 al factureren gezonden met 6% btw, dan dient zowel op de deelfacturen als op de definitieve eindfactuur het algemene btw-tarief te worden toegepast. Als dat niet is gebeurd, dient een nieuwe factuur te worden uitgereikt om tot het juiste btw-bedrag te kunnen komen. Dit kan zowel een volledig nieuwe factuur zijn met creditering van de oorspronkelijke onjuiste factuur of een aanvullende factuur om tot het juiste btw-bedrag te kunnen komen.

Ingevolge artikel 34c Wet OB geldt een factureringsplicht alleen voor diensten verricht voor andere ondernemers of rechtspersonen (andere dan ondernemers). De ondernemer is dus niet verplicht een creditfactuur uit te reiken aan een particulier.

Een ondernemer die een overeenkomst is aangegaan voor een bedrag inclusief 6% btw voor de arbeid, en die als gevolg van het vervallen van het verlaagde tarief verplicht is voor de arbeid toch 21% btw te berekenen, kan de extra 15% doorberekenen aan zijn afnemer. Het maakt hierbij niet uit of die afnemer een ondernemer is of een particulier. Andere afspraken die hieromtrent mogelijk zijn gemaakt, zijn nietig. Dit volgt uit artikel 52 van de Wet op de omzetbelasting 1968 waarin dit expliciet is opgenomen. Overigens bestaat niet de verplichting dit te doen. De ondernemer kan ook besluiten de btw-verhoging voor eigen rekening te nemen door de overeengekomen vergoeding eenzijdig zo te verlagen dat het bedrag inclusief btw gelijk blijft. Het is, gezien de mogelijkheid om de hogere btw te verhalen, verstandig om cliënten die afnemen tegen 6% hierop te attenderen en hun eventueel te adviseren de aannemer te attenderen op zijn verplichting uiterlijk voor 30 juni de werkzaamheden af te ronden en hem aansprakelijk te stellen voor de schade die daaruit voor de afnemer voortvloeit.

Dienst onderaannemer afgerond voor 1 juli 2015

Als de dienst van een onderaannemer aan een hoofdaannemer (bijvoorbeeld het betegelen van een badkamervloer) is afgerond vóór 1 juli 2015, dan geldt voor deze dienst het verlaagde tarief.
Als de hoofdaannemer de dienst (bijvoorbeeld de renovatie van de gehele badkamer) aan de klant afrondt na 30 juni 2015, dan kan de dienst van de hoofdaannemer aan de klant niet in het verlaagde tarief delen.

Wanneer echter de onderaannemer zelf een overeenkomst met de klant heeft gesloten (de onderaannemer factureert zelf aan de klant), dan geldt het tarief van het moment waarop de onderaannemer de dienst heeft voltooid.

(Zie besluit van 4 september 2014, nr. BLKB2014/123M gewijzigd bij besluit van 12 februari 2015, nr. BLKB2015/183M, post B 21 onder punt 5 en vraag 3 van de bijlage bij dit besluit waarin deze situatie is beschreven voor de periode tot 1 maart 2013.)

Onderhoudscontracten en serviceabonnementen

Kenmerkend aan onderhouds- en serviceabonnementen voor bijvoorbeeld cv-installaties en liften is dat in elk geval eenmaal per jaar onderhoudswerkzaamheden aan de installatie worden verricht. Daarnaast worden vaak afspraken gemaakt dat de ondernemer een storing tegen een relatief geringe (extra) vergoeding binnen een bepaalde termijn verhelpt.

Bij deze onderhouds- en serviceabonnementen is de onderhoudsdienst de hoofdprestatie. Het moment waarop de onderhoudsdienst is afgerond, bepaalt daarom ook of het tarief van 6% of 21% van toepassing is:

  • is de onderhoudsdienst afgerond voor 1 juli 2015, dan bedraagt het tarief 6%;
  • is de onderhoudsdienst afgerond na 30 juni 2015, dan bedraagt het tarief 21%.

Het moment van betalen van de vergoeding (vooraf, in termijnen of na afloop) is niet van belang voor de vaststelling van het tarief.

Let op! Veelal worden onderhouds- en servicecontracten aan het begin van het kalenderjaar gefactureerd. Wees alert op toepassing van het 6%-tarief. Dit is namelijk alleen juist als het onderhoud voor 1 juli 2015 is verricht. Ditzelfde geldt als het contract in maandelijkse termijnen wordt gefactureerd. Alleen als het onderhoud voor 1 juli 2015 is verricht en afgerond, kunnen de termijnen met 6% worden belast. (Zie ook besluit van 4 september 2014, nr. BLKB2014/123M gewijzigd bij besluit van 12 februari 2015, nr. BLKB2015/183M, vraag 14 van de bijlage bij dit besluit.)

Onderhoudsabonnement voor doorlopende prestatie

Een particulier heeft op 1 januari 2015 voor één jaar een onderhoudsabonnement afgesloten met een ondernemer die één keer per week het gras komt maaien. In dit geval is sprake van een doorlopende prestatie. Omdat de afrekening voor doorlopende prestatie betrekking heeft op een periode die eindigt na 30 juni 2015, moet de afrekenperiode worden gesplitst. Voor het deel van de prestatie dat plaatsvindt voor 1 juli 2015 geldt het verlaagde btw-tarief, voor het deel van de prestatie dat plaatsvindt na 30 juni 2015 geldt het algemene btw-tarief.

(Zie besluit van 4 september 2014, nr. BLKB2014/123M gewijzigd bij besluit van 12 februari 2015, nr. BLKB2015/183M, vraag 41 van de bijlage bij dit besluit waarin deze situatie is beschreven voor de periode tot 1 maart 2013.) 

Een of meer diensten

Voor toepassing van het verlaagde tarief moet de dienst voor 1 juli 2015 zijn afgerond. Het valt te verwachten dat de Belastingdienst bij controle extra alert zal zijn rondom deze datum. Het is daarom aan te bevelen om goed vast te leggen wanneer de dienst is verricht (zo veel mogelijk onderbouwd met bewijsstukken).

Een vraag die rondom deze datum ook zal gaan spelen, is of sprake is van een of meerdere diensten. Het antwoord op deze vraag is sterk afhankelijk van de feiten. Het valt te verwachten dat de Belastingdienst extra alert zal zijn op het kunstmatig splitsen van diensten.

In dat verband kunnen de volgende twee vragen een aanwijzing geven (Zie besluit van 4 september 2014, nr. BLKB2014/123M gewijzigd bij besluit van 12 februari 2015, nr. BLKB2015/183M, vraag 35 en 36 van de bijlage bij dit besluit waarin deze situatie is beschreven voor de periode tot 1 maart 2013):

Vóór 1 maart 2013 heeft een architect (of een dergelijke ondernemer) in opdracht van een eigenaar/(ver)huurder van een woning een bouwtekening vervaardigd voor een renovatie. Op de factuur heeft die ondernemer het algemene btw-tarief (21%) vermeld. Na 28 februari 2013 komen partijen overeen dat die ondernemer de renovatie van de woning gaat begeleiden. Is op de arbeidskosten van de vervaardiging van de bouwtekening en op de begeleidende werkzaamheden bij de renovatie van de woning het verlaagde btw-tarief van toepassing?

Nee, in dit geval is sprake van twee verschillende diensten. De eerste dienst (het vervaardigen van de bouwtekening) is afgerond vóór 1 maart 2013 en is daarom terecht belast tegen het algemene btw-tarief. De tweede dienst (de begeleidingswerkzaamheden van de renovatie van de woning) is ook belast tegen het algemene btw-tarief. In dit geval wordt namelijk niet voldaan aan de cumulatieve voorwaarden van de specifieke goedkeuring voor diensten van architecten en dergelijke ondernemers zoals die is opgenomen in onderdeel 8 van de toelichting op post b 21 van Tabel I bij de wet.

Op 1 februari 2013 heeft een architect (of een dergelijke ondernemer) met een eigenaar/(ver)huurder van een woning één overeenkomst gesloten waarin is vastgelegd dat de ondernemer naast het maken van een bouwtekening ook de renovatie van de woning zal begeleiden. De bouwtekening is op 15 februari 2013 gereedgekomen en daarvoor heeft de architect (of een dergelijke ondernemer) een (deel)factuur uitgereikt met daarop het algemene btw-tarief (21%). De begeleidende werkzaamheden bij de renovatie van de woning worden afgerond vóór 1 januari 2015. Geldt het verlaagde btw-tarief op de arbeidskosten van de hele dienst?

Ja, op de arbeidskosten van de dienst bestaande uit het maken van de bouwtekening én de begeleidende werkzaamheden bij de renovatie van de woning ouder dan twee jaar kan het verlaagde btw-tarief worden toegepast. In dit geval is immers sprake van één enkele prestatie die is afgerond vóór 1 januari 2015.

Verlaagd tarief ook na 30 juni 2015 nog van toepassing op schilderen, stukadoren en isoleren

Op het schilderen en stukadoren van woningen die ouder zijn dan twee jaar blijft het verlaagde tarief (6%) ook na 30 juni 2015 van toepassing (tabel I, post b8). Dit verlaagde tarief geldt zowel op de arbeid als op de materialen die deel uit maken van de dienst.

Ook voor het aanbrengen van op energiebesparing gericht isolatiemateriaal aan vloeren, muren en daken van woningen die ouder zijn dan twee jaar blijft het verlaagde tarief (6%) gelden (tabel I, post b 19). Dit verlaagde tarief geldt alleen voor de arbeid. Voor de materialen die deel uit maken van de dienst geldt het normale tarief (21%).

 

Contactpersoon

Harry Wisse

Accountmanager Bouw & Infra Groot