NOW-3 in aantocht: de wijzigingen op een rijtje

dinsdag 1 september 2020
Bouwhelm met bouwplaats als achtergrond

De NOW, waarvan de tweede tranche loopt tot en met 30 september 2020, wordt vanaf 1 oktober met drie maal drie maanden verlengd. Aanvragen voor het eerste tijdvak van oktober tot en met december kunnen waarschijnlijk vanaf 16 november bij het UWV worden ingediend. Door het tijdvak van negen maanden krijgen ondernemers voor een langere periode helderheid, rust en tijd om zich aan te passen aan de veranderde economie. We zetten de belangrijkste wijzigingen op een rijtje.

De NOW-3 is onderdeel van het nieuwe steun- en herstelpakket, waarin ook een verlenging van de Tozo en TVL zijn opgenomen. De betrokken ministers en staatssecretarissen hebben dit pakket op 28 augustus 2020 naar de Tweede Kamer gestuurd. Het budgettair beslag van de NOW-3 bedraagt € 5,4 miljard voor 9 maanden (€ 2,2 miljard in 2020 en € 3,2 miljard in 2021). Hieronder volgt een obverzicht van wat tot nu toe bekend is over de NOW-3.

  • Voor het eerste tijdvak, van oktober tot en met december 2020, blijft de voorwaarde een minimale omzetdaling van 20%. Het vergoedingspercentage blijft 90% (maal het percentage omzetdaling). Van deze 90% wordt 10% ingezet om ruimte te creëren voor scholing en van-werk-naar-werk-trajecten. Over de uitwerking hiervan gaat het kabinet de komende tijd in gesprek met sociale partners. Het vergoedingspercentage dat rechtstreeks naar bedrijven gaat, wordt hierdoor 80%.
  • Vanaf het tweede tijdvak, van januari tot en met maart 2021, is de NOW toegankelijk voor bedrijven die 30% of meer omzetverlies lijden. Het vergoedingspercentage gaat naar 70%.
  • In het derde tijdvak, van april tot en met juni 2021, blijft de minimale omzetdaling 30%. Het vergoedingspercentage gaat naar 60%.
  • Voor elk tijdvak kan een werkgever besluiten om wel of geen aanvraag te doen. Ook als een werkgever geen aanspraak heeft gemaakt op de NOW-1 of de NOW-2, kan hij gebruik maken van de NOW-3.
  • Vaststelling van de subsidie vindt na afloop van de drie tijdvakken plaats, vanaf de zomer van 2021.
  • De vaste forfaitaire opslag voor de werkgeverslasten, zoals vakantiegeld en pensioenpremies, blijft 40%. Het maximale loonbedrag waarover de vergoeding berekend wordt, blijft tweemaal het maximum dagloon in de eerste twee tijdvakken. In het derde tijdvak wordt dit verlaagd naar maximaal eenmaal het maximum dagloon (per 1 juli 2020 € 4.845,47 bruto per maand).
  • Net als in de NOW-1 en NOW-2 ontvangt een werkgever na de aanvraag een voorschot van 80% van het subsidiebedrag en bij de vaststelling de overige 20%.
  • Bedrijven krijgen in de NOW-3 meer ruimte om de loonsom aan te passen, zonder dat dit gevolgen heeft voor de hoogte van de subsidie. In het eerste tijdvak kunnen bedrijven 10% van de loonsom aanpassen, in het tweede tijdvak 15% en in het derde tijdvak 20%. De reden voor de aanpassing van de loonsom, het kan bijvoorbeeld gaan om natuurlijk verloop, ontslag of een loonoffer, is daarbij niet relevant.
  • De korting op bedrijfseconomisch ontslag uit de NOW-2 vervalt.
  • De verplichting voor werkgevers die NOW aanvragen om hun medewerkers te stimuleren om aan scholing te doen blijft bestaan. Dat geldt ook voor het verbod op uitkeren van dividend en bonusuitkeringen.

Bekijk hier de infographic over de NOW-3 van de Rijksoverheid.

Corona: praktische informatie en FAQ

Bouwend Nederland zet zich iedere dag in om haar lidbedrijven zo goed mogelijk door de coronacrisis te helpen, met lobbyacties maar ook met praktische informatie voor de bedrijfsvoering.

Naar de praktijkinformatie