De procedure bij de Afdeling Juridische Zaken van het UWV Werkbedrijf is gratis. Dit is een groot verschil met de procedure bij de kantonrechter; bij deze procedure worden griffierechten geheven. De Afdeling Juridische Zaken van het UWV Werkbedrijf kent niet de mogelijkheid – die de kantonrechter wel kent – één van de partijen in de overige kosten van de procedure te veroordelen. Ook heeft de Afdeling Juridische Zaken van het UWV Werkbedrijf niet de bevoegdheid een schadevergoeding toe te kennen. De kantonrechter heeft deze bevoegdheid wel en maakt er veelvuldig gebruik van.
Ontbinding bij de kantonrechter is een redelijk snelle manier om duidelijkheid te krijgen over de beëindiging van een arbeidsovereenkomst. De rechter oordeelt of de arbeidsovereenkomst daadwerkelijk mag worden ontbonden. Zorg daarom altijd voor goede dossiervorming.
Een werknemer krijgt na ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de rechter pas aanspraak op een WW–uitkering na het verstrijken van de opzegtermijn die de werkgever in een UWV Werkbedrijf–procedure ook zou hebben gehad, alleen als een schadevergoeding wordt toegekend.
Er zijn twee gronden op basis waarvan ontbinding bij de kantonrechter kan worden gevraagd:
1. Dringende redenen zijn dezelfde redenen die ontslag op staande voet mogelijk maken.
2. Een verandering van omstandigheden, waardoor de arbeidsverhouding niet langer kan worden voortgezet en op korte termijn dient te worden stopgezet. Deze grond is erg ruim. Veel voorkomende redenen in dit verband zijn: bedrijfseconomische redenen, disfunctioneren van de werknemer en een verstoorde arbeidsrelatie.
U komt nog wel eens de term gewichtige redenen tegen. Dringende redenen en een verandering van omstandigheden worden samen gewichtige redenen genoemd. Als de kantonrechter besluit de arbeidsovereenkomst te ontbinden zijn opzegging en toestemming door het UWV Werkbedrijf niet meer nodig. Zowel de werkgever als de werknemer kunnen de kantonrechter om ontbinding vragen.