Indien u als werkgever binnen drie maanden 20 werknemers of meer wilt ontslaan binnen één werkgebied van UWV Werkbedrijf is de Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO) van kracht. Als u dit voornemen heeft, moet u hiervan melding doen bij de vakverenigingen en aan het UWV Werkbedrijf. Heeft u een ondernemingsraad, dan moet u de ondernemingsraad op een zodanig tijdstip om advies vragen, dat dit nog van wezenlijke invloed kan zijn op het uiteindelijk te nemen ontslagbesluit.
Aan een vakvereniging worden eisen gesteld om als belanghebbend te worden aangemerkt:
- de vakvereniging moet leden hebben onder de in de onderneming werkzame personen;
- de vakverenging moet tot doel hebben belangen van werknemers te behartigen;
- de vakvereniging moet ten minste twee jaar een rechtspersoonlijkheid bezitten;
- ten slotte moet de vakvereniging de werkgever bekend zijn (schriftelijk aan de werkgever te kennen hebben gegeven prijs te stellen op meldingen van voornemens van collectief ontslag).
Het beëindigen van arbeidsovereenkomsten waarvoor geen opzegging en ontslagvergunning vereist zijn, zoals bijvoorbeeld het eindigen van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, tellen niet mee voor het getalscriterium van 20. Werknemers voor wie ontbinding wordt gevraagd bij de kantonrechter (mits 5 of meer) tellen wel mee voor het getalscriterium van 20. De ontbindingsverzoeken moeten dan wel zijn gedaan op grond van bedrijfseconomische omstandigheden. Ontbindingsverzoeken die hier niets mee van doen hebben maar gelegen zijn in het functioneren van de werknemer blijven buiten beschouwing (zij tellen dus niet mee voor het aantal van 5).
Pas een maand nadat het plan tot collectief ontslag gemeld is, mag het UWV Werkbedrijf de ontslagaanvragen in behandeling nemen. Deze termijn is bedoeld om het UWV Werkbedrijf de gelegenheid te geven om na te gaan of door arbeidsmarktpolitieke maatregelen werkloosheid kan worden voorkomen of beperkt door bijvoorbeeld herplaatsing of herscholing.
De wachttermijn geldt niet als bij de melding aan het UWV Werkbedrijf een verklaring van alle belanghebbende vakbonden is gevoegd, waarin staat dat zij zijn geraadpleegd en dat zij zich kunnen verenigen met verkorte behandeling. U kunt in deze wachttijd overleg plegen met werknemers, vakorganisaties en ondernemingsraad en er kan worden getracht een sociaal plan op te stellen voor de medewerkers die moeten afvloeien. Het sociaal plan is niet wettelijk geregeld. De vakvereniging zal niet snel instemmen met uw aanvraag voor een collectief ontslag als er geen behoorlijk sociaal plan op tafel ligt. Een sociaal plan komt tot stand door onderhandelingen tussen u en de vakverenigingen, ook de ondernemingsraad is hierbij vaak betrokken. Het is verstandig om u hierbij te laten bijstaan door een juridisch specialist!
Vanaf 1 maart 2006 geldt, ongeacht het aantal medewerkers, dat voor collectief ontslag wordt voorgedragen het afspiegelingsbeginsel voor het bepalen van de ontslagvolgorde.
Op www.werk.nl kunt u de door het UWV Werkbedrijf geschreven handleiding/stappenplan voor de bepaling van de ontslagvolgorde downloaden. Hierin staat het afspiegelingsbeginsel en de door u te nemen stappen duidelijk omschreven.
Het UWV Werkbedrijf neemt pas een maand na de melding van uw voornemen de ontslagaanvragen voor de betrokken werknemers in behandeling. U moet bij het UWV Werkbedrijf aangeven welke redenen u heeft voor het collectief ontslag.
Daarnaast geeft u een overzicht van:
- het aantal werknemers dat u wilt ontslaan;
- de leeftijd en het geslacht van de betrokken werknemers;
- de functie van de betrokken werknemers;
- de criteria waarop u de betrokken werknemers heeft geselecteerd voor ontslag;
Vervolgens neemt het UWV Werkbedrijf de ontslagaanvragen in behandeling. Uw werknemers krijgen de gelegenheid verweer te voeren. Besluit het UWV Werkbedrijf de ontslagvergunning af te geven, dan kunt u de arbeidsovereenkomst opzeggen. Wel moet u nog rekening houden met de opzegtermijn.
De CAO voor de bouwnijverheid bevat géén bepalingen over collectief ontslag!