De Nederlandse woningvoorraad bestond op 31 december 2008 uit 7.106.564 woningen, waarvan ongeveer 57% koopwoningen en 43% huurwoningen. Ongeveer 80% van alle huurwoningen is in bezit van woningcorporaties, de rest is in handen van particuliere en institutionele beleggers.
Steden als Amsterdam en Rotterdam hebben een relatief groot aandeel huurwoningen: twee op de drie woningen is daar een huurwoning. Van alle woningen ongeveer 70% een eengezinswoning en 30% een meergezinswoning (appartement).
Woningvoorraad: naar eigendom
|
|
|
|
|
|
|
Woningvoorraad 1 januari |
6.858.719 |
6.912.405 |
6.967.046 |
7.043.212 |
|
|
|
|
|
|
|
Eigen woningen |
|
53,7% |
53,3% |
54,5% |
|
Huurwoningen |
|
43,0% |
41,8% |
41,1% |
|
Onbekend |
|
3,3% |
4,9% |
4,4% |
|
|
|
|
|
|
Bron: CBS
Volgens de meest recente prognoses zal de bevolking van Nederland van de huidige 16,5 miljoen inwoners nog doorgroeien naar ongeveer 17,5 miljoen inwoners in 2038. Daarna zal de bevolking van ons land geleidelijk gaan krimpen. Belangrijker voor de benodigde uitbreiding van de woningvoorraad is de groei van het aantal huishoudens. Verwacht wordt dat het aantal huishoudens (door verdunning) tot 2025 toeneemt met 860.000, een stijging van 12%. De woningvoorraad zal met eenzelfde aantal woningen moeten toenemen om aan de woningvraag van deze huishoudens te kunnen voldoen.