Wegmarkeringen

Bij aanleg en onderhoud van wegen is het aanbrengen van wegmarkeringen de laatste stap in het proces. Voor de weggebruiker bevatten zij belangrijke informatie. Zo maken zij duidelijk waar wel en niet gereden mag worden, welke snelheid is toegestaan, waar voorrang moet worden verleend, waar men wel of niet stil mag staan, waar wel of niet geparkeerd mag worden en waar de verschillende verkeersdeelnemers gescheiden worden. Ook vormen zij een belangrijk hulpmiddel voor de bepaling van de eigen positie op de weg en die van andere weggebruikers.

Wegmarkeringen hebben dus diverse functies. Nu eens dwingend, dan weer geleidend, maar vaak ook serviceverlenend of puur informatief. En dat onder continue wisselende omstandigheden. Aan het materiaal worden dan ook hoge kwaliteitseisen gesteld. Naast een bepaalde stroefheid moet het materiaal reflecterend zijn, slijt- en kleurvastheid hebben en mag het niet te snel verweren. De materiaaleigenschappen en kwaliteitseisen waaraan wegmarkeringen moeten voldoen, zijn vastgelegd in verschillende beoordelingsrichtlijnen: - BRL 9141/02 Nationale Beoordelingsrichtlijn voor het KOMOproductcertificaat voor wegmarkeringmaterialen; - NEN-EN 1436 en - de Standaard RAWBepalingen 2005.

Materiaal

In de praktijk worden verschillende materialen toegepast, zoals (reflecterende) wegenverf, thermoplastisch materiaal, verspuitbaar thermoplastisch materiaal, voorgevormde markeringsstroken en meer componentenmateriaal. Onderling vertonen deze materialen kwaliteitsverschillen wat betreft dag- en nachtzichtbaarheid, stroefheid, kleurvastheid en levensduur. Gezien de hinder die het verkeer ondervindt bij het herstellen van markeringen geven wegbeheerders steeds vaker de voorkeur aan het toepassen van duurzame materialen als thermoplast en meer componentenmateriaal. Daar waar (reflecterende) wegenverf een levensduur kent van één à twee jaar, bedraagt die voor de duurzame materialen zeven tot tien jaar.

Maatvoering en kleurgebruik

Alle maten voor de markeringen en andere op het wegdek aan te brengen tekens zijn genormeerd. Ook de minimale laagdikte, afhankelijk van het toe te passen materiaal, is in normen vastgelegd. De kleur van de markeringen op het wegdek is wit. Een uitzondering daarop vormen de markeringen voor parkeerbeperkingen (deze zijn geel en blauw) en de tijdelijke markeringen voor werken in uitvoering.

Eisen applicateur

Ook de wijze waarop het materiaal op de weg wordt aangebracht, is genormeerd (BRL 9142/02 Nationale Beoordelingsrichtlijn voor het KOMO-procescertificaat voor de applicatie van wegmarkeringmaterialen). Naast expliciete eisen aan de uitvoering van het proces, personeel, materieel en meetapparatuur, maken de eisen uit arbo- en milieuwetgeving deel uit van het certificatieschema. De Certificerende Instelling houdt stelselmatig controle op de wijze waarop onderhanden zijnde werken worden uitgevoerd en ook op reeds uitgevoerde werkzaamheden. Bij gesignaleerde tekortkomingen kan de applicateur in het ergste geval zijn certificaat kwijtraken. Daarmee zet hij zichzelf buitenspel, want in de praktijk stellen wegbeheerders alleen gecertificeerde bedrijven in de gelegenheid markeringswerkzaamheden uit te voeren.

Verkeersmaatregelen

Voor een veilig werkgebied is het afzetten van één of meer rijbanen veelal onvermijdelijk. De impact van een dergelijke maatregel maakt dat de werkzaamheden veelal ’s nachts plaatsvinden. De tijdelijke afzettingen worden met inachtneming van de richtlijnen ingevolge CROW-publicatie 96a (Maatregelen bij werken in uitvoering op autosnelwegen) of 96b (Maatregelen bij werk in uitvoering op niet-autosnelwegen en wegen binnen de bebouwde kom) uitgevoerd. De exacte uitvoering staat in een zogenaamd plaatsingsplan aangegeven en het verwijderen in een zogeheten verwijderingsplan.

Weersafhankelijkheid

De ondergrond voor de aan te brengen markeringen mag niet vochtig zijn en moet een temperatuur hebben van minimaal 5 ºC boven het vriespunt en minimaal 3 ºC hoger liggen dan het dauwpunt. Bij het aanbrengen van reflecterend thermoplastisch markeringsmateriaal moet de oppervlakte temperatuur minimaal 8 ºC hebben. Indien de temperatuur van de ondergrond boven de 50 ºC uitstijgt mag er geen reflecterend thermoplastisch markeringsmateriaal worden aangebracht. In de praktijk leidt dat er toe dat het zwaartepunt van markeringswerkzaamheden ligt in de periode maart tot en met november.