• Home
  • Actueel
  • Nieuws
  • Nu Bouwen aan Morgen: waarde toevoegen door innovatie, specialisatie en samenwerking

Nu Bouwen aan Morgen: waarde toevoegen door innovatie, specialisatie en samenwerking

dinsdag 21 juli 2020

Silke Gurdebeke

Medewerker communicatie
Afbeelding Nu Bouwen aan Morgen: waarde toevoegen door innovatie, specialisatie en samenwerking

Deze ledensessie van de toekomstverkenning Nu Bouwen aan Morgen | Verkenning Bouw & Infra 2030 draait om misschien wel het meest existentiële thema in de sector: de waarde van bouwen. De maatschappelijke en economische waarde van de Nederlandse bouwsector staat buiten kijf, met in 2018 een productvolume van €70 miljard en ruim 442.000 arbeidsuren. Maar hoe kan de sector, met alle maatschappelijke opgaves die er liggen in acht genomen, zijn toegevoegde waarde handhaven?

Bij het regiokantoor van Bouwend Nederland in Tilburg is een tiental afgevaardigden van grote en kleine bouwbedrijven uit de regio samengekomen eind vorig jaar. Doel is om te onderzoeken wat de consequenties voor de sector zijn bij de verschillende toekomstscenario’s, die eerder geschetst zijn in het essay door econoom Mathijs Bouman en de daaropvolgende expertsessies.

 

Deze video werd opgenomen eind 2019 voor de coronacrisis uitbrak.

De waarde van bouwen raakt aan de meest existentiële toekomstvragen voor de sector: hoe ziet de bouwketen er in 2030 uit, welke spelers zijn er, hoe werken we samen?” leidt moderator Robin Fransman van De Argumentenfabriek de sessie in. Bouman schets in zijn essay een utopisch toekomstbeeld. De energietransitie is voltooid dankzij allerlei innovatieve oplossingen, waarvoor spelers van buiten de sector het voortouw hebben genomen. Centrale sturing op volkshuisvesting heeft een einde gemaakt aan woonsubsidies en grondspeculatie. Er ontstaan nieuwe vormen van huizenbezitter- en grondeigenaarschap. De productiviteit overhand is toegenomen dankzij digitalisering, robotisering en ‘standaardisering met behoud van diversiteit’. Het efficiënte, modulaire, circulaire bouwen van de Nederlandse sector geldt als voorbeeld voor het buitenland én is een belangrijk exportproduct geworden.

‘We zijn hier al’

De vraag die de bouwers in de ledensessie wordt voorgelegd, is hoe realistisch en wenselijk zij een dergelijke toekomst voor de sector vinden. “Zeer, want wij zijn hier nu eigenlijk al,” klinkt het. Meerdere aanwezigen leiden bouwbedrijven die weinig ophebben met het traditionele bouwen. Ze zijn gespecialiseerd en hanteren alternatieve bedrijfsstructuren, waarin vooral gewerkt wordt met onderaannemers. Ze richten zich op het aanbieden van modulaire, gestandaardiseerde oplossingen. Niet alle aanwezigen opereren op deze manier, maar in dit beeld van een efficiënter werkende bouw kunnen vrijwel allen zich vinden.

Wel zijn er kanttekeningen te plaatsen: de aanwezigen zijn unaniem bezorgd over hoe moeilijk de beoogde innovatie in de praktijk is. Het essay van Bouman vermeldde al: ‘in goede tijden is er geen tijd, en in slechte tijden geen geld’. De vergelijking met chipfabrikant ASML die Bouman maakt, vinden enkele bouwers niet realistisch: “Wij werken met marges van drie procent, niet dertig.” Aan de andere kant: “We hebben te maken met vijf miljard euro faalkosten. Als we efficiënter kunnen werken, komt er ook geld vrij voor innovatie.”

Voor meer efficiëntie is volgens de aanwezigen verregaande digitalisering en standaardisering van werkwijzen in de keten nodig. Het gebruik van BIM is een begin, maar gaat nog niet ver genoeg, vat een deelnemer samen: “In de bestaande keten zitten nu heel veel partijen die extra kosten en frictie toevoegen, omdat onze processen niet gestandaardiseerd zijn.” Daarnaast bestaat de nuancering dat efficiënte, gestandaardiseerde bouw vooral goed toe te passen is bij uitbreiding, zoals nieuwe woonwijken. Inbreidingsprojecten vragen toch nog om maatwerk. “Ik denk dat er altijd partijen zullen zijn die een huizenbouwer zoeken, en geen huizenfabriek.”

De overheid als aanjager

In de expertsessie die voorafging, werd ook een alternatief (of: parallel) toekomstbeeld geschetst. Een scenario waarbij klimaatverandering een dermate grote vlucht heeft genomen dat Nederland vooral drukdoende is zich aan te passen aan een stijgende zeespiegel. Er zijn nieuwe werken voor watermanagement nodig, de concentratie van woningbouw verplaatst zich van de Randstad naar het hoger gelegen oosten en zuiden van het land en er wordt flink geïnvesteerd in mobiliteit. Ook in dit scenario ligt een grote opdracht voor de sector, ware het niet dat deze in grotere mate wordt afgedwongen door de overheid, in plaats van de markt.

De aanwezigen zijn het erover eens dat meer centrale regie en gelijkwaardige regeldruk wenselijk zijn om de veranderingen aan te jagen, maar ze zijn sceptisch over wat een centrale overheid met een leidende rol op lange termijn kan realiseren. “Een goed functionerende overheid kan de markt minder cyclisch maken. En democratie is een mooi iets, maar het resulteert ook in elke vier jaar een ander beleid. Als er ingezet wordt op bouwen in het oosten, stemt bij de eerstvolgende verkiezingen iedereen die in het westen wil wonen tegen en wordt het weer teruggedraaid.” Ook twijfelt men over in hoeverre de overheid in staat is om innovatie aan te jagen: “Ondernemers zijn beter in staat om out of the box te denken. We kunnen als geen ander zien wat er in de wereld gebeurt en daar een verdienmodel omheen realiseren.”

Meer weten?

Wil je graag meer weten over het thema ‘Waarde van bouwen’ of blijf je graag op de hoogte van verdere ontwikkelingen rondom de toekomstverkenning Nu Bouwen aan Morgen? Houd dan zeker het digitaal platform in de gaten.