• Home
  • Actueel
  • Nieuws
  • Nu Bouwen aan Morgen: hoe de bouw moet denken, doen en delen om zich voor te bereiden op de energietransitie

Nu Bouwen aan Morgen: hoe de bouw moet denken, doen en delen om zich voor te bereiden op de energietransitie

dinsdag 23 juni 2020

Silke Gurdebeke

Medewerker communicatie
Afbeelding Nu Bouwen aan Morgen: hoe de bouw moet denken, doen en delen om zich voor te bereiden op de energietransitie

28 juni 2019 publiceerde het kabinet het Klimaatakkoord, met daarin de doelstelling om in 2030 de CO2-uitstoot met bijna de helft teruggebracht te hebben. Het verduurzamen van de gebouwde omgeving moet hier ook een belangrijke bijdrage aan gaan leveren. Het is dus niet verwonderlijk dat de energietransitie één van de grote thema’s is in de Verkenning Bouw & Infra 2030 ‘Nu Bouwen aan Morgen’.

In november 2019 kwam een groep vertegenwoordigers van grote en kleine bouw- en infrabedrijven samen in Apeldoorn om na te denken over de consequenties die de verschillende scenario’s op de praktijk van de sector hebben. Bestaande bouw moet worden verduurzaamd en nieuwbouw moet aan andere vereisten voldoen dan nu het geval is. Beide uitdagingen vragen om toepassing van nieuwe bouwtechnieken, maar ook om nieuwe energiesystemen met passende infrastructuren.

 

De overheid of de markt

Dat de bouwsector voor een uitdaging staat, is een feit; maar de vraag is welke partij leidend gaat zijn in de sturing van dit proces. De verschillende toekomstscenario’s rond het onderwerp, die op basis van het essay van topambtenaar Noë van Hulst en de expertsessies tot stand kwamen, verzamelen zich grofweg rond twee tegengestelde uitgangspunten. In het ene scenario wordt de decentrale wijkaanpak teruggedraaid. De landelijke overheid neemt het voortouw en de transitie voltrekt zich stapsgewijs. In het andere scenario komt de vraag van onderop en worden innovaties op maat ontwikkeld, op basis van de vraag uit de verschillende wijken. De transitie verloopt, na een stroeve start, exponentieel snel.

Het doel van de ledensessie is niet om te bepalen welk scenario waarheid wordt, benadrukt moderator Bas Ebskamp van de Argumentenfabriek. “De realiteit anno 2030 ligt ongetwijfeld ergens in het midden. Maar het verkennen van de uitersten van het spectrum helpt ons om vast te stellen welke aspecten van de scenario’s wenselijk en onwenselijk zijn voor de sector en hoe bouwbedrijven zich kunnen voorbereiden op de toekomst.”

Innovatie

Direct duidelijk is dat verregaande innovatie nodig is. Dat komt niet alleen omdat de verduurzaming van bestaande en nieuwbouw vraagt om nieuwe technologie. De toetreding van andere partijen tot de markt, zoals Ikea en de energiebedrijven (die bij een geslaagde energietransitie op zoek moeten naar een nieuw verdienmodel), betekent dat de druk op de bouwsector toeneemt om te innoveren en toegevoegde waarde te kunnen blijven bieden. Zoals een deelnemer terecht stelt: “Als we achter de fanfare aan blijven lopen, hebben we straks geen bestaansrecht meer.”

Alle leden in de sessie zijn dan ook van mening dat de toekomst zo veel mogelijk ruimte moet bieden om op een rendabele manier te innoveren. Maar over de vraag of dat het best gaat bij een sturende rol van de overheid of juist de markt, verschillen de aanwezigen van mening. “De geschiedenis wijst uit dat innovatie gemakkelijker is in een marktomgeving,” meent iemand. “Een overheid legt over het algemeen veel te veel regels op om effectief te experimenteren. Als wij niet in staat zijn om met oplossingen te komen die tegemoetkomen aan de wens van bewoners en huizenbezitters, komt de transitie nooit van de grond.”

Daartegenover staat het argument dat een energietransitie onder leiding van de overheid, waarbij min of meer gestandaardiseerde oplossingen moeten komen voor grote aantallen woningen, “beter schaalbaar, betaalbaar en kopieerbaar is”. Als hele woonwijken mee moeten, lopen bouwbedrijven minder risico bij sturing van bovenaf, is het idee. Maar zorgt dat er niet voor dat men straks alleen nog op prijs kan concurreren? Nee, menen de deelnemers; maar de sector moet zich dan richten op procesinnovatie en niet alleen op het ontwikkelen van nieuwe producten: “Neem bijvoorbeeld de gasleidingen. Die liggen er, dus daar moeten we gebruik van maken. Hoe precies, dáár zit de kans tot innovatie.”

Denken, doen en delen

Zeker is, dat alle aanwezigen ruimte zien voor nieuwe rollen van bouwbedrijven. Bijvoorbeeld door deelname aan een ESCo (Energy Service Company), waarbij bezitters van nieuwgebouwde huizen niet meer afhankelijk zijn van energiebedrijven. Of door in de wijkaanpak een rol te nemen als gebiedsregisseur. “Het ideaalbeeld is een stukje structuur van de overheid, met alle ruimte om zelf te ondernemen.”

Wat de realiteit in 2030 ook wordt, men is het eens dat de voorbereiding beter vandaag dan morgen begint: “Start pilots, experimenteer met nieuwe samenwerkingen en bedenk schaalbare oplossingen voor lange termijn. De veranderingen komen er sowieso.” Ook wordt opgeroepen kennis te delen: “Het is een gezamenlijke uitdaging waar we voor staan. Dus wees open. Nieuwe kennis heb je toch maar een half jaar voor jezelf. Innoveren betekent denken, doen en delen.”

Meer weten?

Wil je graag meer weten over het thema ‘Energietransitie- en infrastructuur’ of blijf je graag op de hoogte van verdere ontwikkelingen rondom de toekomstverkenning Nu Bouwen aan Morgen? Houd dan zeker het digitaal platform in de gaten.