Werkstromen en segmenten

De aardbevingsbouw in Groningen is door het CVW in verschillende werkstromen en segmenten verdeeld. Dit om het werk beter te kunnen verdelen en te reguleren tijdens de aanbestedingsprocedure. In eerste instantie wordt de aardbevingsbouw verdeeld in twee werkstromen: herstel en versterken. Deze werkstromen zijn vervolgens onderverdeeld in de segmenten woningbouw en gebouwen met een zakelijke en publieke bestemming. Een bedrijf dient zich in te schrijven in een van de werkstromen om in aanmerking te komen voor een opdracht. De werkstroom ‘herstel’ wordt niet langer door het CVW uitgevoerd, maar wordt sinds 19 maart 2018 door de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) uitgevoerd.

Werkstromen

Het CVW kijkt bij het gunnen van de opdracht naar de werkstroom waarvoor de aannemer is ingeschreven. Er waren tot de start van het nieuwe schadeprotocol op 19 maart 2018 twee werkstromen: herstellen en bouwkundig versterken.

De oorspronkelijke indeling qua werkstromen zag er als volgt uit:

Perceel 3: herstel van schade, bouwkundig versterken
Werkstroom 3a Uitvoering schadeherstel
Werkzaamheden in deze werkstroom betreft het herstellen van schades aan gebouwen, ontstaan door bodembeweging als gevolg van gaswinning. De schades worden herstelt aan de hand van een opnameverslag van de schade-inspecteur. Deze werkstroom verdwijnt bij het CVW na afhandeling van alle schades die tot 31 maart 2017 zijn gemeld. De TCMG heeft dit overgenomen per 19 maart 2018.
  
Werkstroom 3b Veiligstellen
Werkzaamheden in deze werkstroom betreft het herstellen van schades aan gebouwen, ontstaan door bodembeweging als gevolg van gaswinning. De schades worden herstelt aan de hand van een opnameverslag van de schade-inspecteur. Deze werkstroom verdwijnt bij het CVW na afhandeling van alle schades die tot 31 maart 2017 zijn gemeld. De TCMG heeft dit overgenomen per 19 maart 2018.
  

Werkstroom 3c

Uitvoering Potential Risk Building Element(PRBE)
Deze sub-werkstroom gaat om het vervangen of versterken van bouwelementen die een potentieel valgevaar zijn bij aardbevingen of zelfs bij lage grondversnellingen (trillingen in de bodem). Een voorbeeld hiervan zijn schoorstenen. In 2016 zijn er ruim 1.000 PRBE’s versterkt. Er is niet veel werk meer uit deze werkstroom op de markt.
  

Werkstroom 3d

Uitvoering bouwkundig versterken
Hierbij gaat het om het bouwkundig versterken van woningen of gebouwen, aan de hand van het versterkingsadvies dat is opgesteld na inspectie & engineering (perceel 2).
 

Herstellen
Bij herstel gaat het om het herstellen van de ontstane schade aan gebouwen als gevolg van aardbevingen door gaswinning.

Tijdlijn schadeafhandeling
Augustus 2012 –
Januari 2015
Oorspronkelijk handelde de NAM zelf de schades af. De NAM was toen opdrachtgever richting de aannemer.
Januari 2015 – 31 maart 2017 Na de oprichting van het CVW werd de schadeafhandeling door het CVW uitgevoerd. Alle schades die tot het einde van het schadeprotocol op 31 maart 2017 zijn gemeld worden door het CVW afgehandeld.

De eigenaar van een gebouw in het schadegebied waarbij schade was ontstaan moest aantonen dat de schade het gevolg van een aardbeving was. In geval het ging om aantoonbare aardbevingsschade (zogenaamde A- en/of B-schade) aan een particuliere woning diende werd de schade hersteld door het CVW op kosten van de NAM. De woningeigenaar kon vervolgens uit drie schadeherstelopties kiezen:

  1. Het CVW regelde het herstel met een door het CVW erkende aannemer;
  2. Het CVW regelde het herstel met een (erkende) voorkeursaannemer van de eigenaar;
  3. Uitbetaling van het schadebedrag, waarbij het de eigenaar zelf bepaalde wat er gebeurde met het geld. Het CVW had hierbij hier geen inbreng.
31 maart 2017 – 19 maart 2018 Tussen het einde van het oude schadeprotocol en de inwerkingtreding van het nieuwe schadeprotocol zijn ongeveer 8000 schademeldingen binnengekomen. Deze schadedossiers worden onder het nieuwe schadeprotocol afgehandeld door de TMCG.
  
19 maart 2018 - heden              Het nieuwe schadeloket van de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen handelt alle schademeldingen af. De TMCG hanteert 10 stappen voor het uitkeren van vergoedingen voor het herstellen van schade. Of ze betalen rechtsreeks de factuur van de aannemer tot de hoogte van het toegekende schadebedrag.

Na de inwerkingtreding van het nieuwe schadeprotocol per 19 maart 2018 valt de schadeprocedure onder het publiekrecht en is de bewijslast omgekeerd. Nu moet de NAM na een schademelding óf de schade gewoon vergoeden óf zelf aantonen dat de schade niet het gevolg van een aardbeving is. Het CVW daarom niet langer verantwoordelijk voor de werkstroom ‘herstellen’. Schades die na deze datum zijn gemeld worden door de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) behandeld.
  

Versterken
Bouwkundig versterken betekent dat de constructie van een gebouw structureel sterker wordt en beter bestand is tegen aardbevingen. Nadat een woning bouwkundig versterkt is, kan er bij een aardbeving nog steeds schade ontstaan. De kans op zware schade is dan aanzienlijk kleiner waardoor het gebouw veiliger is.

Het proces van bouwkundig versterken begint met inspectie en engineering (perceel 2). Tot dusver is hier in het aardbevingsdossier veel tijd en geld aan besteed. Momenteel werkt het CVW aan versnelling van de inspectie en engineering door o.a. meer standaardisatie en het ontwikkelen van een maatregelencatalogus.

Na de fase van inspecteren volgt het versterkingsadvies waarmee de NCG keukentafelgesprekken met de bewoners voert.

Nadat de bewoner een beslissing heeft genomen gaat het CVW aan de slag met de versterking. De bewoner kan kiezen uit drie varianten:

  • Het CVW regelt de versterking volledig voor de bewoner door erkende aannemers in te schakelen.
  • Het CVW regelt de versterking met inbegrip van aanvullende wensen van de bewoner die (gedeeltelijk) uit andere bronnen gefinancierd worden (verduurzaming, verbouwing, levensloopbestendig maken etc).
  • Voor 50 en later nog eens 200 woningen voert de NCG een programma uit waar bij de bewoner geheel zelf de regie heeft over het verteringsproces van de woning.

Voor het inspecteren en versterken van monumenten, karakteristieke en beeldbepalende gebouwen geldt een andere aanpak.

Segmenten

Het CVW onderscheidt twee segmenten in haar documenten, namelijk: de woningbouw en de gebouwen met een zakelijke bestemming. Deze segmenten zijn vervolgens ook weer onderverdeeld in verschillende sub-segmenten.

Segment CVW
Segment woningbouw

Het segment woningbouw is onderverdeeld in de sub-segmenten:

  • particuliere woningen
  • woningcorporaties. 

Hierbinnen bestaan verschillende typologieën die bepalend zijn voor de aard van de opdracht en dus ook welke aannemer geschikt is voor het werk. Denk aan unieke objecten zoals vrijstaande woningen versus grote aantallen seriematige woningbouw.

Een huurder kan zelf geen afspraken over herstel en versterken van zijn woning maken met het CVW. Hij moet zich richten tot zijn verhuurder, de eigenaar van de woning (dit is vaak de woningbouwcorporatie). De verhuurder maakt vervolgens afspraken met het CVW over de aanpak van zijn bezit.
                   

Segment zakelijke bestemming        Het segment met zakelijke bestemming betreft vooral dorpsaccommodaties, scholen en zorggebouwen. Er is een apart programma voor de Chemische industrie. U leest meer over de aanpak van de zakelijke sub-segmenten op de website van de NCG. Hier staat ook informatie als u te maken heeft met schade of versterking aan uw bedrijfspand.

Gebouwen waar veel mensen samenkomen (zogenaamde kwetsbare objecten), krijgen voorrang bij de versterkingsopgave. Na scholen en dorpshuizen is de NCG ook begonnen met de inspectie en het doorrekenen van zorggebouwen.
   

Scholenbouw
In 2016 is besloten dat er 29 nieuwe scholen in de aardbevingsgemeenten nieuw gebouwd gaan worden, 40 scholen versterkt en 60 scholen aan de onderwijsfunctie onttrokken worden. Daarnaast moet tijdelijke huisvesting voor scholen gerealiseerd worden. Het CVW is opdrachtgever voor de te versterken scholen. Nieuw te bouwen scholen hebben de gemeente of het schoolbestuur als opdrachtgever.

Zie ook Bouwen in het aardbevingsgebied met een andere opdrachtgever.
  

Zorginstellingen
De NCG is gestart met een programma naar het inspecteren, doorrekenen en eventueel bouwkundig versterken van zorginstellingen. Het CBS maakt in haar rapporten over zorginstellingen onderscheid tussen vier verschillende soorten: ziekenhuizen, verpleeghuizen, woonzorg complexen en huisartsenpraktijken. Hier zijn alle partijen die invloed kunnen hebben, zoals besturen, directies en ministeries, bij betrokken. Het gaat om 61 zorgpanden die allemaal al geïnspecteerd zijn op directe veiligheidsrisico’s.

Het CVW geeft aan dat het niet uitmaakt of de zorginstelling nu particulier is, of publiekelijk. Besturen van zorginstellingen kunnen zelf bepalen hoe ze laten versterken of herstellen.