In 1969 besluit het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Wegenbouwers Zuid bij wijze van proef, een sociaal bemiddelaar in te zetten voor de huiselijke problemen van de werknemers van de lidbedrijven. Hiervoor krijgt men subsidie van het Ministerie van Sociale Zaken. De leden binnen de afdeling worden attent worden gemaakt op de geboden dienstverlening voor hun werknemers met privéproblemen. Bovendien merkt men dat de vragen van werknemers met succes beantwoord worden.
De ontwikkelingen in het zuiden worden met belangstelling door de andere afdelingen van de vereniging gevolgd. De proef wordt uitgebreid naar alle regio’s van de Nederlandse Vereniging voor Wegenbouwers. Niet veel later besluit men de sociaal bemiddelaars onderdeel uit te laten maken van de dienstverlening aan de leden.
Aan het eind van de jaren tachtig van de vorige eeuw vindt verdere “professionalisering” van de sociale bemiddeling plaats. Zo worden de sociaal bemiddelaars ondergebracht in een stichting, de “Stichting Sociale Bemiddeling”. Vanaf dat moment wordt bij ontstane vacatures gezocht in de beroepsgroep van (bedrijfs)maatschappelijk werkers. Dit blijkt de beste garantie om de vereiste deskundigheid van de sociaal bemiddelaars te waarborgen. Het bestuur van de stichting wordt gevormd door vertegenwoordigers uit de verschillende afdelingen en professioneel bij werknemersaangelegenheden betrokken mensen uit bedrijven. Het secretariaat wordt verzorgd door een medewerker van de NVWB organisatie die in zijn werk ook verantwoordelijk is voor sociale zaken.
In de laatste tien jaar vindt op brancheorganisatieniveau schaalvergroting plaats. De NVWB Bouwers van Infrastructuur en de Vereniging Aannemers Grond- Weg en Waterbouw (VAGWW) gaan samen in VIANED. In 2005 gaat deze vervolgens weer op in Bouwend Nederland. Tijdens dit proces blijkt de Stichting Sociale Bemiddeling zo waardevol dat deze nog steeds haar diensten aanbiedt voor de werknemers van lidbedrijven.