Zonder realiteitszin knelt de praktijk

Peter van Rhenen is directeur van Bouwbedrijf Van Rhenen bv

Afbeelding Zonder realiteitszin knelt de praktijk

Natuurlijk zijn regels nodig om ons land gezond te houden, zeker in tijden van corona. Maar wat er op papier uitziet als een passende oplossing, blijkt vaak in de praktijk te knellen.

Het lijkt te vaak in de theoretische wereld van de ambtenaar te ontbreken aan realiteitszin. Kijk bijvoorbeeld naar de PFAS problemen. Want vergeet niet dat de coronacrisis voor de sector bovenop de PFAS- en stikstofproblemen komt waar we al maanden last van hebben. Dat is niet de schuld van de ambtenaar achter het bureau, maar van de politiek die de gevolgen van vergaande wetgeving niet overziet. En dat ondervind ik als bouwondernemer in de praktijk.

Niet verdachte situatie

Neem nu het rijksmonument dat ons bedrijf gaat restaureren. Dat pand krijgt ook een kelder en daar gaat 300 kuub zand uit. Zand dat komt uit een totaal niet-verdachte situatie. Voor de duidelijkheid, dit pand heeft daar minimaal 150 jaar gestaan. Nu is het onze beurt om straks grond af te voeren, en dan komt de vraag natuurlijk: waar gaan we met die 300 kuub naar toe? Dat kan je niet in de achtertuin kwijt. Dus moet dat worden opgehaald en onderzocht worden op PFAS. Van de wet moet ik daarom een raster over het bouwvlak leggen, dat is dat bestaande monument. Daar kan ik dat raster niet overheen leggen en grondmonsters nemen. Om dat te kunnen doen, moet er door vloeren worden geboord. Daarna kost het onderzoek zelf ook extra geld. Kosten die ik moet doorberekenen aan de opdrachtgevers. Mensen die durven te investeren in een monument dat architectonische waarde heeft. Een rekening van dik 3.000 euro voor onderzoek naar grond waarvan iedereen vooraf al de uitkomst weet.

Realiteitszin ontbreekt

En als het nu alleen om PFAS ging, dan had ik nog kunnen schrijven dat het probleem bij deze regelgeving ligt. Maar ook op andere vlakken ontbreekt realiteitszin. Laten we nog eens kijken naar hetzelfde rijksmonument. De nieuwe eigenaren willen dit pand ook verduurzamen. Een goede zaak als je een mooi huis voor de toekomst wilt behouden. Maar omdat het een rijksmonument betreft, moet je daar anders dan bij een ‘gewone woning’ een omgevingsvergunning voor aanvragen. Was het een doorsnee huis geweest, dan hadden we de verduurzaming zelfs voor een groot deel vergunningenvrij kunnen doen. Bij een rijksmonument heb je de pech dat de gemeente vergunningen en leges vraagt voordat je aan de slag kan. In dit geval gaat er 16.000 euro aan heffingen naar de gemeente, terwijl iedereen op zijn klompen aanvoelt dat zonder deze ingrepen dit rijksmonument in rap tempo verpietert. Geld dat juist nodig is in tijden van verduurzaming en behoud van ons erfgoed.

Extra gedoe: corona

Los van dit alles staat nu ook de corona-crisis voor de deur. Op één grieperige werknemer na is bij mij  iedereen op verantwoorde wijze aan het werk. We gaan een onzekere tijd tegemoet. Banen staan op het spel, vergunningen stagneren mogelijk door corona. Voor wie het nog niet snapt: we moeten met z’n allen de schouders eronder zetten om dit aan te kunnen. Dat vraagt steun en inzicht van politiek en overheid.

Het is daarom te gek voor woorden dat mensen die hun nek uitsteken worden gestraft voor hun duurzame ambities. Het is zuur om opdrachtgevers dubbel te laten betalen voor onnodige regels en onderzoek. Laat de beleidsmakers hun gezonde verstand gebruiken en verder kijken dan hun bureau lang is. Zonder realiteitszin knelt de praktijk. Laat de ambtenaar die zich geroepen voelt, bij ons in de praktijk kijken hoe het gaat. Wie de schoen past, trekke hem aan!