Het belastingstelsel kent een aantal faciliteiten voor mensen die deelnemen aan het arbeidsproces. Deze kunnen vervallen of wijzigen bij het bereiken van de 65 jarige leeftijd (of bij vervroegde pensionering) .
Volksverzekeringen
Na de pensionering blijven de volksverzekeringen van toepassing. De AOW is daarvan een van de belangrijkste, hier komt het basispensioen vandaan. Als een 65-plusser kinderen heeft die binnen de bepalingen van de kinderbijslagwet vallen heeft hij hier ook recht op. De AWBZ blijft van toepassing en vergoedt bijzondere ziektekosten. Men betaalt premie voor de AWBZ en de ANW, niet voor de AOW.
Werknemersverzekeringen
Werknemersverzekeringen hebben een ingebouwde grens van 65 jaar. Werknemers ouder dan 65 jaar komen niet voor de Ziektewet, de WW en de WIA in aanmerking. Er zijn dus ook geen premies meer verschuldigd voor deze verzekeringen.
Ziektekostenverzekeringen
Iedereen die AWBZ verzekerd is, is ook verzekerd voor de Zorgverzekeringswet (ZVW). Iedereen van 18 jaar en ouder betaald een nominale premie en een inkomensafhankelijke bijdrage. Bij 65 plussers wordt de inkomensafhankelijke bijdrage van 6,5% ingehouden op de AOW uitkering en 4,4% over eventueel aanvullend pensioen (tarieven 2007).
De werknemer hoeft géén premies te betalen voor:
-
Werkloosheidswet (WW);
-
Ziektewet (ZW);
-
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO);
-
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA);
-
Algemene Ouderdomswet (AOW).Vanaf hun 65ste ontvangen 65 plussers een uitkering op grond van de AOW. Hun inkomen uit werk heeft geen gevolgen voor de AOW. Ook de opgebouwde aanvullende pensioenen worden niet van de AOW afgetrokken.