COLUMN | Bouwproductie tweede kwartaal 2020 sterk gekrompen

Martin Koning is coördinator en senior onderzoeker bij het Economisch Instituut voor de Bouw

donderdag 10 september 2020
Afbeelding COLUMN | Bouwproductie tweede kwartaal 2020 sterk gekrompen

De coronacrisis heeft in de eerste helft van dit jaar ook op economisch vlak flink toegeslagen. De Nederlandse economie is in het tweede kwartaal met 9,5% gedaald ten opzichte van een jaar geleden. De sterkste terugval vond plaats in sectoren die door de lockdownmaatregelen sterk in omzet werden beperkt. De maatregelen hadden geen ingrijpende gevolgen voor de bouw. Toch is ook de bouwproductie in het tweede kwartaal met ruim 4% gedaald.

De woningbouwinvesteringen daalden in het tweede kwartaal met bijna 7% ten opzichte van vorig jaar, terwijl de woningmarkt zich nog steeds gunstig ontwikkelde. De huizenprijs stijgt nog steeds en het aantal verkopen door makelaars is in het tweede kwartaal slechts licht gedaald. Gecorrigeerd voor seizoensinvloeden en werkbare uren lagen de investeringen in woningen in de eerste twee kwartalen 4% onder het niveau van een jaar eerder. Een daling van de investeringen was al voorzien vanwege de terugval in het aantal verleende vergunningen voor nieuwbouwwoningen gedurende het afgelopen jaar. Het aantal nieuwbouwvergunningen nam in de eerste helft van dit jaar met 4% toe ten opzichte van het lage niveau een jaar eerder. De orderportefeuilles in de woningbouw herstelden geleidelijk in het tweede kwartaal na een scherpe daling in maart. In juli sloeg het beeld hier weer om met een daling van de werkvoorraad met 0,4 maanden werk. De invloed van de coronacrisis is tot nu toe bij de woningbouw beperkt gebleven.

De investeringen in de utiliteitsbouw lieten in het tweede kwartaal de scherpste daling zien. Het investeringsvolume daalde met 8% ten opzichte van een jaar geleden. De orderboeken zijn hier sinds het uitbreken van de coronacrisis tot aan juli voortdurend afgenomen. In juli zijn de orderboeken voor het eerst weer toegenomen, maar liggen nog steeds een halve maand aan werk onder het niveau van vlak voor de coronacrisis.

Bij de infrastructuur tekenen zich nog geen grote veranderingen aan. De investeringen zijn hier in het tweede kwartaal wel gedaald ten opzichte van het eerste kwartaal, maar bleven nog op het niveau van vorig jaar. De omzet van gww-bedrijven was, net als bij andere bouwbedrijven, in juli lager dan vlak voor de coronacrisis. Het aantal orders lag in juli nog steeds boven het niveau van februari en ook het aantal openbare aanbestedingen blijft stabiel.

De zwaarste klappen voor de bouw moeten nog volgen. De bouw geldt als een laat-cyclische sector. Dit betekent dat de bouw, waarvan de productie voor 70% uit investeringen bestaat, met vertraging versterkt reageert op economische schommelingen. Lopende bouwprojecten worden afgerond, maar de stroom aan nieuwe opdrachten valt terug. Zowel consumenten als bedrijven reageren bij sterk toegenomen onzekerheid over hun toekomstige situatie door belangrijke investeringsbeslissingen voorlopig uit te stellen. De ervaringen uit de bankencrisis en de eurocrisis leren ons dat pas na een half jaar de effecten van een crisis zich vertalen in een sterke afname van de bouwproductie.

Terwijl de woningmarkt op dit moment nog geen negatieve ontwikkelingen merkbaar zijn, werpen de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt wel een negatieve schaduw vooruit. In het tweede kwartaal is het aantal gewerkte uren met 6% scherp gedaald en de werkzame beroepsbevolking met 2%. Na de daling tot aan mei nam toonde de werkzame bevolking weer enig herstel. In juli lag het aantal werkzame personen meer dan 150.000 personen lager dan in maart. De werkloosheid loopt sinds het uitbreken van de coronacrisis voortdurend op en bedroeg in juli bijna 420.000 personen. Het aantal werklozen lag in juli 146.000 hoger dan in maart. Zorgelijk is ook het feit dat de daling van de werkgelegenheid en de stijging van de werkloosheid disproportioneel sterk neerslaan bij jonge mensen tot 25 jaar. Ongeveer 70% van de daling van de werkgelegenheid en 50% van de stijging van de werkloosheid is hier neergeslagen, terwijl deze groep maar 15% van de werkgelegenheid betreft. Jonge mensen met tijdelijke contracten en nieuwkomers worden zwaar getroffen op de arbeidsmarkt. Deze groepen lopen vertraging op in hun arbeidsmarktloopbaan en dit zal vervolgens vraaguitval gaan veroorzaken op de woningmarkt. De verwachting is bovendien dat de werkloosheid nog sterk verder zal oplopen.