In Nederland is relatief weinig ruimte beschikbaar voor wonen. Volgens DNB is de prijs van bouwgrond tussen 1995 en 2007 met 275% gestegen. Terwijl in 1997 het aandeel grondkosten in de stichtingskosten van een nieuwe woning nog ongeveer 17% bedroeg, was dit in 2007 opgelopen tot ruim 27%. In diezelfde periode namen de bouwkosten toe met 36%, hetgeen voornamelijk wordt veroorzaakt door de toegenomen eisen van de overheid aan nieuwe woningen (onder meer op het gebied van energiebesparingen duurzaamheid). De sterke stijging van de grondkosten is een direct gevolg van het restrictieve ruimtelijke ordeningsbeleid van de overheid. De daardoor veroorzaakte schaarste in het aanbod van nieuwe woningen heeft de afgelopen jaren geleid tot sterk gestegen huizenprijzen en daarmee ook grondprijzen.
Gemiddelde verkoopprijs van opgeleverde woningen (in euro’s)
|
|
|
|
|
|
|
|
Eengezinswoningen |
273.800 |
286.000 |
302.000 |
301.500 |
310.700 |
|
Appartementen |
242.100 |
251.200 |
264.200 |
257.600 |
265.100 |
|
|
|
|
|
|
|
|
Totaal |
263.500 |
273.700 |
288.300 |
284.800 |
294.300 |
|
|
|
|
|
|
|
Bron: Monitor Nieuwe Woningen
De sterke stijging van de grondprijzen in de afgelopen jaren hangt samen met de door gemeenten veelal gehanteerde residuele waardemethode, waarbij de grondprijs het residu vormt van de VON-prijs van een woning minus de bouwkosten. In een markt van stijgende verkoopprijzen zullen de grondprijzen sterk stijgen. In de huidige situatie waarin de verkoopprijzen van nieuwe woningen 10% lager liggen dan een jaar geleden, zullen de grondprijzen evenredig sterk moeten dalen. Omdat in de bouwkosten van een woning weinig kan worden gesneden zonder op kwaliteit in te leveren, zal een lagere verkoopprijs grotendeels neer moeten slaan in de grondprijs.