Duurzaamheid als vast onderdeel van Rotterdams stads-DNA

donderdag 5 november 2020
Afbeelding Duurzaamheid als vast onderdeel van Rotterdams stads-DNA

Welke duurzame ambities heeft Rotterdam op het gebied van bouw- en infra? Als het aan Petra de Groene (directeur Economie & Duurzaamheid) en Marc van Leeuwen (directeur Ingenieursbureau) ligt, is duurzaamheid onlosmakelijk verbonden met de stad. Nu en in de toekomst. "We willen dat 'duurzaam zijn' vervlochten is in het DNA van Rotterdam. Net zo gewoon als 'geen woorden, maar daden'."

Gemeente Rotterdam heeft onlangs het NK Tegelwippen gewonnen, een initiatief waarin bewoners werd opgeroepen om tegels te verruilen voor planten, bloemen en/of struiken. Gaat Rotterdam binnenkort nog meer duurzaamheidsprijzen winnen?

Petra de Groene, directeur Economie & Duurzaamheid: “Dat zou zo maar kunnen. Rotterdam is al jaren de plek waar gemeente, bedrijven en bewoners op een creatieve manier aan de slag gaan met duurzaamheid. Bijvoorbeeld om innovaties te testen. Zo had de stad de wereldprimeur voor een openbaar inductielaadpunt voor personenauto’s en de eerste elektrische vuilniswagen in zijn soort rijdt in Rotterdam. En meer op het vlak van bouw- en infra doen we bijvoorbeeld mee in de landelijke proeftuin geopolymeren voor riolering met cementloos beton. Maar gelukkig is een prijs niet de voornaamste reden waarom we duurzaamheid belangrijk vinden. We hebben als stad gewoon een forse uitdaging en we willen daarin graag onze verantwoordelijkheid nemen. En zelf het goede voorbeeld geven, want duurzaamheid doe je niet alleen. Iedereen draagt daaraan zijn steentje bij. En als onze inspanningen gewaardeerd door anderen is dat natuurlijk een extra stimulans om door te gaan op de ingeslagen weg.”

Op de website www.duurzaam010.nl geeft Rotterdam een heel scala weer aan inspanningen die zijn gericht op het bereiken van de milieudoelstellingen. Hoe ambitieus is Rotterdam op dit vlak?

De Groene: “Rotterdam is heel ambitieus. Als stad willen we uitgroeien tot een duurzame hotspot met een gidsrol op het gebied van duurzaamheid. De energietransitie, de circulaire ambities en de milieu-ambities bieden kansen om op de lange termijn competitief te blijven en tegelijkertijd onze verantwoordelijkheid te nemen. Dat moet ook, want de uitdagingen zijn fors: halvering van de CO2-uitstoot in 2030, een circulaire stad met 40 nieuwe initiatieven in 2023, uitbreiding van het groen in de openbare ruimte en op daken met 20 hectare tot 2022 en verbetering van een gezondere leefomgeving door emissievrij transport. We willen dat ‘duurzaam zijn’ vervlochten is in het DNA van Rotterdam. Net zo gewoon als ‘Geen woorden, maar daden’.”

En hoe werken die duurzame ambities door bij de aanbesteding van infra- en bouwprojecten?

Marc van Leeuwen, directeur Ingenieursbureau: “Uiteindelijk willen we dat iedereen bijdraagt aan een duurzaam Rotterdam. En dat geldt dus ook voor ons als gemeentelijke organisatie. We willen graag het goede voorbeeld geven. Rotterdam is een relatief grote opdrachtgever binnen de bouw- en infra waardoor we ook het verschil kunnen maken. Wij stellen bijvoorbeeld standaard milieueisen aan onze aannemers op het gebied van transport en de inzet van mobiele werktuigen. Hetzelfde geldt sinds kort voor de CO2-prestatieladder. Aannemers moeten nu minimaal trede 3 hebben om voor een opdracht in te kunnen schrijven. Kortgeleden hebben we een asfalteringsproject aanbesteed waarbij aannemers constructieve vrijheid hadden om de milieukosten van het project te verlagen. Dat is best wel een unicum, omdat we doorgaans alles tot in de kleinste details ontwerpen.”

Het Aanbestedingsinstituut doet voor Bouwend Nederland onderzoek naar de mate van duurzaamheid bij aanbestedingen van bouw- en infrawerken. De focus van het onderzoek ligt bij het toepassen van duurzame gunningscriteria. Gemeente Rotterdam haalt in dit onderzoek geen hoge score. Heeft u daar een verklaring voor?

Van Leeuwen: “Veel van de duurzaamheid binnen projecten zit eigenlijk ‘verborgen’ in het ontwerp en de materialisatie. Doorgaans zit daar ook de grootste duurzaamheidswinst, zeker bij infraprojecten. In Rotterdam krijgen onze aannemers zo’n beetje alle materialen aangeleverd door producenten waarmee de gemeente een leveringscontract heeft. Van straatstenen en rioolbuizen tot lichtmasten en armaturen. Dat is niet zonder reden: Rotterdam wil een kwalitatief hoogstaande openbare ruimte met een typisch Rotterdamse uitstraling. Met al die producenten heeft de gemeente aparte leveringscontracten. Duurzaamheid is daarin al jaren een zwaarwegend gunningscriterium bij aanbestedingen, soms zelfs tot 90 procent van de totale weegfactor.”

Gemeente Rotterdam gunt relatief vaak op de laagste prijs. Aannemingsbedrijven zien dit als een tekortkoming in het duurzaam denken. De potentie bij de uitvoerende bouw wordt niet benut en de focus op prijs legt een rem op de ruimte om in duurzaamheid te groeien. Hoe ziet de gemeente dat?

Van Leeuwen: “Op dit moment kunnen onze aannemers zich op het vlak van het ontwerp inderdaad weinig onderscheiden op duurzaamheid. Wij zien dat niet als een tekortkoming, maar als een gevolg van de gangbare uitvoeringspraktijk. Die is niet persé nadelig is voor duurzame ontwikkeling van de sector als geheel, zolang iedereen zijn bijdrage levert. Dat strekt zich uit van de grondstoffenwinning, de aanleg, het transport en het beheer en onderhoud tot en met sloop en eventueel hergebruik. Uiteindelijk gaat het erom dat we gezamenlijk de duurzaamheidsprestatie van onze projecten naar een hoger plan tillen. Neemt niet weg dat ook wij open staan voor verbetering. Jullie onderzoek laat zien dat aannemers meer kunnen dan wij ze vragen. Dat is alleen maar positief te noemen. We zullen onderzoeken hoe we ze juist bij de uitvoering extra kunnen belonen. We gaan door met onze dialoog met marktpartijen, zodat we onze uitvraag afstemmen op wat er kan. Mooi voorbeeld is ons Rotterdamse MKB Convenant met 22 infrabedrijven met als belangrijke doelen de verspilling in het regulier onderhoud terug te dringen, belemmeringen voor burgers en bedrijven te verminderen en innovatie sneller in projecten in te passen.”

Een veelgehoorde opmerking is dat laagste prijs een minimaal kwaliteitsniveau uitlokt, terwijl het uit oogpunt van levensduur wenselijk is dat alle processen uiterst zorgvuldig worden uitgevoerd. Gaan prijs en levensduur goed samen of valt daar nog wat winst te boeken?

Van Leeuwen: “Prijs en kwaliteit zijn twee verschillende dingen. Een hoog kwaliteitsniveau kan als eis worden gesteld, waarna op prijs wordt gegund. Dan gaat laagste prijs dus niet ten koste van de kwaliteit. Rotterdam kijkt bij het toepassen van kwalitatieve criteria vooral naar onderscheidend vermogen in de markt. En dan komt het regelmatig voor dat er op deze kwalitatieve criteria goed wordt gescoord en het werk vervolgens naar de aanbieder met de laagste prijs gaat. Maar dan is de hoge score op de kwalitatieve criteria al wel gehaald. Dus ja, prijs en kwaliteit, zoals de levensduur gaan prima samen.”

Diverse gemeenten kiezen voor samenwerkingsvormen zoals bouwteam om grotere stappen te kunnen maken in het duurzaam presteren. Vaak levert dat aansprekende resultaten op. Is dat voor Rotterdam ook een interessante optie?

Van Leeuwen: “In de regel stemmen we de contractvorm af op de doelstellingen van het project. Dat geldt niet alleen voor de contractvorm, maar ook voor de technische specificaties, de wijze van aanbesteden en de inrichting van het contractbeheer. Zeg maar alle afwegingen rond de marktbenadering. Soms rolt daar een bouwteamconstructie uit in combinatie met een geïntegreerde bouworganisatievorm als duidelijk blijkt dat de verschuiving van ontwerpbeslissingen naar de opdrachtnemer tot een betere kwaliteit leidt. Rotterdam heeft dat bijvoorbeeld gedaan bij het innovatieproject Wassende weg op de Westzeedijk en Free Run Park in Hoogvliet. Overigens zien we ook binnen de standaardsystematieken zoals RAW mogelijkheden om stappen te zetten in het duurzaam presteren. Het eerder genoemde asfalteringsproject en de raamovereenkomst groenonderhoud laten dat overtuigend zien.”

Het Aanbestedingsinstituut heeft in haar onderzoek de aanbesteding van groenonderhoudswerkzaamheden aangemerkt als een excellent voorbeeld van duurzaam aanbesteden. Welke pluspunten ziet de gemeente in deze aanbesteding?

Van Leeuwen: “De aanbesteding bevatte heel veel uitdagende elementen waarop aannemers konden scoren. Daarin zijn we echt tot het maximale gegaan van wat wij samen denken dat mogelijk is. Zo zijn we vooraf uitgebreid in gesprek gegaan met potentiële inschrijvers en hebben afgetast hoe we naast de kwaliteit op de uitvoering ook een maximaal rendement konden halen op maatschappelijke doelstellingen. We zijn actief het gesprek aangegaan met de markt, want we vragen nogal wat! Zo hebben wij het contract verlengd van vier naar zes jaar en bieden ontwikkelmogelijkheden voor innovaties gedurende het de duur van de overeenkomst. Op die manier belonen we onze contractanten.”

De Groene: “Het mooie van deze aanbesteding is dat alle speerpunten van ons duurzaamheidsbeleid terugkomen. Het circulair opwaarderen van reststromen, de toepassing van emissievrije gereedschappen, maar ook de inzet op werkgelegenheid en burgerparticipatie. Onze leveranciers kunnen hiermee concreet aan de slag. Tot nu toe zien wij hoe opdrachtnemers met plezier respons geven aan innovatiemogelijkheden. Met hulp van de Topsector Logistiek konden we zelfs een stimuleringsregeling opnemen voor de extra inzet van emissievrije transportmiddelen. En is een ondernemer recent volledig over gestapt op elektrisch bomenonderhoud. Een andere partij gaat samen met een industriële partner restmateriaal verwerken tot papier. We zien het als een succes als we dit soort bedrijven via onze eigen opdrachten kunnen belonen voor hun bijdrage aan een duurzaam Rotterdam.”

Kunt u tot slot een project met een duurzaam aanbestedingsresultaat noemen waar u met veel trots op terugkijkt?

De Groene en Van Leeuwen: “Binnen de bouw- en infrasector zitten we momenteel middenin een aantal inkooptrajecten waar we aanbiedingen verwachten met een hoog duurzaamheidsniveau. Een ander mooi voorbeeld is het Stadse Werken-project. De komende jaren worden kilometers aan riolering vervangen in Rotterdam, waarin we niet alleen duurzame rioolbuizen toepassen maar waarin we ook gaan experimenten met materiaalkringlopen, emissievrije bouwlogistiek, hubs en bouwplaatsen zonder uitstoot. Net als bij het groenonderhoud zullen de omvang van deze raamovereenkomst en de opgedane ervaring de komende jaren een belangrijke basis vormen voor de manier waarop we duurzaamheid nog beter kunnen verankeren in routinematige klussen. Daar is de winst het grootst, omdat de geleerde lessen vaak kunnen worden toegepast.”