Frezen

Als de deklaag aan vervanging toe is, of zelfs de gehele asfaltconstructie, vormen freeswerkzaamheden de aftrap van een veelal ingrijpende operatie. Maar ook voor minder ingrijpende werkzaamheden gaan freesmachines van tijd tot tijd de weg op. Veelal om de stroefheid van het wegdek te herstellen, maar de laatste tijd steeds vaker voor het selectief frezen van teerhoudende tussenlagen.

Imposante freesmachines verwijderen het asfaltdek geheel of gedeeltelijk door bepaalde lagen of zelfs de gehele wegverharding weg te frezen. Afhankelijk van het type machine dat wordt gebruikt, zijn dieptes tot 35 cm en breedtes tot 3,80 m te realiseren. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt in kopieerfrezen en profielfrezen. Bij kopieerfrezen dient het bestaande wegdek als referentiehoogte, bij profielfrezen wordt het niveau van de weg opnieuw bepaald en waarnodig aangepast. Daarvoor is de freesrol niet alleen evenwijdig maar ook onder een bepaalde hoek ten opzichte van het wegoppervlak af te stellen.


De introductie in 1978 van de koudfreesmethode was een ware revolutie. Tot dat moment gold de warmfreesmethode als standaardwerkwijze, waarbij met behulp van infraroodbranders de asfaltlaag eerst werd opgewarmd alvorens deze met een beitel- as voorzien van platte beitels af te frezen. De koudfreesmethode is tegenwoordig de belangrijkste techniek voor het verwijderen van asfalt. Deze is niet alleen minder afhankelijk van het weer, maar gaat ook veel sneller. Bij deze techniek rijdt een machine over de te frezen laag heen. Een met hardmetaal beslagen roterende freesrol, afgesteld op de gewenste diepte, woelt het materiaal als het ware los. Het weggefreesde materiaal wordt, afhankelijk van bouwtechniek en overige condities, via een transportband in vrachtwagens geladen, aan de zijkant gedeponeerd of op het gefreesde oppervlak achtergelaten

Specialistisch freeswerk

Fijn frezen van wegen vindt plaats om de stroefheid of vlakheid van het wegoppervlak te herstellen. In de regel worden slechts enkele millimeters van de deklaag verwijderd. Daarvoor wordt de freesmachine van speciale freesrollen voorzien met een beitelafstand van ca 8 mm. Een andere vorm van specialistisch freeswerk is het zogenaamde sleuvenfrezen. Met speciaal equipement behoort het tot de mogelijkheden in breedtes variërende van 1,5 tot 10 cm sleuven tot 30 cm diep te frezen. Ook het aanbrengen van ribbels in het wegdek, bijvoorbeeld voor het maken van zogenaamde rammelstroken, valt tot het specialistische freeswerk te rekenen.

Teerhoudend asfaltgranulaat

Zo’n 70% van het ‘schone’ freesasfalt wordt als grondstof ingezet bij de productie van nieuw asfalt. Daar in het verleden op grote schaal teerhoudend asfaltgranulaat is toegepast, dat voor hergebruik eerst thermisch moet worden gereinigd, is selectief frezen eerder regeling dan uitzondering. Het feit dat wegbeheerders veelal niet in beeld hebben waar en in welke hoeveelheden teerhoudend asfaltgranulaat is toegepast, maakt dit extra gecompliceerd.

Verkeersmaatregelen

Voor het verrichten van de freeswerkzaamheden valt niet te ontkomen aan het afzetten van één of meer rijbanen conform de richtlijnen ingevolge CROW-publicatie 96a (Maatregelen bij werken in uitvoering op autosnelwegen) of 96b (Maatregelen bij werk in uitvoering op niet-autosnelwegen en wegen binnen de bebouwde kom). Het volledig afsluiten van wegen heeft de voorkeur. Niet op de laatste plaats omdat dit het welzijn en de veiligheid van de wegwerkers verhoogt. Ook in kwalitatief en economisch opzicht heeft dit de voorkeur.

Weersafhankelijkheid

Voor koudfrezen zijn de weersomstandigheden van ondergeschikt belang. Maar daar aansluitend aan de freeswerkzaamheden wordt geasfalteerd en neerslag, alsmede temperaturen beneden de 5º C de levensduur van het asfalt beperken, zijn de werkzaamheden indirect als weersafhankelijk te beschouwen.