Werken naast vroegpensioen komt in de bouw steeds vaker voor. Hierbij zijn de volgende situaties denkbaar:
1. een deelnemer die met deeltijdpensioen gaat, waarbij een gedeeltelijke vroegpensioenuitkering wordt gecombineerd met een gedeeltelijke voortzetting van het dienstverband (parttime werken);
2. een deelnemer die opnieuw fulltime aan de slag wil, nadat de dienstbetrekking is beëindigd en het vroegpensioen is ingegaan;
3. een deelnemer die het vroegpensioen wil laten ingaan, maar de dienstbetrekking met u gewoon wil laten doorlopen.
Ad 1 deeltijdpensioen
Dit is zonder meer toegestaan. Dat was zo en dat blijft zo. Voor een deelnemer die werken en pensioen wil combineren is dit in feite de meest voor de hand liggende oplossing. Bij deeltijdpensioen beëindigt de deelnemer zijn dienstverband voor dat gedeelte dat hij met deeltijdpensioen wil. De deelnemer gaat dan in deeltijd werken en vult zijn deeltijdinkomen aan met een deeltijdvroegpensioenuitkering. Voordeel voor de deelnemer is dat zijn pensioenopbouw gedeeltelijk doorloopt vanwege zijn inkomen uit deeltijdwerken. Op enig moment stopt de deelnemer helemaal met werken en zal zijn (verhoogde) volledige pensioenuitkering ingaan.
Ad 2 en 3
BPF Bouw hanteert hierbij nieuwe regels die gevolgen kunnen hebben voor deelnemers die na 31 augustus 2008 uittreden. De deelnemers, geboren voor 1950 voor wie deze regels gevolgen kunnen hebben, zijn door BPF Bouw persoonlijk op de hoogte gesteld.
Bij de nieuwe regels voor de situaties bedoeld bij 2 en 3 is het volgende onderscheid van belang:
1. deelnemers die vóór de standaardleeftijd (bouw: 60 jr; UTA: 62 jr.) met pensioen gaan;
2. deelnemers die óp of ná de standaardleeftijd (bouw: 60; UTA: 62) met pensioen gaan.
1. Met pensioen vóór de standaardleeftijd (60 / 62 jaar)
Bij de eerste groep gaat het om deelnemers die vóór de standaardleeftijd, bijvoorbeeld op 59 jarige leeftijd, met vroegpensioen gaan. In dat geval moeten zij hun dienstverband ook daadwerkelijk beëindigen. Doen zij dat niet dan bestaat de kans dat er alsnog belasting betaald moet worden over alle (ook in het verleden) afgedragen pensioenpremies. Het is dan ook van belang het dienstverband ook daadwerkelijk te beëindigen.
Het is denkbaar dat een vervroegd uitgetreden deelnemer na verloop van tijd van gedachten verandert en toch weer wil gaan werken (tweede situatie). Wanneer de deelnemer aan de fiscus kan aantonen dat hij op het moment van pensioneren de intentie had zijn (vroeg)pensioen als arbeidsvervangend inkomen te genieten, kan de fiscus de naheffing achterwege laten. Wel kunnen de bijverdiensten van invloed zijn op de hoogte van de door BPF Bouw vast te stellen vroegpensioenuitkering.
Als een deelnemer te veel bijverdient, wordt de uitkering gekort. Dit wordt aan de hand van de zogenoemde ‘verdienruimte’ uitgerekend. De verdienruimte is het verschil tussen de uitkeringsbasis (het gematigde pensioenloon op maandbasis) en de bruto uitkering. Als de inkomsten uit arbeid meer bedragen dan de verdienruimte, wordt de uitkering gekort. De lasten voor de door de bedrijfstak te financieren aanvullingsregelingen nemen hiermee af.
Inkomstenverklaring
De uitkeringsgerechtigde ontvangt drie keer per jaar een inkomstenverklaring. Deze moet hij invullen en terugsturen. Naar aanleiding van de inkomstenverklaring wordt gekeken of er te veel is bijverdiend.
2. Met pensioen óp of ná de standaardleeftijd (60 / 62)
Als de deelnemer aan de voorwaarden voldoet, hoeft hij niet op de standaard vroegpensioenleeftijd uit te treden. Hij kan er voor kiezen om door te werken en op een latere leeftijd uit te treden. Uittreden na de standaardvroegpensioenleeftijd – we noemen dat uitstellen - levert een hogere uitkering op. Dat was zo en dat blijft zo. Het is denkbaar dat de deelnemer met uitstellen aan
een uitkering komt die hoger is dan zijn gematigd pensioenloon. Voorheen kreeg hij dan toch niet meer uitgekeerd dan zijn gematigd pensioenloon.
Het bestuur BPF Bouw heeft nu besloten om dat deel dat boven het gematigd pensioenloon uitkomt, om te zetten in extra ouderdomspensioen. Vanaf zijn 65ste ontvangt hij dan een hoger ouderdomspensioen.
Het is denkbaar dat de uitkeringsgerechtigde naast zijn uitkering ook bijverdiensten heeft. De uitkering wordt niet gekort vanwege bijverdiensten. Wel kan het zijn dat bijverdiensten en uitkering samen, uitkomen boven het gematigd pensioenloon. Omdat de aanvullingsregeling daar oorspronkelijk niet voor was bedoeld, is de uitkering voor dat deel bovenmatig. BPF Bouw heeft besloten dat het bovenmatige deel van de uitkering niet wordt uitgekeerd als vroegpensioen, maar vanaf de 65-jarige leeftijd als ouderdomspensioen. De uitkeringsgerechtigde raakt het dus niet kwijt.
Inkomstenverklaring
Omdat BPF Bouw de bijverdiensten niet kent, moet de uitkeringsgerechtigde drie keer per jaar een Inkomstenverklaring indienen. Het formulier daarvoor wordt hem automatisch toegestuurd.
Inwerkingtreding
Het besluit van BPF Bouw is op 1 september 2008 in werking getreden. De deelnemers voor wie de wijziging gevolgen kan hebben, worden begin september door BPF Bouw persoonlijk op de hoogte gesteld per brief. Een bepaalde groep deelnemers hoeft overigens geen inkomstenverklaringen in te vullen. Dit zijn:
1. deelnemers die vóór 1 september 2008 de door BPF Bouw verstrekte uittreedindicatie hebben geaccepteerd;
2. deelnemers die vóór 1 september 2008 een uittreedindicatie hebben aangevraagd en de bijbehorende uittreedindicatie binnen 2 maanden na de ontvangst ervan accepteren.
Wat gebeurt er met de vroegpensioenuitkering van een deelnemer uit de sector Bouwbedrijf bij uittreden óp of ná de standaardleeftijd (60 / 62)?