Het EIB heeft op 4 december 2006 het rapport ‘Beperking hypotheekrenteaftrek. Gevolgen voor bouwproductie en woningmarkt’ uitgebracht. Het EIB concludeert dat fiscale hervorming van de behandeling van het eigen woningbezit ingrijpende gevolgen heeft voor de woningbouwproductie.
Als een fiscale hervorming wordt doorgevoerd conform de uitgangspunten van het CPB (waarbij de hypotheekrenteaftrek volledig wordt geschrapt, de opbrengsten daarvan worden teruggesluisd via de inkomstenbelasting en het eigen woningforfait en de overdrachtsbelasting worden geschrapt), dan daalt de bouwproductie met gemiddeld bijna 6 miljard euro op jaarbasis in de komende 20 jaar. In deze periode bedraagt het cumulatieve verlies aan bouwproductie 115 miljard euro. Deze productieverliezen treffen zowel de nieuwbouwsector als de investeringen in woningverbetering door particuliere huiseigenaren. Lagere koopprijzen werken daarnaast door in de gemeentelijke grondexploitatie. Per saldo bedraagt het jaarlijkse verlies aan opbrengsten voor gemeenten 800 miljoen euro op jaarbasis.
Verhoging EWF: kleine ingreep – grote gevolgen
Het Kabinet heeft besloten om het eigenwoningforfait (EWF) voor woningen duurder dan 1 miljoen euro te verhogen en deze grens ook niet verder te indexeren. Deze maatregel zou het Kabinet ongeveer 1,2 miljard (0,2% van het BBP) moeten opleveren. Hoewel de maatregel op dit moment slechts betrekking heeft op een klein deel van de woningvoorraad (ongeveer 24.500 woningen), wordt hiermee wel de deur op een kier gezet voor verdere maatregelen betreffende de fiscale behandeling van het eigenwoningbezit.
Uit door het EIB uitgevoerd onderzoek blijkt dat door waardeontwikkeling van woningen met gemiddeld 3% per jaar een toenemend deel van de eigen woningen onder deze methode van aftopping van de hypotheekrenteaftrek gaan vallen. In 2015 zijn dat al 70.000 woningen, in 2020 130.000 woningen en in 2040 zelfs 1,6 miljoen woningen.