1. Laag BTW-tarief op onderhoud
Bouwend Nederland is voor (tijdelijke) invoering van het lage BTW-tarief voor de bouw en onderhoud van woningen en gebouwen. De maatregel is snel in te voeren en geeft een directe impuls aan de werkgelegenheid in de bedrijfstak en aan de kwaliteit en duurzaamheid van de woningvoorraad. In België heeft de (tijdelijke) invoering van een laag BTW-tarief tot een bedrag van € 50.000 voor nieuwbouwwoningen ertoe geleid dat het aantal opdrachten weer op het niveau is van voor de crisis.
De huidige EU BTW-richtlijn 2006/112/EG bood al aanzienlijk ruimere mogelijkheden voor de toepassing van een laag BTW-tarief in de bouwsector dan waar nu gebruik van wordt gemaakt. Daarbij is tijdens de Ecofinvergadering van 10 maart 2009 een akkoord bereikt over het toepassen van lage BTW-tarieven. De tijdelijke tariefsregeling op arbeidsintensieve diensten (die geldig was tot en met 31 december 2010) is nu structureel geworden en verbreed.
Een laag BTW-tarief was al toegestaan voor de geleverde diensten (arbeid) ten aanzien van renovatie en herstel van particuliere woningen van 15 jaar en ouder´ (in Nederland alleen toegepast m.b.t. schilders- en stucadoorswerkzaamheden) maar mag nu worden toegepast op alle onderhoudkosten van alle woningen.
Verder is volgens BTW-richtlijn een laag BTW-tarief mogelijk voor: ‘de levering, bouw, renovatie en verbouwing van in het kader van sociaal beleid verstrekte huisvesting’. Van deze, zeker voor de corporatiesector interessante mogelijkheid, wordt nu helemaal geen gebruik gemaakt.
2. Verdere verruiming liquiditeitspositie bedrijven
- Naast de al ingevoerde mogelijkheid voor bedrijven om investeringen in bedrijfsmiddelen versneld af te kunnen boeken, wil Bouwend Nederland dat ook het versneld afschrijven van investeringen in bedrijfsgebouwen (nieuwbouw en verbouw) mogelijk wordt.
- Bouwend Nederland wil dat de carry back voor bedrijven wordt verruimd van één naar twee en zo mogelijk drie jaar.
3. Woning(garantie)fondsen
Als gevolg van de economische crisis is de woningmarkt zo goed als tot stilstand gekomen. Een belangrijke oorzaak is dat de woonconsument blijft zitten waar hij zit. Uit onzekerheid over de gevolgen van de crisis maar vooral vanwege de angst zijn huidige woning niet te zullen verkopen. Alle signalen duiden erop dat de nieuwbouwproductie (mede) hierdoor in de tweede helft van dit jaar dramatisch zal gaan kelderen. Het Kabinet in het op 25 maart 2009 gepresenteerde pakket aan maatregelen om de economie te stimuleren nagelaten om maatregelen te nemen die de markt voor nieuwe (koop)woningen een vraagimpuls geven.
Via het instellen van (regionale) woningfondsen die particuliere woonconsumenten zekerheid geven over de verkoop van hun bestaande woning (aankoopgarantie) kan het consumentenvertrouwen worden hersteld en de woningmarkt weer op gang worden gebracht. Op regionaal en lokaal niveau worden hiervoor plannen uitgewerkt met provinciale en gemeentelijke middelen. Hoewel het rijk heeft aangegeven zelf geen woning(garantie)fonds te willen wil instellen, kan het rijk wel een bijdrage leveren aan het realiseren van regionale en lokale initiatieven, bijvoorbeeld door (tijdelijk) fiscale en juridische belemmeringen weg te nemen ten aanzien van het tijdelijk omzetten van koop naar huur.
Bouwend Nederland probeert samen met andere partijen (o.a. VNO-NCW, Neprom, NVB) en de ministeries van EZ en VROM alsnog tot een nationale garantieregeling te komen. Daarnaast is Bouwend Nederland (vanuit de verschillende regiokantoren) nauw betrokken bij verschillende regionale en lokale initiatieven (zoals in Noord-Brabant, Limburg en Gelderland) en zal de lobbydruk richting regionale overheden de komende tijd verder opvoeren.
Samen met de Neprom en de NVB zet Bouwend Nederland een website op waar informatie en voorbeelden over de verschillende (regionale en lokale) initiatieven op dit gebied worden opgenomen. Doel hiervan is om de beschikbare kennis ter beschikking te stellen, zodat hiervan gebruik kan worden gemaakt bij de opzet van nieuwe initiatieven en die vervolgerns ook snel(ler) tot uitvoering kunnen worden gebracht. Het is de bedoeling dat de website voor de zomer 2009 in de lucht is.
4. Woningproductie (middel)lange termijn
Het Kabinet heeft aangegeven dat de minister van WWI in samenspraak met de meest betrokken bewindslieden in de komende miljoenennota een nadere agenda zal opstellen voor het grotestedenbeleid en de wijkenaanpak na 2011. Volgens het rapport ‘Investeren in ruimtelijke kwaliteit’ is er voor de periode 2010-2020 een extra bedrag van bedrag van 15 tot 20 miljard euro nodig. Wat Bouwend Nederland betreft dient een substantieel deel van de aardgasbaten (FES-gelden) te worden ingezet voor de financiering van alle ambities die het Kabinet heeft rond de ruimtelijke inrichting van ons land. De inzet van dit geld zal echter wel moeten concurreren met de bezuinigingsmaatregelen van het Kabinet om de Staatsschuld weer op orde te brengen.
Bouwend Nederland zal voor eind 2009 een stategische beleidsnota opstellen over de werking (en te verwachten c.q. wenselijke) ontwikkelingen voor de woningmarkt op de middel(lange termijn, met het doel hiermee het beleid en lobbydoelen voor de komende jaren vast te leggen.
5. Discussie woningmarkt
Het Kabinet heeft besloten om het eigenwoningforfait voor woningen duurder dan € 1 miljoen te verhogen en deze grens ook niet verder te indexeren. Deze maatregel zou het Kabinet ongeveer € 1,2 miljard (0,2% van het BBP) moeten opleveren. Hoewel de maatregel op dit moment slechts betrekking heeft op een klein deel van de woningvoorraad (ongeveer 24.500 woningen), wordt hiermee wel de deur op een kier gezet voor verdere maatregelen betreffende de fiscale behandeling van het eigenwoningbezit.
Uit door het EIB uitgevoerd onderzoek blijkt dat door de waardeontwikkeling van woningen met gemiddeld 3% per jaar een toenemend deel van het eigenwoningbezit onder deze methode van aftopping van de hypotheekrenteaftrek gaan vallen. In 2015 zijn dat 70.000 woningen, in 2020 130.000 woningen en in 2040 zelfs 1,6 miljoen woningen. Dat heeft niet alleen gevolgen voor de doorstroming op de woningmarkt en waardeontwikkeling, maar ook voor de inspanningen om de bestaande woningen te verbeteren en te verduurzamen. Het door het Kabinet met deze maatregel afgegeven signaal zal de onrust op de woningmarkt niet wegnemen maar eerder versterken.